RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/4185 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 maart 2021 in de zaak tussen [eiser] , eiser, v-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. R.C. van den Berg), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. F. Özcan-Saglik). Procesverloop Bij besluit van 1 april 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder eisers aanvraag om uitstel van vertrek als bedoeld in artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 afgewezen. Bij besluit van 18 mei 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft via een Skype-verbinding plaatsgevonden op 21 januari 2021. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Mevrouw S. Mardo nam als tolk deel aan de zitting. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1980 en bezit de Iraakse nationaliteit. Hij verblijft als vreemdeling in Nederland. 2. Bij besluit van 3 juli 2008 is aan eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van (toenmalig) artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 (de Vw 2000). Bij besluit van 28 juni 2010 heeft verweerder deze verblijfsvergunning ingetrokken vanwege het vervallen van het categoriaal beschermingsbeleid. Het beroep is door deze rechtbank, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, op 18 juli 2011 ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft het hoger beroep van eiser tegen de uitspraak kennelijk ongegrond verklaard bij uitspraak van 31 juli 2012. 3. Eiser heeft nadien zes opvolgende asielaanvragen ingediend. Geen van deze aanvragen hebben geresulteerd in rechtmatig verblijf. Een zevende opvolgende asielaanvraag is in behandeling. Daarnaast heeft eiser op 8 augustus 2019 verzocht om uitstel van vertrek als bedoeld in artikel 64 van de Vw 2000. 4. Het Bureau Medische Advisering (het BMA) heeft op 24 oktober 2019 op verzoek van verweerder een advies uitgebracht. Uit het advies volgt dat het achterwege blijven van medische behandeling weliswaar kan leiden tot een medische noodsituatie op korte termijn, maar dat de noodzakelijke medicijnen en medische behandeling in Irak aanwezig zijn. Verder blijkt uit het advies dat eiser in staat is om te reizen, maar dat medische begeleiding tijdens de reis door een (psychiatrisch) verpleegkundige noodzakelijk is vanwege het risico van een suïcidepoging of aanval van epilepsie onder stress. Daarnaast heeft het BMA aanbevolen dat eiser bij terugkeer een schriftelijke overdracht van zijn medische gegevens meeneemt en voldoende medicatie om de reis te overbruggen. 5. Verweerder heeft eisers aanvraag om uitstel van vertrek, onder verwijzing van het advies van BMA, afgewezen, omdat uit het advies volgt dat de noodzakelijke medicatie en behandeling in Irak aanwezig is en eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de zorg niet toegankelijk is voor hem. Het BMA heeft in het advies als voorbeeld instellingen in Bagdad genomen, maar dit is geen uitputtende lijst van de instellingen in Irak. Dit betekent volgens verweerder dus niet dat de medische zorg enkel beschikbaar is in Bagdad. Eiser heeft dit volgens verweerder ook niet onderbouwd. Voor zover eiser stelt dat hij geen toegang heeft tot Bagdad of dat hij zich als Soenniet niet (veilig) kan vestigen in Bagdad, blijkt dit volgens verweerder niet uit de door eiser overgelegde stukken. Hoewel eiser diverse stukken heeft overgelegd, zijn deze stukken volgens verweerder algemeen van aard en daarmee onvoldoende. Uit de overgelegde stukken blijkt ook niet dat hij de medische zorg niet kan bekostigen. 6. Verweerder heeft in het bezwaarschrift van eiser geen aanleiding gezien om tot een ander besluit te komen. Hij heeft de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd en het bezwaar (kennelijk) ongegrond verklaard. 7. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en stelt dat hij in Irak geen toegang heeft tot de medische zorg. Naast dat hij niet kan terugkeren naar Irak, wijst hij erop dat hij afkomstig is uit Mosul en de instellingen in het advies van BMA allemaal zijn gevestigd in Bagdad. Dit maakt de medische zorg feitelijk niet toegankelijk voor hem, omdat de afstand tussen Mosul en Bagdad ruim 400 km is en hij niet in staat is om deze afstand (zonder begeleiding) te overbruggen. Verder stelt eiser dat hij als non-resident geen toegang heeft tot Bagdad en hij zich als Soenniet niet kan handhaven in Bagdad. Hij doet daarbij een beroep op de uitspraak van de Afdeling van 9 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1612). Omdat hij geen banden heeft met Bagdad zal hij feitelijk geen toegang krijgen tot Bagdad, want hiervoor is vereist dat hij verklaringen kan overhandigen van twee sponsoren en een Mukthar. Juist omdat hij geen banden heeft met Bagdad is dit een onmogelijke opgave. Daar komt bij dat hij als Soenniet snel verdacht zal worden van banden met de Islamitische Staat. In dit kader verwijst hij naar het rapport van EASO van september 2020. Zijn opname in kliniek Veldzicht is volgens hem een indicatie dat hij kwetsbaar is en de medische zorg in Irak feitelijk niet toegankelijk is, nog daargelaten dat de medicijnen voor hem niet betaalbaar zijn. Tot slot wijst eiser erop dat hij afhankelijk is van thuiszorg en dit niet aanwezig is in Mosul. 8. Aan de rechtbank ligt de vraag voor of verweerder terecht geen nader onderzoek heeft gedaan naar de feitelijke toegankelijkheid van de medische zorg in Irak die eiser nodig heeft. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt. 8.1. Een advies van BMA is een deskundigenadvies, wat gebaseerd is op informatie verstrekt door de behandelaars van de vreemdeling. Wanneer dit advies zorgvuldig tot stand is gekomen en inhoudelijk inzichtelijk en concludent is, mag verweerder in beginsel uitgaan van de juistheid van het advies. Eiser heeft geen contra-expertise overgelegd. 8.2. Niet in geschil is dat het achterwege blijven van medische behandeling kan leiden tot een medische noodsituatie op korte termijn. In geschil is of de noodzakelijke medicijnen en medische behandeling in Irak toegankelijk zijn. Blijkens het advies van BMA is eiser in staat om te reizen met gangbare vervoermiddelen en zijn de voor hem noodzakelijke medische behandeling(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.