← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:16975

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.17351 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster] , verzoekster, V-nummer: [V-nummer 1] mede namens haar minderjarige kinderen: [verzoeker 1] , verzoeker 1, V-nummer: [V-nummer 2] [verzoeker 2] , verzoeker 2, V-nummer: [V-nummer 3] hierna gezamenlijk: verzoekers (gemachtigde: mr. H.A. Jeuring), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Bij besluit van 2 november 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De beroepsprocedure in de bodemzaak is aangehouden. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen

  1. Verzoekster is van Oekraïense nationaliteit en is geboren op [geboortedatum 1]
  2. Verzoeker 1 is van Oekraïense en Azerbeidzjaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum 2]
  3. Verzoeker 2 is van Oekraïense en Azerbeidzjaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum 3]
  4. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
  5. De asielaanvragen van verzoekers zijn afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, gelezen in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De reden hiervoor is dat verzoekers afkomstig zijn uit Oekraïne en dit door verweerder is aangemerkt als veilig land van herkomst.
  6. Omdat de beroepsprocedure is aangehouden, kan de rechtbank niet binnen afzienbare tijd uitspraak doen op het beroep. Nu de opvang van verzoekers zal eindigen voordat de uitspraak in de beroepsprocedure is gedaan, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van verzoekers om de uitspraak op hun beroep in Nederland af te wachten met behoud van opvang, zwaarder weegt dan het belang van verweerder bij onverkorte handhaving van de rechtsgevolgen van het bestreden besluit.
  7. Daarom ziet de voorzieningenrechter aanleiding om met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen. Dit betekent dat besluit van verweerder van 2 november 2021 wordt geschorst totdat is beslist op het beroep. Dit betekent op zijn beurt (a) dat de opvang dient te worden gecontinueerd, ook na 4 weken na het nemen van de bestreden besluiten, en (b) dat verzoekers niet kunnen worden uitgezet.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoekers niet mogen worden uitgezet totdat is beslist op het beroep. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.G.A. Beijen, griffier. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op: 07 december 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. Mr. G.P. Loman R.G.A. Beijen Rechter Griffier Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland Documentcode: [documentcode] Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.