← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:16880

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.14640, NL21.14641 en NL21.14642 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser 1], met V-nummer: [V-nummer 1] , eiser 1, [eiser 2] , met V-nummer: [V-nummer 2] , eiser 2 en [eiser 3] , met V-nummer: [V-nummer 3] , eiser 3 Hierna gezamenlijk: eisers. (gemachtigde: mr. C.M. Suurmeijer-Wawoe), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: H. Jahanyar). Procesverloop Deze uitspraak gaat over de beroepen die eisers hebben ingediend omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op hun aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Overwegingen

  1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  2. Op 15 september 2021 hebben eisers beroepen ingediend tegen het niet tijdig nemen van een beslissing. Op 16 september 2021 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op de asielaanvragen. De rechtbank stelt daarom vast dat eisers geen belang meer hebben bij het behandelen van hun beroepen. Eisers hebben immers bereikt wat zij met hun beroepen gericht tegen het niet tijdig beslissen konden bereiken. Dat betekent dat het belang bij een uitspraak van de rechter, het zogenoemde procesbelang, niet langer bestaat en de beroepen voor zover gericht tegen het uitblijven van een beslissing, niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.
  3. De beroepen zijn kennelijk niet-ontvankelijk.
  4. Uit artikel 6:20, derde lid, van de Awb volgt dat de beroepen tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking hebben op de alsnog genomen besluiten, tenzij deze geheel aan de beroepen tegemoet komen. In de besluiten van 16 september 2021 heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 toegewezen met ingang van 17 februari 2021, geldig tot 17 februari
  5. De rechtbank heeft eisers bij brief van 20 september 2021 in de gelegenheid gesteld om te berichten of zij het eens zijn met de besluiten. Hierbij is vermeld dat als eisers het niet eens zijn met de besluiten, zij de gelegenheid hebben om uiterlijk op 4 oktober 2021 uit te leggen waarom zij het hier niet mee eens zijn. Daarbij is meegedeeld dat de beroepen bij niet reageren ongegrond of niet-ontvankelijk kunnen worden verklaard. Eisers hebben hier tot op heden niet op gereageerd.
  6. Omdat eisers geen gronden hebben ingediend tegen de door verweerder verleende asielvergunningen, bestaat bij de rechtbank de bevoegdheid om de beroepen niet ontvankelijk te verklaren. De rechtbank zal van deze bevoegdheid gebruik maken.
  7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier. De beslissing is uitgesproken op … en wordt openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. 23 november 2021 Documentcode: [documentcode] Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.