vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/582749 / HA ZA 19-1135 Vonnis van 20 januari 2021 in de zaak van I.P.V. DELFT, INGENIEURSBUREAU VOOR PRODUCTVORMGEVING B.V., te Delft eiseres, advocaat mr. H.J. Deinum te Den Haag, tegen VCONSYST PARTICIPATIES B.V., te Genemuiden, gemeente Zwartewaterland gedaagde, Advocaat mr. M. Russchen te Amersfoort. Partijen zullen hierna IPV Delft en VConsyst genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 22 oktober 2019, met producties 1 t/m 14; de conclusie van antwoord van 29 januari 2020, met producties 1 t/m 12; het tussenvonnis, waarin een comparitie van partijen is gelast; het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 28 oktober 2020, die vanwege de beperkende maatregelen als gevolg van het Covid-19 virus via een videoverbinding is gehouden, en de daarin genoemde stukken. te weten: de akte vermeerdering en vermindering van eis; de schriftelijke pleitnotitie van IPV Delft van 28 oktober 2020; de antwoordakte van VConsyst. 1.2. Het proces-verbaal van de comparitie van partijen is opgemaakt buiten aanwezigheid van partijen, die in de gelegenheid zijn gesteld daar opmerkingen van feitelijke aard over te maken. Deze opmerkingen van partijen, gemaakt bij brieven van 7 december 2020 behoren tot de processtukken. 1.3. Ten slotte is een datum voor het wijzen van vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. IPV Delft houdt zich bezig met het ontwerpen en realiseren van infrastructuur, verlichting en voorzieningen voor de openbare ruimte. 2.2. VConsyst houdt zich bezig met de ontwikkeling en productie van ondergrondse afvalsystemen. 2.3. In 2001 heeft [A] (hierna: [A] ), bestuurder en aandeelhouder van IPV Delft, ten behoeve van een aanbestedingsprocedure in Zoetermeer een inwerpzuil voor een ondergrondse afvalcontainer ontworpen (hierna: ‘de Zoetermeerzuil’). 2.4. Op 10 september 2001 heeft [A] het hieronder afgebeelde Benelux-modelrecht van de Zoetermeerzuil gedeponeerd onder inschrijfnummer 33796-01. 2.5. In 2007 is de gemeente Amstelveen een aanbestedingsprocedure gestart met een uitvraag naar ondergrondse inwerpzuilen. VConsyst heeft de aanbesteding gewonnen. Zij heeft een inwerpzuil ontworpen, die zij onder de naam M71 op de markt brengt. 2.6. Op 1 oktober 2007 hebben IPV Delft en VConsyst een Royaltyovereenkomst voor onbepaalde duur gesloten. De considerans vermeldt onder meer het volgende: “- ipv Delft heeft in opdracht van de Gemeente Zoetermeer een serie inwerpzuilen ontworpen (de zgn. "Zoetermeerzuil"); - ipv Delft heeft het auteursrecht op dit ontwerp en heeft het ontwerp ook via een Benelux modeldepot beschermd (depotnr: 33796-01). - In opdracht van de gemeente Amstelveen is een inwerpzuil ontworpen welke gelijkenissen vertoont met de "Zoetermeerzuil". Deze inwerpzuil wordt aangeduid als "Amstelveenzuil". De Amstelveenzuil wordt door vconsyst in de markt gezet onder de naam Metro® M71. - VConsyst heeft reeds een aantal van deze Amstelveenzuilen aan de Gemeente Amstelveen geleverd en geplaatst. - VConsyst heeft aan ipv Delft te kennen gegeven de Amstelveenzuil verder te willen exploiteren in die zin, dat deze ook wordt verkocht en geleverd aan derden (buiten Amstelveen); - Partijen zijn daarbij overeengekomen, dat ipv Delft recht heeft op royalties bij verkoop van de Amstelveenzuil. De afspraken dienaangaande hebben Partijen neergelegd in onderhavige overeenkomst.” 2.7. Voor zover van belang luidt de Royaltyovereenkomst, waarin IPV Delft is aangeduid als ‘de ontwerper’ en VConsyst als ‘de leverancier’, als volgt: “1.1 De ontwerper verleent aan de leverancier toestemming om het ontwerp van de Amstelveenzuil te exploiteren, dit door middel van het te (laten) vervaardigen en te verkopen van producten op basis van het ontwerp. Een afbeelding van de Amstelveenzuil is als bijlage 1 bij deze overeenkomst gevoegd en maakt daarvan deel uit. 1.2 De toestemming is geografisch beperkt tot de Benelux. In overleg kan onder vergelijkbare voorwaarden een overeenkomst voor buiten de Benelux gesloten worden. (…) 2.2 Het is de leverancier niet toegestaan om zonder de schriftelijke toestemming van de ontwerper wijzigingen in het ontwerp aan te brengen. Het aangegeven materiaalgebruik en de schaal/afmetingen van het ontwerp worden in deze zin uitdrukkelijk tot het ontwerp gerekend. IPV Delft zal haar toestemming voor wijzigingen niet op onredelijke gronden onthouden. (…) 2.4 De leverancier zal de in dit artikel bedoelde rechten van de ontwerper op geen enkele wijze betwisten. (…) 3.1 De leverancier zal de ontwerper per verkocht product een royalty van 45,- euro exclusief BTW vergoeden. Dit minimum wordt jaarlijks, voor het eerst op 1 oktober 2008 geïndexeerd volgens het indexcijfer: consumentenprijsindex (CPI) alle huishoudens. 