RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 21/6762 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 januari 2022 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. M.P. de Witte), en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder (gemachtigde: mr. G. Tjon Man Tsoi). Procesverloop Bij besluit van 29 juni 2021 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor een urgentieverklaring afgewezen. Bij besluit van 12 oktober 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 5 januari 2022 ter zitting via een videoverbinding behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Overwegingen Waar gaat deze zaak over?
- Eiseres heeft een urgentieverklaring aangevraagd. Eiseres is op 30 januari 2019 met haar gezin vanuit Egypte naar [woonplaats] teruggekeerd. Zij woont met haar echtgenoot en vier minderjarige kinderen in bij haar ouders en twee zussen. Voor haar hele gezin is slechts één zolderkamer beschikbaar. Eiseres ondervindt daarbij veel (stress)problemen en de situatie is volgens haar niet meer houdbaar. Zij heeft vaak ruzie met haar vader die het gezin op straat dreigt te zetten. Eiseres heeft veel fysieke klachten waarvoor zij is doorverwezen naar een fysiotherapeut. Voor haar psychische klachten is zij in behandeling bij een psycholoog. De woning heeft onderhoudsproblemen wat niet gezond is voor haar kinderen. Wat heeft verweerder besloten?
- Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen. Volgens verweerder zijn er verschillende weigeringsgronden uit de Huisvestingsverordening van toepassing op eiseres, waardoor zij niet in aanmerking komt voor een urgentieverklaring. Zo is er volgens verweerder geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem, woont eiseres niet in een zelfstandige woonruimte, is het huisvestingsprobleem toerekenbaar en was het redelijkerwijs te voorkomen en voorzienbaar. Ook kan eiseres haar huisvestingsprobleem redelijkerwijs op een andere manier oplossen. Wat vindt eiseres in beroep?
- Eiseres is het niet eens met verweerder en beroept zich op de hardheidsclausule. Eiseres heeft een bijstandsuitkering en kan geen particuliere woning huren. Eiseres vreest voor haar lichamelijke en geestelijke gezondheidstoestand en die van haar gezinsleden. Zij heeft vaak ruzie met haar vader, omdat hij het gezin op straat dreigt te zetten, terwijl in de opvang geen plaats is voor haar gezin. Wat is het oordeel van de rechtbank?
- De gemachtigde van eiseres heeft ter zitting aangegeven dat hij niet precies op de hoogte is van de huidige woonsituatie van eiseres.
- Verweerder heeft ter zitting vermeld dat eiseres sinds 11 november 2021 is verhuisd naar de [adres] [huisnummer] te [plaats] , gemeente [provincie] .
- De rechtbank stelt vast dat eiseres onvoldoende procesbelang heeft bij de beoordeling van haar beroep, nu zij is verhuisd naar [plaats] .
- Gelet op het voorgaande is het beroep van eiseres niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling is bij deze uitkomst geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. van Veen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 januari
- griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Huisvestingsverordening Den Haag
- Zie artikel 4:5, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening. Zie artikel 4:5, aanhef en onder l, van de Huisvestingsverordening. Zie artikel 4:5, aanhef en onder f, van de Huisvestingsverordening. Zie artikel 4:5, aanhef en onder d, van de Huisvestingsverordening. Zie artikel 4:5, aanhef en onder c, van de Huisvestingsverordening.