beschikking RECHTBANK DEN HAAG Team handel - voorzieningenrechter zaaknummer / rekestnummer: C/09/596555 / KG RK 20-945 Beschikking van de voorzieningenrechter van 18 januari 2021 in de zaak van 1 [verzoeker sub 1] , 2. [verzoeker sub 2], beiden wonende te [plaats 1] , aanvankelijk verzoekers, na cessie van hun nader te noemen vordering op [A] als lasthebbers optredend voor 3. [verzoekster sub 3] te [plaats 2] ( [land 1] ), gemachtigde [de gemachtigde] te [plaats 3] ( [land 2] ), tegen: De griffier van de rechtbank Den Haag te Den Haag, meer in het bijzonder de griffier binnen deze rechtbank werkzaam in Team Insolventies, verweerder. Verzoekers worden hierna, als aan verzoekers sub 1. en sub 2. gerefereerd wordt, aangeduid als (in enkelvoud) ‘ [de verzoeker] ’ dan wel, als aan verzoekers sub 1., sub 2. en sub 3. gezamenlijk gerefereerd wordt, als ‘ [verzoeker sub 1 c.s.] ’, in rechte vertegenwoordigd door gemachtigde [de gemachtigde] (hierna: [de gemachtigde] ), dan wel als ‘ [verzoekster sub 3] ’ (verzoekster sub 3.). Verweerder wordt hierna aangeduid als ‘de griffier’. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, met producties, ter griffie ingekomen op 24 juli 2020; - de brief van 6 augustus 2020 (bij de griffie ingekomen op 7 augustus 2020) van [de gemachtigde] met toelichting op vorenbedoeld verzoekschrift; - de brief van 27 augustus 2020 van [de gemachtigde] , met daarin het namens [de verzoeker] en - na voormelde cessie - [verzoekster sub 3] ingediende verzoek om verstrekking (door [de gemachtigde] ook wel geduid als ‘parallel verzoek’) van afschriften van - zakelijk weergegeven - relevante stukken, behorende tot de nader te noemen schuldsaneringsprocedure (hierna ook wel: de WSNP-procedure) bij deze rechtbank, Team Insolventies; - de brief van 20 november 2020, waarin de griffier [de gemachtigde] bericht dat het proces-verbaal van de zitting op 4 augustus 2020 in de WSNP-procedure zal worden verstrekt en de griffier met redenen omkleed bericht dat het overigens in voormelde brief van 27 augustus 2020 verzochte niet voor inwilliging in aanmerking komt; - de brief van 29 november 2020, waarin [de gemachtigde] namens [verzoeker sub 1 c.s.] in verzet komt tegen voormelde beslissing van 20 november 2020 van de griffier, concluderend tot - zakelijk weergegeven - algehele toewijzing van het in voormelde brief van 27 augustus 2020 vervatte verzoek; - de brief van 29 november 2020 van [de gemachtigde] , met productie, als aanvulling op voormeld verzetschrift; - de zitting van 7 december 2020, waar partijen door de voorzieningenrechter zijn gehoord en beschikking is bepaald op 18 januari 2021. 1.2. Bij vonnis van 11 april 2019 heeft deze rechtbank, Team Insolventies, [A] (hierna: [A] ) toegelaten tot - zakelijk weergegeven - de wettelijke regeling tot schuldsanering en is een bewindvoerder aangesteld. [de verzoeker] was destijds schuldeiser van [A] . 1.3. Op verzoek van de bewindvoerder heeft de rechtbank een dag bepaald voor de behandeling van het verzoek van de bewindvoerder, strekkende tot - voor wat betreft [A] - vroegtijdige beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling met verlening van een schone lei, welk verzoek van de bewindvoerder op de voet van art. 354a van de Faillissementswet (Fw) dient te worden vergezeld van een beredeneerde verklaring over de vraag of de schuldenaar zodanig aan zijn verplichtingen kan voldoen dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is. Dit verzoek is behandeld op de zitting van 4 augustus 2020. [de verzoeker] is voor het bijwonen van die zitting uitgenodigd. 