← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:16447

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.8709 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , alias [alias] , eiser V-nummer: [V-nummer] , en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.A.C.M. Prins). Procesverloop Bij besluit van 4 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond en aan eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar, gerekend vanaf de datum dat eiser Nederland daadwerkelijk heeft verlaten. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met het verzoek om voorlopige voorziening met zaaknummer NL21.8710, op 21 juni 2021 op zitting behandeld. Eiser is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen

  1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende uitleg.
  2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank - na een herstelmogelijkheid - het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
  3. Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiser bij brief van 7 juni 2021 verzocht om dit verzuim op uiterlijk 14 juni 2021 te herstellen.
  4. Eiser heeft binnen die termijn en ook daarna geen gronden ingediend. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging (gegeven) voor dit verzuim.
  5. Vanwege het ontbreken van beroepsgronden is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk in behandeling wordt genomen en het bestreden besluit niet wordt beoordeeld door de rechtbank.
  6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 juni 2021 door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van mr. E.H.W. Schierbeek, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: 09 juli 2021 Documentcode: [nummer] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.