RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL20.8470 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. I. Wudka), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman). Procesverloop Bij besluit van 8 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Bondsrepubliek Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Eiser heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen (zaaknummer NL20.8471). Dat verzoek is door de voorzieningenrechter van deze rechtbank toegewezen bij uitspraak van 22 juni
- De voorzieningenrechter heeft daarbij de voorlopige voorziening getroffen dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Duitsland totdat is beslist op het beroep. Het onderzoek ter zitting in de beroepszaak heeft plaatsgevonden op 26 februari
- Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
- Verweerder heeft de rechtbank bij brief van 7 december 2020 bericht dat eiser op 3 november 2020 en op 10 november 2020 niet is verschenen in het kader van zijn meldplicht. Daarop is eiser op 10 november 2020 in de Basisvoorziening Vreemdelingen (BVV) gemeld als zijnde ‘Met Onbekende Bestemming vertrokken’ (MOB). De rechtbank stelt vast dat dat inmiddels 3,5 maand geleden is.
- De gemachtigde van eiser heeft de rechtbank desgevraagd op 19 januari 2021 meegedeeld dat er laatst op 16 december 2020 contact met eiser is geweest en dat eiser toen heeft verklaard een zwervend bestaan te leiden. Nu de gemachtigde van eiser zonder nadere toelichting niet ter zitting is verschenen, is niet duidelijk of eiser nog altijd in contact staat met zijn gemachtigde en zich in Nederland bevindt. De rechtbank leidt daaruit af dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2021 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.