RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.2788 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A.P.E.M. Pover), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk ). Procesverloop Bij besluit van 24 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL21.2789, plaatsgevonden op 22 april
- Eiser en zijn gemachtigde zijn, met kennisgeving, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen
- De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
- Verweerder heeft de rechtbank op 22 maart 2021 bericht dat eiser met ingang van 3 maart 2021 met onbekende bestemming is vertrokken en dat niet is gebleken dat eiser zich weer bij het COA heeft gemeld. Op 13 april 2021 heeft de gemachtigde van eiser desgevraagd aan de griffier van de rechtbank medegedeeld dat hij geen contact meer heeft met eiser en dat hij voor het laatst contact heeft gehad met eiser voordat het beroepschrift werd ingediend. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser geen procesbelang heeft bij de onderhavige procedure nu is gebleken dat eiser op 3 maart 2021 met onbekende bestemming is vetrokken uit de opvang. Eiser is ook niet op zitting verschenen.
- Nu is gebleken dat eiser op 3 maart 2021 met onbekende bestemming is vertrokken uit de opvang en hij geen contact met zijn gemachtigde heeft onderhouden, stelt hij kennelijk geen prijs meer op een inhoudelijke beoordeling van het door zijn tegen het besluit van 24 februari 2021 ingestelde beroep. Aldus heeft eiser, ook volgens vaste rechtspraak, geen rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 april 2021 door mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. R.P. Stehouwer, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: 04 mei 2021 Documentcode: [documentcode] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.