RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL20.14504 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. R.J.J. Bosma), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils). Procesverloop Bij besluit van 23 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.14505, plaatsgevonden op 22 januari
- Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
- Eiseres stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum]. Marokko is aangewezen als veilig land van herkomst. Eiseres bestrijdt niet dat Marokko in het algemeen als veilig kan worden beschouwd.
- Verweerder neemt aan dat eiseres in Marokko problemen met haar familie heeft gekregen nadat zij haar uithuwelijking had geweigerd en bij haar familie bekend was geworden dat zij al een relatie had. Niet is gebleken dat eiseres daadwerkelijk problemen heeft gehad voor haar vertrek uit Marokko, in de periode van ruim een jaar waarin zij bij haar oma verbleef. Voorts is gebleken dat eiseres zich na haar vertrek uit Marokko niet onmiddellijk heeft gemeld in een van de landen van doorreis in de Europese Unie voor het indienen van een verzoek om internationale bescherming. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat eiseres volgens haar verklaringen nooit om bescherming heeft gevraagd bij de autoriteiten of andere organisaties in Marokko. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat het voor haar niet mogelijk is om in Marokko hulp en bescherming te krijgen tegen haar familie. Haar verklaring, dat zij zich in verband met de positie van haar vader als hoofd van de Inlichtingendienst niet tot de autoriteiten kan wenden, is gebaseerd op aannames en niet onderbouwd.
- Verweerder heeft dan ook niet ten onrechte geoordeeld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat Marokko vanwege de gestelde problemen voor haar niet kan worden gezien als veilig.
- Voor zover eiseres heeft aangevoerd dat Marokko voor haar niet veilig is omdat zij illegaal is uitgereisd, en dat dat strafbaar is, heeft verweerder terecht gewezen op de uitspraak van de Afdeling van 22 december
- Het feit dat in de aanwijzing als veilig land van herkomst verhoogde aandacht wordt gevraagd voor personen die in Marokko te maken krijgen met strafvervolging, betekent nog niet dat Marokko voor die groep niet veilig is. Daarnaast heeft verweerder gemotiveerd overwogen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat in haar geval bij terugkeer in Marokko ook daadwerkelijk sprake zal zijn van strafvervolging. Dit volgt niet uit de informatie van de website van de FIDH waar eiseres zich op beroept.
- De aanvraag is terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2021 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Kamerstukken II 2015-2016, 19637, nr. 2123 van 9 februari 2016, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-19637-2123.html Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ECLI:NL:RVS:2017:3605 Internationale federatie voor de mensenrechten