RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 20/6747 V-nummer: [V-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser, gemachtigde: mr. R. Deniz, en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, gemachtigde: mr. J. Visschers. Procesverloop Eiser heeft op 1 september 2020 beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 13 augustus 2020 (het bestreden besluit). De behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 10 februari 2021. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was aanwezig [naam] (referente), en H. Al Sudani als tolk. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Syrische nationaliteit te hebben. Referente stelt de moeder van eiser te zijn. Referente is op 26 september 2017 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Procedurele voorgeschiedenis 2. Op 6 december 2017 heeft referente aanvragen voor een mvv in het kader van nareis ingediend voor in totaal vier personen, onder wie haar drie kinderen ([naam], [naam] en [naam]). Die aanvragen zijn afgewezen. Ten aanzien van de kinderen heeft verweerder overwogen dat zij hun identiteit niet hebben aangetoond met documenten en dat er geen bewijsnood wordt aangenomen. Onderhavige procedure 3. Op 8 maart 2018 heeft referente nieuwe aanvragen ingediend voor de drie kinderen. De rechtbank zal zich in deze uitspraak hierna beperken tot het procesverloop voor wat betreft de aanvraag van (alleen) eiser. Bij besluit van 30 maart 2018 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Verweerder heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de identiteit en zowel de familierechtelijke relatie als de feitelijke gezinsband met referente niet zijn aangetoond. Eiser heeft bezwaar aangetekend tegen het primaire besluit en is vervolgens in beroep gegaan. Het beroep is door deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, bij uitspraak van 27 februari 2020 gegrond verklaard. De rechtbank heeft verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiser, met inachtneming van wat er in de uitspraak is overwogen. Die uitspraak is in hoger beroep door de Afdeling op 1 juli 2020 bevestigd. 4. Vervolgens heeft verweerder bij het bestreden besluit de bezwaren van eiser ongegrond verklaard. Daarbij heeft verweerder overwogen dat de identiteit van eiser en de familierechtelijke relatie met referente inmiddels zijn aangetoond. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat er tussen eiser en referente sprake is van een niet meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Verweerder heeft in dat verband overwogen dat eiser meerderjarig is. Uitspraak rechtbank 27 februari 2020 5. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 27 februari 2020 het beroep gegrond verklaard omdat verweerder in het bestreden besluit de verkeerde leeftijd als uitgangspunt heeft genomen. De rechtbank heeft in dat verband overwogen dat het peilmoment de datum is waarop referente Nederland is ingereisd en dat eiser toen 27 jaar oud was. De rechtbank heeft daarnaast overwogen dat verweerder in het toen bestreden besluit ten onrechte heeft overwogen dat referente heeft verklaard dat eiser niet financieel afhankelijk van haar is. De rechtbank heeft daarbij gewezen op het rapport van de hoorzitting waaruit blijkt dat referente heeft verklaard dat eiser financieel van haar afhankelijk is. Voorts heeft de rechtbank vastgesteld dat eiser en zijn broertje en zusje begin 2012, na de echtscheiding van hun ouders, tegen hun zin door hun vader zijn meegenomen naar [plaats], dat zij toen langere tijd geen contact met hun moeder hebben kunnen hebben, en dat zij uiteindelijk hebben kunnen vluchten en in Libanon zijn herenigd met hun moeder. De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder in het toen bestreden besluit heeft erkend dat de gezinsband niet als verbroken kan worden beschouwd en dat verweerder daarin aanleiding heeft gezien om zowel referente als de broer en zus van eiser uit te nodigen voor interviews. De rechtbank heeft overwogen dat niet valt in te zien waarom eiser niet is uitgenodigd voor een interview, zoals dat bij zijn zus en broer wel is gebeurd. De rechtbank heeft in dat verband opgemerkt dat hij in dezelfde omstandigheden verkeert als de andere kinderen. Het enkele feit dat eiser een paar jaar ouder is dan zijn broer en zus, heeft de rechtbank onvoldoende geacht voor de conclusie dat hij niet meer als jongvolwassene tot het gezin van zijn moeder behoort. De rechtbank heeft geoordeeld dat verweerder zich niet zonder nadere motivering op het standpunt heeft kunnen stellen dat er geen sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat eiser – ondanks dat hij ouder is dan 25 jaar – toch moet worden aangemerkt als jongvolwassene die nog tot het gezin van zijn moeder behoort. Tot slot heeft de rechtbank overwogen dat het feit dat eiser geen geldige antecedentenverklaring heeft overgelegd, onvoldoende is om de aanvraag te kunnen afwijzen. Uitspraak hoger beroep Afdeling 1 juli 2020 6. De rechtbank stelt vast dat de Afdeling in haar uitspraak van 1 juli 2020 niet inhoudelijk is ingegaan op de beroepsgronden van verweerder in hoger beroep tegen de uitspraak van 27 februari 2020. De Afdeling heeft de uitspraak van 27 februari 2020 bevestigd en heeft daarbij overwogen dat verweerder in hoger beroep is gekomen, terwijl het geconstateerde gebrek zich (los van de vraag wat de uitkomst van de nieuwe besluitvorming moet zijn) eenvoudig laat herstellen. Beroepsgronden 7. Eiser heeft zich in beroep op het standpunt gesteld dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. Eiser stelt in dat verband dat hij na de uitspraak van 27 februari 2020 nog steeds niet is uitgenodigd voor een interview en dat hij ook niet anderszins in de gelegenheid is gesteld om nog omstandigheden naar voren te brengen op grond waarvan verweerder van zijn eigen beleid moet afwijken. Daarbij merkt eiser op dat zijn omstandigheden gelijk zijn aan die van zijn jongere broer en zus. Eiser heeft verder toegelicht dat zijn situatie in Beiroet is verslechterd en dat hij door de slechte omstandigheden nog afhankelijker is van referente dan voorheen. Volgens eiser is de situatie na de ontploffing in Beiroet en vanwege Corona onhoudbaar geworden en referente is niet meer in staat om hem op afstand te helpen. Leeftijd 8. Uit het nareisbeleid van verweerder, neergelegd in paragraaf C2/4.1 van de Vc volgt dat verweerder een verblijfsvergunning asiel verleent op grond van artikel 29, tweede lid, van de Vw als de kinderen, ouders, echtgeno(o)t(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.