RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.11078 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , geboren op [geboortedatum] 1970, van Nieuw-Zeelandse nationaliteit, eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J.M. Walther), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.A.C.M. Prins ). Procesverloop Bij besluit van 27 juni 2021 heeft verweerder aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd. Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 27 september 2021 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen L. Totosashvili. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen
- Bij besluit van 24 maart 2011 heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot wijziging van een reguliere verblijfsvergunning afgewezen. Dit besluit is tevens een terugkeerbesluit, waarbij aan eiseres een vertrektermijn van 28 dagen is gegeven. Het dossier en het verhandelde ter zitting bieden geen aanknopingspunten voor de veronderstelling dat dit terugkeerbesluit nadien zijn werking heeft verloren. Eiseres heeft namelijk geen gevolg gegeven aan haar vertrekplicht.
- Het besluit van 27 juni 2021 bevat eveneens een vertrektermijn van 28 dagen. Dit leidt de rechtbank tot het oordeel dat dit besluit geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Het besluit roept immers geen nieuwe of andere rechtsgevolgen in het leven, dan die al waren ontstaan door het besluit van 24 maart
- Het besluit van 27 juni 2021 is geen rechtens relevante handeling die gelijk te stellen is met een beschikking
- Het is niet meer dan een feitelijke mededeling, die niet op enig rechtsgevolg is gericht en ook overigens voor eiseres geen rechtens relevante betekenis heeft. Ditzelfde geldt voor het besluit van 22 mei 2013, verzonden op 24 september 2013, voor zover dit betrof de aanzegging aan eiseres om Nederland binnen 28 dagen te verlaten.
- Eiseres stelt dat zij een procesbelang heeft bij het onderhavige beroep. Zij voert aan dat, indien haar meer dan één terugkeerbesluit is opgelegd, verweerder haar een inreisverbod van vijf jaar kan opleggen
- Uit hetgeen de rechtbank hiervoor heeft geoordeeld, vloeit voort dat verweerder tot op heden aan eiseres slechts één terugkeerbesluit heeft opgelegd. Dit betreft dus het terugkeerbesluit van 24 maart
- Er is dus geen sprake van een situatie waarin aan eiseres meer dan één terugkeerbesluit is opgelegd. Dat zo’n situatie zich eventueel in de toekomst alsnog kan voordoen, is geen omstandigheid die maakt dat eiseres nu procesbelang heeft bij haar beroep tegen het besluit van 27 juni
- Tegen het besluit van 27 juni 2021 stond dus geen rechtsmiddel open. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. De overige geschilpunten behoeven geen bespreking. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 september 2021 door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. R.G.A. Beijen, griffier.
- Als bedoeld in artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet
- 2 Op grond van artikel 6.5a, vierde lid onder c, van het Vreemdelingenbesluit
- Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: 27 september 2021 Documentcode: [documentcode] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.