← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:3948

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 20/7981 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiseres 1 V-nummer: [V-nummer] [naam] , eiseres 2 V-nummer: [V-nummer] [naam] , eiser V-nummer: [V-nummer] [naam] , eiseres 3 V-nummer: [V-nummer] hierna gezamenlijk: eisers (gemachtigde: mr. A.W.M. van de Wouw), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda). Procesverloop Bij besluit van 12 oktober 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen de weigering om hen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) te verlenen ongegrond verklaard. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 24 februari 2021, tezamen met het beroep van de ouders van referent met zaaknummer AWB 20/

  1. Eisers hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens waren ter zitting aanwezig [naam] (referent) en A. Solomon (tolk). Overwegingen
  2. Eisers stellen de Eritrese nationaliteit te bezitten en te zijn geboren op respectievelijk [geboortedatum] 2005, [geboortedatum] 2008, [geboortedatum] 2010 en [geboortedatum]
  3. Zij stellen de zussen en broer van referent te zijn. Referent is sinds 15 mei 2018 in het bezit van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Referent heeft ten behoeve van het verblijf van eisers in Nederland op 5 december 2018 mvv’s voor het verblijfsdoel ‘familie en gezin’ aangevraagd. Bij besluit van 16 mei 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder deze aanvragen afgewezen.
  4. Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eisers daartegen ongegrond verklaard. Daarbij heeft verweerder overwogen dat omdat de aanvraag van hun ouders is afgewezen, eisers en hun ouders niet van elkaar worden gescheiden. Zij kunnen hun familieleven buiten Nederland voortzetten. Het bestreden besluit is daarom niet in strijd met artikel 8 van het EVRM. De rechtbank oordeelt als volgt.
  5. De rechtbank heeft bij uitspraak van vandaag met zaaknummer AWB 20/7973 het beroep van de ouders van eisers ongegrond verklaard. Nu eisers niets hebben aangevoerd tegen het standpunt van verweerder dat eisers niet worden gescheiden van hun ouders en er daarom geen sprake is van strijd met artikel 8 van het EVRM, heeft verweerder ook de aanvragen van eisers kunnen afwijzen.
  6. Het beroep is ongegrond.
  7. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 maart
  8. Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.