3.2 De leverancier zal royalty's dienen af te dragen over alle (exclusief binnen het grondgebied gemeente Amstelveen te plaatsen) door hem geproduceerde/verhandelde producten, ongeacht of er in het de licentie betreffende gebied bescherming van intellectuele eigendom kan worden ingeroepen. 3.3 Over producten die aan de Gemeente Amstelveen worden geleverd behoeven geen royalty's te warden afgedragen, een en ander voor zover de levering van de betreffende producten onder de overeenkomst tussen de Gemeente Amstelveen en ipv Delft valt. (…) 4.1 Leverancier zal binnen drie weken na elke jaarswisseling aan de ontwerper een deugdelijk onderbouwde en overzichtelijke afrekening doen toekomen waarin de relevante aantallen van de verkochte producten en de bedragen m.b.t. de voor dat kwartaal aan de ontwerper toekomende royalty's zullen zijn opgenomen. (…) 4.3 De ontwerper heeft het recht de opgave en afrekening van de leverancier te doen controleren door een registeraccountant. Het resultaat van dit onderzoek is voor beide partijen bindend. De kosten van deze controle zullen voor rekening van de ontwerper komen, tenzij de uitkomst van de controle door de accountant meer dan 4 % of euro 500,- afwijkt van de opgave en de afrekening door de leverancier. In dat geval zullen de kosten door de leverancier warden gedragen.” Bijlage 1 bij de Royaltyovereenkomst is een afbeelding van de M71, die in de overeenkomst wordt aangeduid als ‘de Amstelveenzuil’. Bijlage 2 bij de Royaltyovereenkomst is een afbeelding van de Zoetermeerzuil: 2.8. In 2016-2017 heeft VConsyst de M71 doorontwikkeld naar de M73, die hieronder staat afgebeeld: 2.9. VConsyst heeft de M71 en de M73 vermarkt in Frankrijk en in Noorwegen. 2.10. In 2015 en 2016 heeft IPV Delft VConsyst gesommeerd om de verkoop van de M71 en M73 buiten de Benelux te staken en opgave te doen van de verkopen buiten de Benelux. 2.11. VConsyst heeft betwist royalty’s verschuldigd te zijn voor verkopen van de M71 en M73 buiten de Benelux. Zij heeft de Royaltyovereenkomst bij brief van 19 februari 2016 vernietigd wegens dwaling en, voor zover nodig, opgezegd. 2.12. Op 13 december 2018 heeft IPV Delft aan VConsyst laten weten dat de exclusieve exploitatierechten met betrekking tot het ontwerp door [A] zijn overgedragen aan IPV Delft en heeft zij VConsyst opnieuw gesommeerd de exploitatie buiten de Benelux te staken en opgave te doen. 3Het geschil in de hoofdzaak 3.1. IPV Delft vordert – na wijziging van eis en verkort weergegeven – bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis: primair A. VConsyst te veroordelen tot nakoming van de afspraken uit hoofde van de Royaltyovereenkomst; B. VConsyst te gebieden binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis een schriftelijk overzicht aan de advocaat van IPV Delft over te leggen waarin de volgende informatie is opgenomen: a. hoeveel inwerpzuilen M71 dan wel M73 zij heeft geproduceerd, althans laten produceren en de verkochte en geleverde hoeveelheid M71 en M73 in de Benelux; b. de partijen aan wie de inwerpzuilen heeft geleverd; c. waar de inwerpzuilen geproduceerd zijn, d. alles voorzien van de relevante onderliggende stukken verband houdende met inkopen, verkopen en productie, op verbeurte van een dwangsom van € 10.000 per dag of gedeelte van de dag dat in strijd wordt gehandeld met dit bevel en/of in strijd met de waarheid wordt verklaard; C. VConsyst te gebieden binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis schriftelijk overzicht aan de advocaat van IPV Delft over te leggen waarin de onder B. genoemde informatie is opgenomen, op verbeurte van een dwangsom; D. VConsyst te veroordelen tot betaling van de verschuldigde royaltybijdrage, gebaseerd is op de onder B en C te verstrekken opgave; E. VConsyst te