← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:15540

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.13768 beslissing van de rechtbank van 5 maart 2021 op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaak tussen [eiser] , eiser (gemachtigde: mr. R.S. Nandoe) en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Overwegingen

  1. Ter zitting van 15 december 2020 is afgesproken dat verweerder de onderliggende stukken die ten grondslag liggen aan de verklaring van het onderzoek van Bureau Documenten van 5 november 2019 verstrekt. Ook verstrekt verweerder de vragen die, naar aanleiding van de zienswijze, zijn gesteld aan Bureau Documenten en de antwoorden die zijn gegeven.
  2. Verweerder heeft bij brief van 5 januari 2021 de gevraagde stukken overgelegd. Verweerder heeft daarbij medegedeeld dat alleen de rechtbank op grond van artikel 8:29 van de Awb kennis mag nemen van deze informatie. Volgens verweerder kan kennisname door een ieder van informatie over methoden van onderzoek, technieken en bronmateriaal leiden tot (betere) vervalsingen, dan wel inzicht kunnen verschaffen in de onderzoeksmethoden/technieken van Bureau Documenten, wat er toe kan leiden dat die informatie wordt gebruikt voor verbetering/verandering/vervalsing van documenten. Dit zou niet alleen betekenen dat dergelijke documenten niet meer op hun (aanvankelijke) juistheid te beoordelen zijn maar eveneens dat beleid niet meer op een effectieve en juiste wijze kan worden uitgevoerd.
  3. Eiseres heeft bij brief van 1 februari 2021 gereageerd op het verzoek. Eiseres stemt in met het verzoek tot geheimhouding van de onderliggende informatie, voor zover die informatie betrekking heeft op informatie over methoden van onderzoek, technieken en bronmateriaal.
  4. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de rechtbank of de beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen.
  5. De rechtbank heeft geconstateerd dat in de gevraagde stukken van 5 januari 2021 algemene informatie opgenomen is die zich reeds in het procesdossier bevindt. Op verzoek van de rechtbank heeft verweerder daarop op 16 februari 2021 in de gevraagde stukken de specifieke passages, waarop het verzoek tot beperkte kennisname betrekking heeft, zwart gelakt. De rechtbank beoordeelt het verzoek op grond van 8:29 van de Awb dan ook alleen ten aanzien van de zwart gelakte passages.
  6. De rechtbank stelt vast dat in de zwart gelakte passages informatie over de methoden van onderzoek, technieken en bronmateriaal is weergegeven. De rechtbank oordeelt ten aanzien van die zwart gelakte passages dat het belang van verweerder om bescherming van de werkwijze van Bureau Documenten zwaarder weegt dan het belang van eiseres bij kennisname van deze informatie. Daarbij betrekt de rechtbank de onder punt 2 gegeven toelichting van verweerder, dat kennisname door een ieder van informatie over methoden van onderzoek, technieken en bronmateriaal leiden tot (betere) vervalsingen, dan wel inzicht kunnen verschaffen in de onderzoeksmethoden/technieken van Bureau Documenten, wat er toe kan leiden dat die informatie wordt gebruikt voor verbetering/verandering/vervalsing van documenten. De rechtbank acht het verzoek tot beperkte kennisname van de zwart gelakte passages gerechtvaardigd. De rechtbank wijst het verzoek toe. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek toe. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De beslissing is uitgesproken op 5 maart 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze tussenbeslissing staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenbeslissing kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.