1.4. Op 7 mei 2019 en op 7 juni 2019 heeft [de gemachtigde] de griffier verzocht een afschrift te verstrekken van het ‘eigen geschreven verhaal verzoeker’, een stuk gevoegd bij het verzoek van [A] tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. Op 7 juni 2019 heeft de griffier de door [de gemachtigde] beoogde afgifte geweigerd. 1.5. Op 22 en 23 juni 2020 heeft [de gemachtigde] de griffier verzocht om afschrift van de volgende stukken in de eerdergenoemde schuldsaneringsprocedure: - voormeld verzoek van de bewindvoerder ex art. 354a Fw; - de in art. 354a lid 1 Fw bedoelde verklaring van de bewindvoerder; - het proces-verbaal van de toelatingszitting van 2 april 2019; - de door de bewindvoerder bij de rechtbank ingediende verslagen en - de meest recente berekening van het zogeheten ‘vrij te laten bedrag’. Bij beslissing van 2 juli 2020 heeft de griffier bedoeld verzoek van [de gemachtigde] voor het overgrote deel niet ingewilligd. 1.6. Naar aanleiding van voormelde beslissingen van de griffier van 7 juni 2019 en 2 juli 2020 heeft [de gemachtigde] de voorzieningenrechter van deze rechtbank bij verzoekschrift van 24 juli 2020 verzocht om afgifte van - zakelijk weergegeven - de stukken waarvan de griffier om afschrift of uittreksel was verzocht, maar die de griffier niet heeft verstrekt. Ter onderbouwing van dit verzoek heeft [de gemachtigde] verwezen naar het bepaalde in art. 21 lid 1 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (hierna: Wgbz), waarin - voor zover hier van belang - het volgende is opgenomen: Onverminderd de overige artikelen (…) worden aan partijen en aan belanghebbenden afschriften van of uittreksels uit vonnissen, arresten, beschikkingen, akten, processen-verbaal, registers of andere stukken kosteloos afgegeven, indien en voor zover zij daarbij belang hebben en niet in staat zijn op andere wijze in de behoefte te voorzien. Bij weigering van de griffier kunnen partijen een verzoek tot afgifte van een afschrift of uittrekstel indienen bij de voorzieningenrechter (…). 1.7. Bij vonnis van 5 augustus 2020 (bekend onder insolventienummer [nummer] van deze rechtbank is de schuldsaneringsregeling, betrekking hebbende op [A] , op de voet van art. 354a Fw vroegtijdig beëindigd. Geen van de schuldeisers is binnen de daartoe geldende termijn van acht dagen van dit vonnis in hoger beroep gekomen. 1.8. Bij brief van 6 augustus 2020 heeft [de gemachtigde] de gronden van zijn verzoekschrift van 24 juli 2020 nader toegelicht. 1.9. Bij brief van 27 augustus 2020 heeft [de gemachtigde] namens [verzoeker sub 1 c.s.] de griffier verzocht om hem in het kader van de hiervoor bedoelde schuldsaneringsprocedure afschriften te verstrekken van de volgende stukken (welk verzoek door [de gemachtigde] ook wel is geduid als ‘het parallelle verzoek’): alle door de rechter-commissaris gegeven beschikkingen; de volledige verzoeken en berichten die aan die beschikkingen vooraf zijn gegaan; door de griffier ter zitting van 4 augustus 2020 gemaakte aantekeningen en voor zover dit is opgemaakt: het proces-verbaal van de zitting van 4 augustus 2020. 1.10. Bij e-mailbericht van 20 november 2020 heeft de griffier [de gemachtigde] naar aanleiding van voormelde brief van 27 augustus 2020 laten weten dat het proces-verbaal van de zitting van 4 augustus 2020 wordt verstrekt en dat het verzoek voor het overige niet voor inwilliging in aanmerking komt. 1.11. Bij brief van 29 november 2020 met het opschrift “VERZET EX ARTIKEL 29 RV EN ARTIKEL 21 WGBZ” (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.