← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:14494

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 21/7093 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 november 2021 in de zaak tussen [eiser 1] en [eiser 2] , te [woonplaats] , eisers en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder (gemachtigde: R.M. Vos). Procesverloop Eisers hebben tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 16 april 2020 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Overwegingen

  1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
  2. Bij besluit van 28 december 2017 heeft verweerder aan [A] , die op het adres [adres] [huisnummer] te [plaats] het horecabedrijf [horecabedrijf] lounge-cocktails-bar dreef, een last een onder dwangsom opgelegd in verband met overtreding van de op grond van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer geldende geluidsnorm. Hierbij is [A] gelast herhaling van de overtreding te voorkomen onder verbeurte van een dwangsom van € 4.500,- per keer dat niet wordt voldaan aan de last. Het maximum van de te verbeuren dwangsommen is gesteld op € 13.500,-.
  3. [B] is per 1 februari 2018 exploitant van de horeca-inrichting, genaamd [horecainrichting] gevestigd aan de [adres] [huisnummer] te Den Haag en rechtsopvolger van [A] .
  4. Eisers zijn de eigenaren van het pand gevestigd aan de [adres] [huisnummer] te Den Haag.
  5. Aan het bestreden besluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat tijdens een controle door een toezichthoudend ambtenaar van de Omgevingsdienst Haaglanden op 25 augustus 2019 is vastgesteld dat in de horeca-inrichting [horecainrichting] de geluidsnormen werden overschreden, waardoor een dwangsom is verbeurd.
  6. Eisers betogen dat zij als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb moeten worden aangemerkt. 6.
  7. De rechtbank overweegt als volgt. 6.
  8. Op grond van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Op grond van artikel 7:1, eerste lid, van de Awb dient degene, aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen tegen dat besluit bezwaar te maken. Onder belanghebbende wordt op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb verstaan degene, wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. 6.
  9. De last onder dwangsom is niet gericht aan eisers. Voor hen vloeit uit het besluit geen verplichting tot betaling van een dwangsom voort. Anders dan een besluit tot toepassing van bestuursdwang, betreft de last onder dwangsom alleen de - vermeende - overtreder. Omdat alleen de overtreder een dwangsom kan verbeuren, is in beginsel slechts hij aan te merken als belanghebbende bij de last als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. 6.
  10. Voor zover eisers als eigenaren van het pand waarop de lastgeving ziet, zoals zij stellen, in hun belang zouden zijn geraakt doordat zij schade zouden gaan lijden in het geval [B] als gevolg van het voldoen van het bedrag van € 4.500,- failliet zou gaan, is dat geen belang dat rechtstreeks bij de aan [B] gerichte lastgeving is betrokken, aangezien dit belang slechts berust op een contractuele relatie tussen eisers en [B] . Het betoog faalt derhalve.
  11. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
  12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. de Kleine, rechter, in aanwezigheid van F. Leegstraten, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 november
  13. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2018:3462.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.