RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.12216 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. F. Lavell), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.H.M. Post). Procesverloop Bij besluit van 21 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 13 augustus 2021 op zitting behandeld. Eiser is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen
- Eiser heeft de Marokkaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum]
- Hij heeft asiel gevraagd, omdat hij in Marokko in armoedige omstandigheden leefde. Eiser is ook opgepakt en mishandeld door de Marokkaanse autoriteiten, bij zijn pogingen om de grens tussen Marokko en Ceuta over te steken.
- Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder één relevant element, namelijk de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser. Verweerder acht dit element geloofwaardig. Verweerder stelt zich evenwel op het standpunt dat Marokko in het algemeen én in eisers specifieke geval als een veilig land van herkomst is aan te merken.
- Eiser heeft aangevoerd dat verweerder ten onrechte stelt dat Marokko in zijn specifieke geval een veilig land van herkomst is. Eiser is immers meerdere malen opgepakt en mishandeld door de Marokkaanse autoriteiten bij zijn pogingen om de grens bij Ceuta over te steken. Hij werd vervolgens vervoerd naar verafgelegen plaatsen als Agadir en Oujda en werd daar aan zijn lot overgelaten. Daarnaast dreigt eiser bij terugkeer naar Marokko door de Marokkaanse autoriteiten te worden ingezet als politiek pressiemiddel in de migratiecrisis rond onder meer Ceuta. Eiser verwijst in dit verband naar een resolutie van 10 juni 2021 van het Europees Parlement.1
- De rechtbank oordeelt dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Marokko voor hem persoonlijk geen veilig land van herkomst is. Verweerder heeft niet ten onrechte aangevoerd dat de handelswijze van de Marokkaanse autoriteiten ten aanzien van eiser specifiek heeft plaatsgevonden in het kader van zijn pogingen om Marokko te verlaten en Ceuta illegaal binnen te reizen. De rechtbank ziet hierin geen concreet aanknopingspunt voor de veronderstelling dat Marokko ten aanzien van eiser zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Een dergelijk aanknopingspunt ziet de rechtbank evenmin in de verwijzing van eiser naar de resolutie van 10 juni
- De omstandigheid dat de Marokkaanse autoriteiten in specifieke gevallen schoolkinderen onder valse voorwendselen naar Ceuta hebben gestuurd, is onvoldoende voor de conclusie dat eiser persoonlijk bij terugkeer naar Marokko eveneens een dergelijke behandeling te wachten staat.
- Voor zover eiser heeft willen aanvoeren dat er in Marokko geen adequate opvang beschikbaar is voor hem, oordeelt de rechtbank dat deze beroepsgrond niet slaagt. Eiser heeft immers verklaard dat zijn moeder in Marokko woont en zij woont op een traceerbaar adres. Voorts heeft eiser niet onderbouwd dat en waarom een eventuele andere vorm van opvang in Marokko voor hem niet toegankelijk is.
- Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier. 1 2021/2747 (RSP). De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op: 20 augustus 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. Mr. R.J.A. Schaaf E. Kersten Rechter Griffier Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland Documentcode: [nummer] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.