← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:15703

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.4751 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M.E.M. Jacquemard), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.C. van Ossenbruggen-Theodoulou). Procesverloop Bij besluit van 24 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarnaast wordt aan verzoeker geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of uitstel van vertrek verleend. Verweerder heeft tevens aan verzoeker een vertrektermijn onthouden, zodat verzoeker Nederland onmiddellijk dient te verlaten. Daarnaast heeft verweerder verzoeker een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL21.4750, plaatsgevonden op 26 april 2021 in Amersfoort. Partijen zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Overwegingen

  1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
  2. Verzoeker stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum]
  3. De voorzieningenrechter ziet zich allereerst ambtshalve voor de vraag gesteld of verzoeker procesbelang heeft bij het verzoek. Het verzoek is op 30 maart 2021 ingesteld door verzoekers gemachtigde. De gemachtigde van verzoeker heeft de voorzieningenrechter op 22 april 2021 bericht dat hij er niet meer in slaagt om contact te krijgen met verzoeker en dat post van gemachtigde aan verzoeker is geretourneerd met de mededeling dat verzoeker met onbekende bestemming is vertrokken.
  4. Verweerder heeft op 23 april 2021 bevestigd dat verzoeker met onbekende bestemming is vertrokken.
  5. Als een asielzoeker met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde, moet worden geconcludeerd dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep.1
  6. Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden neemt de voorzieningenrechter aan dat verzoeker met onbekende bestemming is vertrokken en dat hij geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat verzoeker geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
  7. Gelet op het voorgaande is het verzoek niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 april 2021 door mr. C. Karman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.S. Smits, griffier.
  8. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579 Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: 28 april 2021 Documentcode: [documentcode] Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.