RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/7361 [V-Nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen [eiseres] , geboren op [geboortedatum] 1987, van Turkse nationaliteit, eiseres (gemachtigde: mr. B. Aydin), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.D. Albarda). Procesverloop Bij besluit van 23 december 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om wijziging van het doel van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [naam 2] ’ in ‘arbeid als zelfstandige’ afgewezen. Het daartegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 2 september 2020 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard. Op 30 september 2020 heeft de rechtbank het beroepschrift van eiseres ontvangen. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 maart 2021. Eiseres is verschenen en vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn voornoemde gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Dönmez, tolk in de Turkse taal. Verder is namens verweerder verschenen [naam 1] . De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten. Overwegingen Inleiding 1. Eiseres is op 1 mei 2018 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [naam 2] ’. Deze verblijfsvergunning is verleend met een geldigheidsduur tot 1 mei 2023. Op 24 september 2019 heeft eiseres een aanvraag voor de wijziging van het doel van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [naam 2] ’ in ‘arbeid als zelfstandige’ ingediend. Bij de aanvraag heeft eiseres de volgende stukken overgelegd: - een uittreksel van de KvK daterend van 26 maart 2019; - een balans winst- en verliesrekening en BTW-aangifte van het tweede kwartaal van 2019; - een kopie van haar Turkse paspoort, geldig tot en met [dato] 2021; - een kopie van haar verblijfsdocument; - diverse certificaten van gevolgde Pilates workshops; - een kopie van haar huwelijksboekje; - een uittreksel uit de BRP; - referenties van klanten; - in- en verkoopfacturen; - afschriften van betaalrekeningen; en - een bedrijfsovereenkomst. Nadien heeft eiseres het volgende overgelegd: - een ondernemingsplan ‘Pilates by Damla’ gedateerd 10 februari 2020, opgesteld door ICONIUM Financial Consultants. Standpunt verweerder 2. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiseres niet voldoet aan de beperking, verband houdende met het doel waarvoor zij wil verblijven. In het bestreden besluit handhaaft verweerder zijn standpunt onverkort. Verweerder stelt onder meer dat niet is voldaan aan de documentatievereisten van bijlage 8aa, behorend bij artikel 3.20a, vierde lid, van het Voorschrift Vreemdelingen (VV) 2000 en paragraaf B6/4.5 van de Vreemdelingencirculaire (Vc) 2000, waardoor niet beoordeeld kan worden of een wezenlijk Nederlands belang wordt gediend met eiseres haar werkzaamheden als zelfstandige. Het ondernemingsplan biedt volgens verweerder onvoldoende inzicht in eiseres haar kennis en vaardigheden. De vakinhoudelijke expertise van eiseres moet met stukken worden aangetoond. De certificaten die eiseres bij haar ondernemingsplan heeft overgelegd zijn niet voorzien van een waardering van Nuffic of de SBB. Hierdoor is het voor verweerder niet mogelijk om de authenticiteit van de diploma’s vast te stellen. Verder is volgens verweerder het ondernemingsplan te algemeen, summier en onvoldoende onderbouwd met stukken voor wat betreft de markt- en concurrentieanalyse. Voor wat betreft de marktanalyse heeft eiseres een beschrijving gegeven van de markt, maar deze beschrijving is van algemene aard en is niet toegespitst op de branche en/of regio waarin haar onderneming actief is. Voor wat betreft de concurrentieanalyse heeft eiseres summier beschreven waarin zij zich ten opzichte van de concurrentie onderscheidt. Ook stelt verweerder zich op het standpunt dat het ondernemingsplan eveneens geen onderbouwde informatie over het marktaandeel, de marketing, de risico’s en het prijsbeleid bevat. Daarbij stelt verweerder dat de doelgroep summier en onvoldoende beschreven