RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.9587 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , met V-nummer: [V-nummer] , eiser, (gemachtigde: mr. M.A.C. de Vilder-van Overmeire), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: T. Kleve). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Overwegingen
- De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
- Op 17 juni 2021 heeft eiser een beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing ingediend. Op 12 juni 2021 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op de asielaanvraag. De rechtbank stelt daarom vast dat eiser geen belang meer heeft bij het behandelen van zijn beroep. Eiser heeft immers bereikt wat hij met zijn beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen kon bereiken. Dat betekent dat het belang bij een uitspraak van de rechter, het zogenoemde procesbelang, niet langer bestaat en het beroep voor zover gericht tegen het uitblijven van een beslissing, niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
- Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
- Uit artikel 6:20, derde lid, van de Awb volgt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking heeft op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoet komt. In het besluit van 12 juni 2020 heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 verleend met ingang van 4 september 2020, geldig tot 4 september
- De rechtbank heeft eiser bij brief van 14 juli 2021 in de gelegenheid gesteld om te berichten of hij het eens is met dit besluit. Hierbij is vermeld dat als eiser het niet eens is met het besluit, hij de gelegenheid heeft om uiterlijk op 28 juli 2020 uit te leggen waarom hij het hier niet mee eens is. Daarbij is meegedeeld dat het beroep bij niet reageren ongegrond of niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Eiser heeft hier tot op heden niet op gereageerd.
- Omdat eiser geen gronden heeft ingediend tegen de door verweerder verleende vergunning, bestaat bij de rechtbank de bevoegdheid om het beroep niet ontvankelijk te verklaren. De rechtbank zal van deze bevoegdheid gebruik maken.
- Voor een proceskosten veroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk; verklaart het beroep dat mede betrekking heeft op het besluit 12 juni 2020 niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op: en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. 28 september 2021 Documentcode: [documentcode] Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.