gebieden met onmiddellijke ingang buiten de Benelux het vervaardigen, aanbieden, in de handel brengen, verkopen, leveren, verhuren, invoeren, uitvoeren, tentoonstellen, gebruiken of in voorraad hebben van de inwerpzuilen te staken en gestaakt te houden op verbeurte van een dwangsom van € 2.500 per inwerpzuil of € 10.000 per dag of gedeelte van de dag dat in strijd wordt gehandeld met dit bevel; subsidiair indien sprake is van een rechtsgeldige vernietiging op grond van dwaling: F. VConsyst te gebieden met onmiddellijke ingang iedere inbreuk op bestaande en toekomstige model- en auteursrechten van IPV Delft - waaronder maar niet uitsluitend het verhandelen van kopieën van de M71 dan wel de M73 - te staken en gestaakt te houden op verbeurte van een dwangsom van € 2.500 per inbreukmakend product of € 10.000 per dag of gedeelte van de dag dat in strijd wordt gehandeld met dit bevel; G. VConsyst te gebieden binnen veertien dagen na heden een schriftelijk overzicht aan de advocaat van IPV Delft over te leggen waarin de onder B. sub a. t/m c. opgesomde informatie is opgenomen, op verbeurte van een dwangsom van € 10.000 per dag of gedeelte van de dag dat in strijd wordt gehandeld met dit bevel en/of in strijd met de waarheid wordt verklaard; primair als subsidiair H. VConsyst te veroordelen in de kosten van deze procedure ex artikel 1019h Rv en volgens het liquidatietarief indien de zaak als een gewone civiele zaak zal worden behandeld; M. VConsyst te veroordelen in de nakosten. 3.2. IPV Delft vordert primair nakoming van de Royaltyovereenkomst. Subsidiair beroept zij zich op het Benelux-model en roept zij auteursrechtelijke bescherming van de Zoetermeerzuil in. 4De beoordeling Bevoegdheid 4.1. De rechtbank is op grond van artikel 26 Brussel I bis-Vo (internationaal) en artikel 110 Rv (relatief) bevoegd om van de vorderingen tegen VConsyst kennis te nemen, nu VConsyst in de procedure is verschenen en die bevoegdheid niet heeft betwist. Het Beneluxmodel is niet relevant voor de bevoegdheid in deze zaak over het vermarkten van de M71 en M73 buiten de Benelux, in Frankrijk en Noorwegen. De primaire vorderingen A t/m E 4.2. Niet in geschil is dat de Royaltyovereenkomst wordt beheerst door Nederlands recht. Bij de beoordeling van de op deze overeenkomst gegronde vorderingen, gaat de rechtbank veronderstellenderwijs ervan uit dat de Royaltyovereenkomst geldt tussen partijen. 4.3. Bij de uitleg van de Royaltyovereenkomst komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen van deze overeenkomst mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, waarbij mede van belang kan zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht. 4.4. Niet ter discussie staat dat VConsyst in de Benelux geen M71 en M73-zuilen heeft vermarkt, afgezien van de in Amstelveen geplaatste M71-zuilen waarover partijen hebben afgerekend en waar deze zaak niet over gaat. De vermarkting van M71- en M73-zuilen in Frankrijk en Noorwegen valt buiten de territoriale reikwijdte van de Royaltyovereenkomst. Het betoog van IPV Delft komt erop neer dat de Royaltyovereenkomst buiten de Benelux kan worden toegepast, nu geen uitvoering is gegeven aan artikel 1.2 van die overeenkomst. Artikel 1.2 Royaltyovereenkomst regelt echter alleen dat partijen nieuwe, vergelijkbare afspraken kunnen maken voor buiten de Benelux. Het enkele achterwege blijven van een nieuwe vergelijkbare overeenkomst voor buiten de Benelux, is geen grond voor de door IPV Delft boogde toepassing van de Royaltyovereenkomst in Frankrijk en Noorwegen. Voor zover IPV Delft met haar vordering A mede het oog heeft op artikel 1.2 van de Royaltyovereenkomst, geldt dat deze bepaling geen verplichting inhoudt. Er is dus geen sprake van enige tekortkoming. 4.5. De vorderingen A tot en met E moeten dus worden afgewezen. Aan bespreking van de overige geschilpunten met betrekking tot de Royaltyovereenkomst, zoals het beroep op dwaling van VConsyst en de vraag of rechtsgeldig is opgezegd, wordt niet toegekomen. De subsidiaire vorderingen F en G 4.6. De rechtbank volgt IPV Delft niet in haar betoog dat VConsyst haar recht om verweer te voeren tegen deze vorderingen heeft prijsgegeven in de Royaltyovereenkomst, omdat VConsyst daarmee (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.