Rechtbank Den HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 21-1 Zaaknummer: C/09/605282 Datum beschikking: 19 januari 2021 Internationale kinderontvoering/benoeming bijzondere curator Beschikking in het kader van het op 4 januari 2021 ingekomen verzoek van: [X] de moeder, wonende te [woonplaats 1] , Indonesië, advocaat: mr. M.T. Wernsen te ‘s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [Y] , de vader, wonende te [woonplaats 2] , advocaat: mr. H.A. Schipper te ‘s-Gravenhage. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift. Op 21 januari 2021 is de zaak (door de maatregelen in verband met het coronavirus) ter videozitting met gesloten deuren behandeld. Hierbij waren digitaal aanwezig: de moeder, bijgestaan door haar advocaat en door heer [naam tolk] als tolk in de Engelse taal; de vader, bijgestaan door zijn advocaat, mevrouw [medewerker RvdK] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Het betrof hier een regiezitting met het oog op crossborder mediation in internationale kinderontvoeringszaken met als behandelend rechter, tevens kinderrechter, mr. J.C. Sluymer. De behandeling ter zitting is aangehouden. Op genoemde regiezitting is aan partijen de gelegenheid geboden om een crossborder mediation traject te volgen, gefaciliteerd door het Mediation Bureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering, teneinde tot een minnelijke regeling te komen. De ouders hebben daar om hen moverende redenen geen gebruik van gemaakt. Tot nu toe vaststaande feiten De vader en de moeder zijn gehuwd geweest van [huwelijksdatum] 2006 tot [scheidingsdatum] 2017. Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind: - [minderjarige] geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats] , Indonesië. De ouders zijn op 19 oktober 2015 een ‘Settlement Agreement’ met elkaar overeengekomen, waarin zij afspraken ten aanzien van [minderjarige] hebben gemaakt. In Indonesië is een procedure aanhangig ten aanzien van het gezag over [minderjarige] . In juli 2019 is de vader met [minderjarige] verhuisd van Indonesië naar Zuid-Korea. In december 2020 is de vader met [minderjarige] verhuisd van Zuid-Korea naar Nederland. De vader en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit. De moeder heeft de Indonesische nationaliteit. De moeder heeft zich niet gemeld bij de Nederlandse Centrale Autoriteit. Verzoek en verweer De moeder heeft verzocht – naar de rechtbank begrijpt – : te bepalen dat Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering per direct belast is met de voorlopige voogdij over [minderjarige] ; te bepalen dat [minderjarige] binnen één dag na de datum van de uitspraak dient te worden teruggeleid naar Indonesië, door [minderjarige] in Nederland over te dragen aan de moeder; de vader te veroordelen in de kosten van het geding; de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De vader heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van de moeder. Beoordeling Benoeming bijzondere curator Ingevolge artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen. De rechtbank acht het, gelet op de aard van de zaak en van de daarin spelende belangenstrijd, in het belang van [minderjarige] noodzakelijk een bijzondere curator te benoemen. De rechtbank verzoekt de bijzondere curator de volgende vragen te beantwoorden: Wat geeft [minderjarige] zelf aan over een eventueel verblijf in Indonesië en een eventueel verblijf in Nederland? In hoeverre lijkt [minderjarige] zich vrij te kunnen uiten? In hoeverre lijkt [minderjarige] de gevolgen van het verblijf in Indonesië of het verblijf in Nederland te overzien? Wil [minderjarige] met de rechter(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.