beschikking RECHTBANK DEN HAAG Team handel Beschikking van 6 december 2021 in de zaak met zaaknummer / rekestnummer: C/09/590315 / HA RK 20-142 (hierna: de zaak 20-142) van: de naamloze vennootschap naar het recht van Curaçao REFINERIA DI KORSOU N.V. te Curaçao, verzoekster, advocaten: mr. J. Pas en mr. J.J. Nicastia te Amsterdam, t e g e n
- de naar het recht van de Bolivariaanse Republiek Venezuela opgerichte vennootschap PETRÓLEOS DE VENEZUELA S.A. te Caracas, Venezuela, verweerster sub 1,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PROPERNYN B.V. te Den Haag, belanghebbende ofwel verweerster sub 2, advocaten: mr. M. Deckers, mr. A. Rosielle en mr. J. van Borssum Waalkes te Amsterdam, en in de zaak met zaaknummer / rekestnummer: C/09/594115 / HA RK 20-270 (hierna: de zaak 20-270) van:
- de rechtspersoon naar het recht van Bermuda PHILLIPS PETROLEUM COMPANY VENEZUELA LIMITED te Houston, Texas, Verenigde Staten,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CONOCOPHILLIPS PETROZUATA B.V. te Den Haag, verzoeksters, advocaten: mr. J.K. van Hezewijk, mr. M.A. Broeders en mr. H.P. Boekhorst te Amsterdam, t e g e n
- de naar het recht van de Bolivariaanse Republiek Venezuela opgerichte vennootschap PETRÓLEOS DE VENEZUELA S.A. te Caracas, Venezuela, verweerster sub 1,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PROPERNYN B.V. te Den Haag, belanghebbende ofwel verweerster sub 2, advocaten: mr. M. Deckers, mr. A. Rosielle en mr. J. van Borssum Waalkes te Amsterdam. De rechtbank noemt hierna verzoekster in de zaak 20-142 ‘RDK’ en verzoeksters in de zaak 20-270 samen ‘COP’ (in enkelvoud). Verweerster sub 1 en belanghebbende ofwel verweerster sub 2 in beide zaken worden hierna samen aangeduid als ‘PDVSA c.s.’ (in enkelvoud). 1De procedure in de zaak 20-142 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de beschikking van 31 december 2020 en de daarin genoemde stukken; de faxbrief van RDK die de rechtbank heeft ontvangen op 14 juli 2021, met als bijlage een afschrift van het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie te Curaçao van 18 maart 2021; de brief van RDK die de rechtbank heeft ontvangen op 17 september 2021, met als bijlage een afschrift van de beschikking van het gerechtshof Den Haag van 14 september 2021; het bericht van de rechtbank aan partijen van 7 oktober 2021; de akte van RDK over de voortgang van de procedure, gedateerd 14 oktober 2021; de reactie daarop van PDVSA c.s., die de rechtbank heeft ontvangen 29 oktober
- in de zaak 20-270 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de beschikking van 31 december 2020 en de daarin genoemde stukken; de akte houdende verzoek tot verlenging kooptermijn van COP, die de rechtbank heeft ontvangen op 6 oktober 2021; het bericht van de rechtbank aan partijen van 7 oktober 2021; de akte uitlating verzoek tot verlenging verkooptermijn van PDVSA c.s., die de rechtbank heeft ontvangen op 29 oktober
- in beide zaken 1.
- Ten slotte heeft de rechtbank meegedeeld dat zij op 6 december 2021 in beide zaken een nadere beschikking zal geven. 2De nadere beoordeling in de zaak 20-142 2.
- RDK heeft het beslag gelegd op basis van een vonnis in kort geding van 4 maart 2020 van het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao (hierna: het vonnis in eerste aanleg). In de beschikking van 31 december 2020 heeft de rechtbank overwogen dat zij de verzoeken van RDK zou afwijzen, voor zover het Gemeenschappelijk Hof het vonnis in eerste aanleg zou vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de vordering van RDK zou afwijzen. Op 18 mei 2021 heeft het Gemeenschappelijk Hof de beslissing van het vonnis in eerste aanleg bevestigd. In zoverre heeft de rechtbank dus geen reden om de verzoeken van RDK af te wijzen. 2.
- In de beschikking van 31 december 2020 heeft de rechtbank de verzoeken van RDK aangehouden totdat zou zijn beslist op het exequaturverzoek van PDVSA voor het arbitrale vonnis ‘Emergency Interim Award’ met daarin het verbod tot tenuitvoerlegging van het vonnis in eerste aanleg. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat, voor zover het Gerechtshof Den Haag het verlof tot tenuitvoerlegging zou verlenen, de rechtbank het artikel 474g Rv-verzoek van RDK zou afwijzen, en daarmee ook de bijkomende verzoeken. Bij beschikking van 14 september 2021 heeft het Gerechtshof Den Haag het gevraagde verlof tot tenuitvoerlegging geweigerd. In zoverre is er dus evenmin grond voor afwijzing van de verzoeken van RDK. 2.
- Bij bericht van 7 oktober 2021 heeft de rechtbank RDK gevraagd om schriftelijk aan de rechtbank te berichten in hoeverre zij haar (deel)verzoeken handhaaft, welk belang zij daarbij heeft en op welke manier de behandeling volgens RDK moet worden voortgezet. Op 14 oktober 2021 heeft RDK – kort weergegeven – aan de rechtbank bericht dat zij vooralsnog geen belang heeft bij toewijzing van haar verzoek, dat zij daarbij in de toekomst mogelijk wel belang heeft, namelijk voor zover COP de executie staakt, en dat zij de rechtbank daarom vraagt haar verzoek voor onbepaalde tijd aan te houden. PDVSA c.s. heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 2.
- Niet uitgesloten is dat RDK in de toekomst belang zal hebben bij toewijzing van haar verzoeken. De rechtbank ziet verder geen bezwaar tegen aanhouding van de zaak tussen RDK en PDVSA c.s. De rechtbank willigt het verzoek van RDK om aanhouding daarom in, in die zin dat zij dit verzoek pro forma aanhoudt tot 30 juni
- in de zaak 20-270 2.
- COP heeft voldoende toegelicht dat er grond is voor verlenging van de termijn waarbinnen de beslagen aandelen onderhands verkocht mogen worden, voor de duur van zes maanden. PDVSA c.s. heeft daartegen geen bezwaar gemaakt. De rechtbank zal deze termijn daarom verlengen tot en met 30 juni
- De beslissing De rechtbank: in de zaak 20-142 2.
- houdt de verzoeken van RDK pro forma aan tot 30 januari 2022; in de zaak 20-270 2.
- verlengt de termijn waarbinnen de beslagen aandelen onderhands verkocht mogen worden tot en met 30 juni
- Deze beschikking is gegeven door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 6 december
- type: 1769