← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:16637

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.16042 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. E. El Assrouti), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.C. van Ossenbruggen). Procesverloop Bij besluit van 9 oktober 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 oktober

  1. Eiser is verschenen, bijgestaan door S. Benayad, als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen E.G. Reinink-Koudriacheva. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen
  2. Eiser stelt van Russische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum]
  3. Bewaringsgronden
  4. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de bewaring noodzakelijk is met het oog op de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van eiser en met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag. Verweerder heeft als zware gronden1 vermeld dat eiser: 3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan; 3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op
  5. Artikel 5.1b, derde lid., van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb). vreemdelingen heeft onttrokken; en als lichte gronden2 vermeld dat eiser: 4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft; 4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan; 4e. verdachte is van enig misdrijf dan wel daarvoor is veroordeeld.
  6. De rechtbank stelt vast dat eiser de zware grond 3b en de lichte gronden 4c en 4e betwist. Tijdens de zitting laat verweerder de zware grond 4e vallen.
  7. De rechtbank is van oordeel dat de niet betwiste zware grond 3a en de niet betwiste grond lichte grond 4d voldoende zijn om aan te nemen dat er een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en om de maatregel van bewaring te kunnen dragen. De beroepsgrond slaagt daarom niet en de rechtbank laat de geschilpunten over de overige gronden van bewaring onbesproken. Lichter middel
  8. De gemachtigde van eiser voert verder aan dat verweerder had moeten volstaan met het opleggen van een lichter middel dan de inbewaringstelling. Hij had namelijk een verblijfplaats via een kerkgemeenschap en heeft behoorlijk wat medische klachten. Een meldplicht is daarom voldoende, het is niet wenselijk eiser in bewaring te stellen zonder uitvoerige medische behandelingen of onderzoek.
  9. In wat de gemachtigde van eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel. Het onderdak van eiser bij kerkgemeenschappen is onvoldoende om aan te nemen dat hij een vaste woon- of verblijfplaats heeft. Daarnaast is in de maatregel van bewaring gemotiveerd dat de medische zorg in het detentiecentrum gelijk staat aan de medische zorg in de vrije maatschappij. Eiser zelf voert ter zitting ook aan dat hij graag in bewaring wil blijven. Hij heeft een afspraak gemaakt voor medisch onderzoek en wil graag, in elk geval tot dit onderzoek is afgerond, in het detentiecentrum blijven. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
  10. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
  11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep ongegrond; wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Schuman, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier. 2 Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op: 20 oktober 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. Documentcode: [documentcode] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.