RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 20/6533 uitspraak van de meervoudige kamer van 27 mei 2021 in de zaak tussen [eiseres] N.V., te [vestigingsplaats] , eiseres (gemachtigden: mrs. J. Molenaar en J. Keur), en het bestuur van de Nederlandse Emissieautoriteit, verweerder (gemachtigden: mr. E.A. Binnema en dr. M.A.J. Leenders). Procesverloop Bij besluit 16 juli 2020 heeft verweerder aan eiseres vier bestuurlijke boetes opgelegd van in totaal € 270.989,-. Eiseres heeft hiertegen met instemming van verweerder rechtstreeks beroep ingesteld (artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)). Eiseres heeft een nader stuk ingediend. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft een nadere reactie gegeven. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 april
(5)Het monitoringplan, dat voorziet in gedetailleerde, volledige en transparante documentatie met betrekking tot de methode voor een specifieke installatie of vliegtuigexploitant, dient een centraal element te vormen van het bij deze verordening ingestelde systeem. Regelmatige actualisering van het plan dient te worden voorgeschreven, zowel in reactie op de bevindingen van de verifiërende partij als op eigen initiatief van de exploitant of vliegtuigexploitant. De hoofdverantwoordelijkheid voor de implementatie van de monitoringmethode, waarvan onderdelen worden gespecificeerd door middel van procedures die in deze verordening worden voorgeschreven, dient in handen te blijven van de exploitant of de vliegtuigexploitant. [..] Artikel 3 – Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: [..] 16. ‘ nauwkeurigheid’: de mate van overeenstemming tussen het resultaat van een meting en de echte waarde van een bepaalde grootheid of een referentiewaarde die met behulp van internationaal aanvaarde en traceerbare kalibratiematerialen en standaardmethoden empirisch is bepaald, rekening houdend met zowel toevals- als systematische factoren; [..] Artikel 6 (Consistentie, vergelijkbaarheid en transparantie) 1. De monitoring en rapportage zijn consistent en vergelijkbaar van het ene tot het volgende tijdstip. Hiertoe gebruiken exploitanten en vliegtuigexploitanten dezelfde monitoringmethoden en gegevensverzamelingen, behoudens eventuele door de bevoegde autoriteit goedgekeurde wijzigingen en afwijkingen. 2. Exploitanten en vliegtuigexploitanten moeten monitoringgegevens, met inbegrip van aannamen, verwijzingen, activiteitsgegevens, emissiefactoren, oxidatiefactoren en conversiefactoren op transparante wijze verzamelen, registreren, samenvoegen, analyseren en documenteren, op zodanige wijze dat de verificateur en de bevoegde autoriteit de bepaling van de emissies kunnen reproduceren. Artikel 7 (Nauwkeurigheid) Exploitanten en vliegtuigexploitanten dragen er zorg voor dat de bepaling van emissies noch systematisch, noch opzettelijk onnauwkeurig is. Zij identificeren en reduceren eventuele bronnen van onnauwkeurigheid zover als mogelijk. Zij doen gepaste inspanningen om te zorgen dat berekeningen en metingen van emissies met de hoogst haalbare nauwkeurigheid worden uitgevoerd. Artikel 8 (Integriteit van de methode) [..] De gerapporteerde emissiegegevens en daarmee samenhangende bekendmakingen bevatten geen beduidende onjuiste opgaven, zijn zodanig dat systematische fouten bij de selectie en presentatie van informatie worden vermeden en geven een betrouwbare en evenwichtige beschrijving van de emissies van een installatie of een vliegtuigexploitant. [..] Artikel 11 (Algemene verplichting) 1. Iedere exploitant of vliegtuigexploitant voert een monitoring van broeikasgasemissies uit, op basis van een monitoringplan dat overeenkomstig artikel 12 is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit, rekening houdend met de aard en het functioneren van de installatie of de luchtvaartactiviteit waarvoor het wordt gebruikt. Het monitoringplan wordt waar nodig aangevuld met schriftelijke procedures