← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:14611

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.18058 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. E.S. van Aken), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. E. van Hoof). Procesverloop Bij besluit van 11 november 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL21.18059, op 16 december 2021 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Overwegingen

  1. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in zijn belangen is geschaad doordat hij de correcties en aanvullingen eerst bij zienswijze kenbaar heeft kunnen maken. Verweerder heeft de aangevoerde correcties en aanvullingen meegenomen bij de totstandkoming van het bestreden besluit. Eiser heeft niet aangevoerd in welk opzicht het bestreden besluit daardoor onjuist is.
  2. Eiser is afkomstig uit Marokko. Dit land is aangewezen als veilig land van herkomst. Verweerder heeft terecht overwogen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Marokko voor hem persoonlijk niet veilig is.
  3. Eiser wordt gevolgd in zijn verklaringen dat hij in Marokko strafrechtelijk is vervolgd, onder meer voor het beledigen van een politieagent. Eiser stelt daarnaast ten onrechte te zijn vervolgd voor drugsdelicten. Verweerder heeft echter terecht overwogen dat het hier commune delicten betreft en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van discriminatoire vervolging of dat hij onevenredig zwaar is bestraft. Voor zover eiser stelt dat hij ten onrechte is veroordeeld, heeft verweerder terecht overwogen dat eiser volgens zijn verklaringen hoger beroep heeft kunnen instellen tegen zijn veroordelingen. Dat in Marokko geen sprake zou zijn van effectieve rechtsbescherming heeft eiser niet weten te onderbouwen.
  4. Daarnaast heeft verweerder terecht overwogen dat eisers medische beperkingen geen raakvlak hebben met het recht op asiel. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij, voor zover nodig, in Marokko geen aanspraak zou maken op medische behandeling of dat het voor hem vanwege zijn gezondheid onmogelijk zou zijn om zich te handhaven. Verweerder heeft in zoverre en ook overigens geen reden hoeven zien om eiser een verblijfsvergunning regulier op humanitaire gronden te verlenen.
  5. Verder heeft eiser geen medische documenten overgelegd, waaruit zou kunnen worden afgeleid dat hij vanwege medische klachten niet in staat zou zijn om te reizen. Het enkel bestaan van een lichamelijke handicap biedt hiervoor niet op voorhand voldoende aanknopingspunten. Er bestond voor verweerder dan ook geen reden om uitstel van vertrek te verlenen of om verder medisch onderzoek te laten uitvoeren.
  6. Gegeven deze beoordeling, wordt eiser evenmin gevolgd in zijn standpunt dat hij vanwege zijn bestraffing en het ontbreken van effectieve rechtsbescherming in Marokko geen privéleven kan opbouwen en dat hem bij terugkeer in Marokko maatschappelijke teloorgang wacht. Er is in zoverre dan ook geen reden om te concluderen dat het terugkeerbesluit in strijd is met artikel 8 van het EVRM.
  7. Nu de aanvraag terecht is afgewezen als kennelijk ongegrond, heeft verweerder aan eiser een vertrektermijn kunnen onthouden. Gelet hierop is terecht een inreisverbod opgelegd. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 december 2021 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.