← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:3658

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/5113 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2021 in de zaak tussen [eiser] , eiser, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde: mr. R. Poyraz), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. C. Griffioen). Procesverloop In het besluit van 9 januari 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot afgifte van een document als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen. In het besluit van 10 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden per Skypeverbinding op 16 maart

  1. Eiser en zijn echtgenote zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
  2. Eiser is geboren op [geboortedag] 1980 en heeft de Venezolaanse nationaliteit. Hij beoogt verblijf bij zijn twee minderjarige, Nederlandse kinderen. Eiser is in augustus 2019 naar Nederland gekomen en verblijft sindsdien bij zijn echtgenote, [echtgenote] , en twee kinderen.
  3. De rechtbank stelt voorop dat uit het arrest Chavez-Vilchez volgt dat artikel 20 van het Werkingsverdrag van de Europese Unie (VWEU) zich verzet tegen nationale maatregelen die tot gevolg hebben dat EU-burgers het effectieve genot wordt ontzegd van de belangrijkste aan hun status van EU-burger ontleende rechten. Een dergelijke situatie ontstaat wanneer een staatsburger van een derde staat het recht wordt ontzegd te verblijven in een lidstaat waar zijn minderjarige kinderen, die staatsburger zijn van die lidstaat en te zijnen laste komen, verblijven. Uit de rechtsoverwegingen 75 tot en met 78 van het arrest Chavez-Vilchez volgt dat de vreemdeling die een op artikel 20 van het VWEU gebaseerd afgeleid verblijfsrecht wenst te verkrijgen gegevens moet overleggen waaruit blijkt dat hij een verblijfsrecht aan dit artikel ontleent. Het is vervolgens aan verweerder om op basis van deze overgelegde gegevens te onderzoeken of er een zodanige afhankelijkheidsrelatie tussen de vreemdeling en zijn kind bestaat, dat bij een weigering om aan hem een verblijfsrecht toe te kennen, het kind gedwongen zou worden het grondgebied van de EU te verlaten.
  4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de aanvraag op goede gronden afgewezen omdat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij daadwerkelijke zorg- en opvoedtaken verricht en dat er sprake is van een zodanige afhankelijkheidsrelatie dat de kinderen gedwongen zouden worden het grondgebied van de Europese Unie te verlaten als het verblijfsdocument wordt geweigerd. De overgelegde bewijstukken heeft verweerder hiertoe onvoldoende kunnen achten. Eiser is eind augustus 2019 naar Nederland gekomen. Daarvoor woonde eiser in Venezuela en vanaf 2016 in Libanon. Uit de overgelegde verklaringen van de kinderfysiotherapeut en de directeur van basisschool de Kleine Wereld, blijken niet meer dan marginale zorgtaken. De stelling dat hij de hele dag voor zijn kinderen zorgt wanneer zijn echtgenote werkt, is niet met stukken onderbouwd. Verder is niet duidelijk gebleken wat de rol van eiser voor kinderen was voor zijn komst in augustus
  5. Ook uit de in beroep overgelegde schermafdrukken van whatsappgesprekken volgt dit niet.
  6. Ter zitting heeft de echtgenote van eiser aangegeven dat zij de afgelopen jaren hebben geprobeerd om als gezin bij elkaar te zijn maar dat het door verschillende omstandigheden niet lukte. Zij heeft toen het oudste kind vier maanden oud was een jaar met eiser in Venezuela verbleven. Daarna is zij teruggegaan naar Nederland om te werken. De bedoeling was dat eiser ook naar Nederland zou komen. Eiser was echter een tijd niet in het bezit van een paspoort en stond onder behandeling voor zijn depressie. Daarnaast is het oudste kind veel ziek geweest, wat de situatie ook bemoeilijkte.
  7. Ter zitting is besproken dat voor een geslaagde aanvraag voor een document als bedoeld in artikel 9 van de Vw, meer bewijsstukken nodig zijn. Bijvoorbeeld de uitreis en inreis stempels in het paspoort van de echtgenote om het verblijf in Venezuela te staven, de arbeidsovereenkomst van de echtgenote, bewijs van de behandeling van eiser voor zijn depressie, verklaringen van een bezoek met de kinderen aan de huisarts, een uitgebreidere verklaring van school en foto’s ter ondersteuning.
  8. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2021 door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E.J. Valk, griffier. De rechter is verhinderd te tekenen. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.