is. Verder acht verweerder eiseres’ financiële onderbouwing en exploitatiegegevens onvoldoende. De aanvraag is daarom niet voor advies voorgelegd aan de RvO, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de minister van EZK. Daarnaast ziet verweerder geen bijzondere omstandigheden om van de beleidsregels af te wijken en eiseres haar aanvraag toch in te willigen. Eiseres heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd. Beroepsgronden eiseres 3. Eiseres voert aan dat zij voldoende stukken heeft overgelegd om de aanvraag voor te leggen aan de minister van EZK. Ten onrechte meent verweerder dat het ondernemingsplan als zodanig niet voldoet aan de gestelde eisen en dat eiseres te weinig stukken heeft overgelegd. Verweerder beoordeelt het ondernemingsplan inhoudelijk, terwijl hij hiertoe niet bevoegd is. Eiseres is van mening dat het ondernemingsplan voldoende concreet is en goed inzicht geeft in de uitvoering van haar plannen. Eiseres bestrijdt het standpunt van verweerder dat de markt- en concurrentieanalyse en het financiële plan in het ondernemingsplan te algemeen zijn beschreven. Eiseres stelt onder andere dat verweerder miskent dat eiseres formeel geen arbeid mag verrichten en toch meerdere klanten bereid heeft gevonden om met haar te werken. Ook is eiseres van mening dat het niet mogelijk is om een meer gedetailleerde concurrentieanalyse te maken, omdat de data hiervoor niet voorhanden is. Verder meent verweerder ten onrechte dat niet is gebleken dat het financiële plan niet onderbouwd is. In het financiële plan is duidelijk aangegeven hoe eiseres haar omzetdoelstellingen wenst te realiseren. Eiseres doet tevens een beroep op het gelijkheidsbeginsel. In dit verband wijst eiseres naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van 15 mei 2019 en een tweetal uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 17 december 2019 en 14 juli 2020. Verder merkt eiseres op dat verweerder geen eenduidige lijn heeft op grond waarvan zaken aan de RvO worden voorgelegd. Vrijwel geen enkel ondernemingsplan is in de ogen van verweerder voldoende. Uit het beleid blijkt niet hoe specifiek de markt- en concurrentieanalyse moeten zijn. Sinds 2017 zijn er nauwelijks ondernemingsplannen aan de minister van EZK voorgelegd. Eiseres stelt dat sprake is van willekeur en gebrek aan transparantie over wat wel en niet wordt voorgelegd. Verweerder is de afgelopen jaren een strengere toetsingsmaatstaf voor Turkse zelfstandigen gaan hanteren. Een dergelijke aanscherping van het beleid is in strijd met de standstill-bepaling. Bovendien is de hoorplicht geschonden. Juridisch kader 4. Op grond van artikel 4:2, tweede lid, van de Awb, is het aan eiseres om de gegevens en bescheiden te verschaffen die nodig zijn voor de beslissing op haar aanvraag en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Bijlage 8aa, behorend bij artikel 3.20a, vierde lid, van het VV 2000 en paragraaf B6/4.5 van de Vc 2000 beschrijven de bewijsmiddelen ten behoeve van een adviesaanvraag bij de RvO. De behoefte aan de onderneming in Nederland en de levensvatbaarheid moeten worden aangetoond met een ondernemingsplan dat, onder meer, een marktanalyse bevat toegespitst op het eigen product of de eigen dienst. De marktanalyse bevat minimaal informatie over de kenmerken van de specifieke markt, de doelgroep, de concurrentie (het onderscheidend vermogen), het potentieel marktaandeel, de marketing, de risico’s en het prijsbeleid. Ter financiële onderbouwing worden verschillende stukken verlangd, zoals BTW-aangiftes en -beschikkingen, verkoopfacturen, bankafschriften, balans-, omzet- en resultaatprognoses. De marktanalyse dientverder gestaafd te worden met informatie over eiseres haar vakinhoudelijke kennis. Hiertoe zijn onder meer geschikt, ten eerste, afschriften van behaalde diploma’s voorzien van een waardering van de Nuffic/SBB, voor zover het een buitenlands diploma betreft en, ten tweede, arbeidsovereenkomst(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.