Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Parketnummer: 09/767445-20 Raadkamernummers: 21/962 en 21/963 Beslissing van de rechtbank Den Haag, enkelvoudige raadkamer in strafzaken, op het beklag ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [klager 1] , geboren op [geboortedatum 1] 1966 te Rotterdam, voor deze zaak woonplaats kiezende op het kantoor van zijn advocaat mr. N. Claassen, adres: Tuinlaan 80 te Schiedam (3111 AW), hierna: [klager 1] , en [klager 2] , geboren op [geboortedatum 2] 1969 te Bogota, voor deze zaak woonplaats kiezende op het kantoor van zijn advocaat mr. N. Claassen, adres: Tuinlaan 80 te Schiedam (3111 AW), hierna: [klager 2] , hierna gezamenlijk te noemen: klagers. Inleiding Op het pand aan de [adres] te Rotterdam (hierna: het pand) is ten laste van klagers op de voet van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering beslag gelegd tot bewaring van het recht tot verhaal van een aan [naam] (hierna: [naam] ) op te leggen betalingsverplichting ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De procedure in raadkamer De rechtbank heeft dit beklag op 3 augustus 2021 in openbare raadkamer behandeld en heeft kennisgenomen van een deel van het strafdossier met bovengenoemd parketnummer. [klager 1] , bijgestaan door mr. N. Claassen, is gehoord. Tevens is de officier van justitie mr. A.F. Baas gehoord. [klager 2] is - hoewel daartoe goed opgeroepen - niet verschenen. [klager 1] heeft verklaard mede het woord te voeren namens [klager 2] , zijn compagnon en echtgenoot. Belanghebbende [naam] is - hoewel goed opgeroepen - niet verschenen. Het standpunt van klagers Klagers hebben verzocht om opheffing van het conservatoir beslag, omdat er geen strafvorderlijk belang bestaat om het beslag te laten voortduren. Klagers hebben zich op het standpunt gesteld dat de woning hen in eigendom toebehoort. Zij hebben de woning verhuurd aan [naam] , met wie zij tevens een koopovereenkomst ten aanzien van het pand zijn aangegaan waarin is overeengekomen dat het pand pas zal worden geleverd op 1 april 2022 of later. Deze constructie is gekozen omdat [naam] vooralsnog geen financiering kon krijgen voor de aankoop van het pand. Klagers hebben zich voorts op het standpunt gesteld dat zij weliswaar makelaar van beroep zijn, maar dat dit pand een privé-investering betreft. Alle overeenkomsten zijn schriftelijk en op legitieme wijze opgemaakt en overeengekomen. Klagers hebben niets te maken met enige strafbare feiten, terwijl zij nu wel de dupe worden van dit beslag. Het beslag is daarom onrechtmatig. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het beklag ongegrond moet worden verklaard. Er zijn veel aanwijzingen dat de in beslag genomen woning feitelijk toebehoort aan [naam] , die wordt verdacht van strafbare feiten. Het pand is hoogstwaarschijnlijk aan klagers gaan toebehoren met het kennelijke doel de uitwinning van voorwerpen te bemoeilijken of te verhinderen, terwijl klagers dit wisten of redelijkerwijze konden vermoeden. De officier van justitie heeft zich subsidiair – namelijk voor het geval dat de rechtbank van oordeel is dat geen sprake is van verhaalsfrustratie in de zin van artikel 94a, vierde lid, Sv – op het standpunt gesteld dat het pand vatbaar is voor verbeurdverklaring, omdat het witwassen van de woning ook onderdeel is van het strafrechtelijke verwijt aan [naam] . Meer subsidiair heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat na verkoop van de woning, met toepassing van artikel 33c, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, een vergoeding aan klagers kan worden betaald door de Staat. Het oordeel van de rechtbank Het strafrechtelijke onderzoek richt zich niet tegen klagers maar tegen [naam] . [naam] wordt verdacht van – onder meer – handel in cocaïne, hetgeen een misdrijf is waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd. Gezien deze verdenking is het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de rechter, later oordelend, aan deze verdachte een verplichting tot betaling van een geldboete of een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen. De rechtbank stelt voorop dat in het geval als het onderhavige, waarin op de voet van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering beslag is gelegd en een derde in een beklagprocedure op de voet van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering om teruggave verzoekt, als maatstaf moet worden aangelegd of zich het geval voordat doet buiten redelijke twijfel is dat die derde als eigenaar van het inbeslaggenomen voorwerp moet worden aangemerkt. Indien die derde als eigenaar wordt aangemerkt, moet de rechtbank onderzoeken of zich de situatie van artikel 94a, vierde of vijfde lid, Sv voordoet (vgl. HR 18 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:692). Uit het afschrift van de Basisregistratie Kadaster blijkt dat klagers sinds 6 april 2020 gezamenlijk eigenaar zijn van het pand. Op grond hiervan stelt de rechtbank vast dat klagers buiten redelijke twijfel als eigenaars van het pand moeten worden aangemerkt. De volgende vraag is of zich de situatie van artikel 94a, vierde of vijfde lid, Sv voordoet. Op grond van artikel 94a, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering, kunnen voorwerpen die toebehoren aan een derde alleen in beslag worden genomen indien voldoende aanwijzingen bestaan dat deze voorwerpen geheel of ten dele aan die ander zijn gaan behoren met het kennelijke doel de uitwinning van voorwerpen te bemoeilijken of te verhinderen, en die ander dit wist of redelijkerwijs kon vermoeden. De rechtbank stelt op dit punt het volgende vast. De verdenking tegen [naam] ziet onder meer op het invoeren van 1200 kg cocaïne, het voorhanden hebben van 1400 kg cocaïne, het meermalen uitvoeren van cocaïne naar het Verenigd Koninkrijk en het witwassen van het pand en een bedrag van twee miljoen euro. [naam] wordt onder meer gelinkt aan een container met 1200 kg cocaïne die in maart 2020 in de haven van Rotterdam is onderschept. Klagers hebben toegelicht (productie 1) dat zij werden benaderd door [naam] en zijn vrouw met de vraag om een huis voor hen aan te kopen dat ze op het oog hadden, waarbij [naam] de woning eerst twee jaar zou willen huren, omdat hij geen financiering voor de woning kon krijgen. Klagers hebben de woning aangekocht door het sluiten van een koopovereenkomst op 17 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.