← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:17004

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.17814 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. E. Stap), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.C. van Ossenbruggen). Procesverloop Bij besluit van 11 november 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiseres de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Het onderzoek ter zitting is op 22 november 2021 aangehouden, omdat de tolk niet aanwezig was bij de zitting. Het onderzoek ter zitting heeft daarna plaatsgevonden op 29 november

  1. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen E.Y. Belyaeva. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen
  2. Eiseres stelt van Russische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1986] . Bewaringsgronden
  3. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening en een significant risico bestaat dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken.
  4. De rechtbank stelt vast dat eiseres de gronden die verweerder aan de maatregel van bewaring ten grondslag heeft gelegd, niet heeft betwist. Lichter middel
  5. Eiseres voert aan dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel dan de inbewaringstelling, omdat ze al een tijd in het asielzoekerscentrum in Harderwijk verbleef en daar ook staande is gehouden. Eiseres heeft nooit een uitnodiging ontvangen voor vrijwillige overdracht, terwijl ze wel in de gelegenheid gesteld had moeten worden om vrijwillig naar Polen te vertrekken. Nu is er meteen sprake van gedwongen overdracht naar Polen. De uiterste overdrachtsdatum is pas in januari 2022, waardoor er voldoende tijd was om aan eiseres eerst een meldplicht op te leggen. Daarnaast voert eiseres aan dat ze verschillende medische problemen heeft en dat het niet duidelijk is of Polen dezelfde medische behandeling kan bieden als zij in Nederland krijgt. Het is namelijk van belang dat deze behandeling wordt voortgezet.
  6. In wat eiseres aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel. Eiseres zou namelijk op 27 januari 2020 overgedragen worden aan Polen, maar ze is op 22 januari 2020 met onbekende bestemming vertrokken. Eiseres heeft dus de kans gehad om vrijwillig naar Polen te vertrekken, maar heeft dit niet gedaan. Daarnaast heeft eiseres meerdere malen gezegd dat de medische behandeling in Polen niet op hetzelfde niveau ligt als de behandeling in Nederland. De rechtbank maakt hieruit op dat eiseres (om medische redenen) in Nederland wil blijven en acht het daarom niet aannemelijk dat zij deze keer wel vrijwillig naar Polen zal vertrekken. Dit maakt ook dat verweerder er vanuit mag gaan dat er een risico bestaat dat eiseres zich zal onttrekken aan toezicht. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
  7. Misschien ten overvloede overweegt de rechtbank dat verweerder in zijn algemeenheid ten opzicht van Polen mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.1 Dit betekent dat verweerder er dus vanuit mag gaan dat de medische voorzieningen in Polen gelijkwaardig zijn met de medische voorzieningen in Nederland.
  8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
  9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep ongegrond; wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier.
  10. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, ECLI:NL:RVS:2014:
  11. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op: 06 december 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. Documentcode: [documentcode] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.