← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:468

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummers: NL20.19609 en NL20.19976 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen [naam 1] en [naam 2], eisers V-nummers: [nummer 1] en [nummer 2] (gemachtigde: mr. A. Agayev), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.A.C.M. Prins). Procesverloop Bij besluiten van 10 november 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 januari

  1. Eisers zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaken ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Overwegingen
  2. Bij de bestreden besluiten heeft verweerder besloten de asielaanvragen van eisers niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is.
  3. Op 7 januari 2021 heeft verweerder de bestreden besluiten ingetrokken en eisers aanvragen opgenomen in de nationale procedure, omdat eisers niet binnen de overdrachtstermijn aan Duitsland zijn overgedragen.
  4. Nu verweerder opnieuw gaat beslissen op de asielaanvragen van eisers, hebben zij geen belang meer bij de beoordeling van hun beroepen. De beroepen zijn daarom niet- ontvankelijk.
  5. In reactie op de intrekking van de bestreden besluiten hebben eisers nog aangevoerd dat verweerder had kunnen weten dat zij vanwege hun ernstige medische klachten niet binnen de overdrachtstermijn konden worden overgedragen.
  6. Voor zover eisers hiermee willen betogen dat er aanleiding is om verweerder te veroordelen in de proceskosten, volgt de rechtbank hen niet. In de bestreden besluiten is immers overwogen dat eisers hun medische gesteldheid niet met recente medische documenten hebben onderbouwd. De in beroep overgelegde medische verklaring en afsprakenbrief dateren van na het bestreden besluit. Deze documenten raken dus niet de rechtmatigheid van het overdrachtsbesluit. Verder geldt dat het verstrijken van de overdrachtstermijn een feitelijke omstandigheid is die niet kan afdoen aan de juistheid van het bestreden besluit.
  7. De verzoeken om een proceskostenveroordeling van verweerder worden dan ook afgewezen. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2021 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. N.H. de Zeeuw, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: 20 januari 2021 Documentcode: DSR13823947 Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.