beslissing RECHTBANK DEN HAAG Strafrecht Lurisnummer: EOB-1-2021010444 Raadkamernummer: 21/1367 Beslissing van de rechtbank Den Haag, enkelvoudige raadkamer in strafzaken, op het beklag ex artikel 552a juncto artikel 5.4.10 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [klaagster] , geboren op [geboortedatum] 1940, voor deze zaak woonplaats kiezende op het kantoor van haar advocaat mr. R. Malewicz, Van der Helstplein 3, 1072 PH Amsterdam, hierna: klaagster. 1Inleiding Naar aanleiding van een Europees Onderzoeksbevel (hierna: EOB) van de Franse autoriteiten, is door de rechter-commissaris op 26 mei 2021 beslag gelegd op een contant geldbedrag van 14.100,- euro. Klager heeft op 7 juni 2021 bij deze rechtbank een beklag ex artikel 552a Sv ingediend, strekkende tot teruggave van voormeld geldbedrag. 2De procedure in raadkamer De rechtbank heeft dit beklag op 5 oktober 2021 in raadkamer behandeld en heeft kennis genomen van het dossier met bovengenoemd lurisnummer. De Franse autoriteiten hebben in de aanhef van het door hen uitgevaardigde EOB verzocht • om geheimhouding van het onderliggende onderzoek. Het EOB en de onderliggende stukken zijn daarom niet verstrekt aan klaagster. Klaagster, bijgestaan door mr. Y. Nieboer, is gehoord. De officier van justitie, mr. A.M. Ariese, is gehoord. 3Het standpunt van klager De raadsvrouw voert het woord overeenkomstig haar pleitnota, welke zij aan de voorzitter overlegt en waarvan de inhoud als hier ingelast moet worden beschouwd. De pleitnota is als bijlage aan dit proces-verbaal gehecht. Klaagster legt uit het erg vervelend te vinden dat het geld in beslag is genomen. 4Het standpunt van de officier van justitie Ten aanzien van het geldbedrag stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat het beklag ongegrond moet worden verklaard. Het geldbedrag is in het kader van waarheidsvinding in beslag genomen. Er is sprake van klassiek beslag. Dit is niet ongebruikelijk in drugszaken. De Franse autoriteiten hebben niet afgezien van beslag, waardoor er van uit dient te worden gegaan dat het belang nog aanwezig is. De officier merkt op dat het ongebruikelijk is om met dergelijk groot bedrag spaargeld over straat te gaan. 5Het oordeel van de rechtbank 5.1 De bevoegdheid van de rechtbank De rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het beklag nu de doorzoeking heeft plaatsgevonden binnen het arrondissement Den Haag. 5.2 De ontvankelijkheid van klager Ingevolge artikel 5.4.10 Sv moet een beklag tegen inbeslagname naar aanleiding van een EOB binnen veertien dagen na kennisgeving van het rechtsmiddel worden ingediend bij de rechtbank. Na de beslaglegging op 26 mei 2021 is aan klaagster voormelde kennisgeving verstrekt. Klaagster heeft vervolgens binnen de termijn van veertien dagen haar klaagschrift ingediend bij de rechtbank, zodat zij kan worden ontvangen in haar beklag. 5.3 De inhoudelijke beoordeling De toetsing van de beklagrechter in verband met de rechtmatigheid van het beslag en de voortduring van het beslag omvat de vraag of aan de eisen van de wet is voldaan, en of anderszins geen fundamentele beginselen zijn geschonden. Het beklag over de rechtmatigheid van de inbeslagneming dan wel voortduring van het beslag kan tevens betrekking hebben op de gevolgen van de eventuele overdracht van het beslag. Voor wat betreft de vraag of is voldaan aan de eisen van de wet en of anderszins geen fundamentele beginselen zijn geschonden, dient te worden gekeken naar de bepalingen met betrekking tot de erkenning en uitvoering van een EOB. Een eventuele toetsing die de rechter uitvoert, mocht een beroep worden gedaan op de zorgvuldigheidseis, kan niet anders dan marginaal zijn, en betreft enkel de zorgvuldigheid waarmee de officier van justitie zijn afweging heeft gemaakt. Evenals in beklagprocedures naar aanleiding van beslag dat is gelegd in een Nederlands strafrechtelijk onderzoek behelst de toets van de rechter verder of het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzet. Die toets blijft marginaal, nu de omstandigheid dat een staat een EOB uitvaardigt in een (kennelijk) lopend onderzoek of strafrechtelijke procedure voldoende is om dit strafvorderlijk belang aan te nemen. Het is immers niet aan de Nederlandse rechter om onderzoek te doen naar de gronden voor het uitvaardigen van het onderliggende rechtshulpverzoek. De rechtbank stelt vast dat de Franse autoriteiten een EOB hebben uitgevaardigd, in het kader van een lopend strafrechtelijk onderzoek naar o.a. [naam] . Dit EOB is door de officier van justitie erkend en tenuitvoergelegd. De rechter-commissaris heeft bij de inbeslagname van het geldbedrag gebruik gemaakt van haar bevoegdheid tot het leggen van beslag ex artikel l 04 Sv. De inzet van de bevoegdheden is naar Nederlands recht rechtmatig geschied en er doen zich geen weigeringsgronden als bedoeld in artikel 5.4.4 Sv voor. Ten aanzien van het inbeslaggenomen geldbedrag overweegt de rechtbank dat de Franse autoriteiten verzoeken tot inbeslagname van alle elementen die verband houden met de strafbare feiten. Het geldbedrag is aangetroffen en inbeslaggenomen in de woning. Nu de Franse autoriteiten niet hebben medegedeeld afte zien van het beslag, is er naar het oordeel van de rechtbank dan ook een voortdurend belang van strafvordering. Gelet op vorenstaande moet het beklag ongegrond worden verklaard. Ten overvloede constateert de rechtbank dat de in artikel 5.4.10, vierde lid, Sv neergelegde wettelijke termijn van dertig dagen om tot een beschikking te komen, is overschreden. Dit heeft echter geen gevolgen voor de beoordeling van het beklag, nu deze krappe termijn - evenals de andere termijnen met betrekking tot het EOB - tot doel heeft de doorlooptijden in de internationale samenwerking te beknotten en niet het borgen van de belangen van individuele betrokkenen. 6Beslissing De rechtbank verklaart het beklag ongegrond. Aldus gedaan te Den Haag door mr. E.C. Kole, rechter, in tegenwoordigheid van mr. D.G. Lammerts van Bueren, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 oktober 2021. Deze beslissing is ondertekend door de rechter en de griffier:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.