die door de exploitant of vliegtuigexploitant worden vastgesteld, gedocumenteerd, ingevoerd en onderhouden inzake activiteiten die onder het monitoringplan vallen. [..] Artikel 24 (Berekening van emissies volgens de standaardmethode) 1. Bij de standaardmethode berekent de exploitant de verbrandingsemissies per bronstroom door vermenigvuldiging van de activiteitsgegevens met betrekking tot de hoeveelheid verbrande brandstof, uitgedrukt in terajoule op basis van de calorische onderwaarde, met de overeenkomstige emissiefactor, uitgedrukt in ton CO2 per terajoule (t CO2/TJ) in overeenstemming met het gebruik van de calorische onderwaarde, en met de overeenkomstige oxidatiefactor. De bevoegde autoriteit mag het gebruik toestaan van emissiefactoren voor brandstoffen, uitgedrukt als t CO2/t of t CO2/Nm3. In dat geval bepaalt de exploitant de verbrandingsemissies door vermenigvuldiging van de activiteitsgegevens in verband met de hoeveelheid verbrande brandstof, uitgedrukt in ton of kubieke meter normaal, met de overeenkomstige emissiefactor en de overeenkomstige oxidatiefactor. [..] Artikel 26 (Toepasselijke niveaus) 1. Bij het definiëren van de relevante niveaus overeenkomstig artikel 21, lid 1, ter bepaling van de activiteitsgegevens en elke berekeningsfactor, maakt elke exploitant gebruik van het volgende: a.
- a)ten minste de in bijlage V opgenomen niveaus, in het geval van een installatie van categorie A, of wanneer er een berekeningsfactor vereist is voor een bronstroom die een commercieel verhandelbare standaardbrandstof is;
- b)in andere gevallen dan de in punt
- a)bedoelde, het hoogste niveau zoals gedefinieerd in bijlage II. De exploitant mag echter één niveau lager gebruiken dan het verplichte niveau overeenkomstig de eerste alinea voor installaties van categorie C, en tot twee niveaus lager voor installaties van categorie A en B, met als minimum niveau 1, mits hij ten genoegen van de bevoegde autoriteit aantoont dat het verplichte niveau overeenkomstig de eerste alinea technisch niet haalbaar is of leidt tot onredelijke kosten. De bevoegde autoriteit mag, gedurende een overgangsperiode van maximaal drie jaar, een exploitant toestemming geven om lagere niveaus toe te passen dan die bedoeld in de tweede alinea, met als minimum niveau 1, mits aan de volgende twee voorwaarden is voldaan: a.
- a)de exploitant toont ten genoegen van de bevoegde autoriteit aan dat het krachtens de tweede alinea vereiste niveau technisch niet haalbaar is of tot onredelijke kosten leidt;
- b)de exploitant dient een verbeteringsplan in waarin wordt aangegeven hoe en wanneer minstens het krachtens de tweede alinea vereiste niveau zal worden bereikt 2. Voor activiteitsgegevens en elke berekeningsfactor voor kleine bronstromen past de exploitant het hoogste niveau toe dat technisch haalbaar is en niet leidt tot onredelijke kosten, met als minimum niveau 1. 3. Voor activiteitsgegevens en elke berekeningsfactor voor de-minimisbronstromen mag de exploitant de activiteitsgegevens en elke berekeningsfactor bepalen aan de hand van conservatieve schattingen in plaats van niveaus, tenzij een gedefinieerd niveau haalbaar is zonder extra inspanningen. 4. Voor de oxidatiefactor en conversiefactor past de exploitant minimaal de laagste niveaus genoemd in bijlage II toe. 5. In de gevallen waarin de bevoegde autoriteit het gebruik heeft toegestaan van emissiefactoren uitgedrukt in t CO2/t of t CO2/Nm3 voor brandstoffen en voor brandstoffen die worden gebruikt als ingezet materiaal voor het proces of in massabalansen in overeenstemming met artikel 25, mag de calorische onderwaarde worden gemonitord aan de hand van lagere niveaus dan het hoogste niveau gedefinieerd in bijlage II. Artikel 29 (Meetsysteem buiten de controle van de exploitant) [..] 2. De exploitant draagt zorg voor de naleving van het toepasselijke niveau krachtens artikel 26. Hiertoe mag de maximale toelaatbare fout bij het gebruik die krachtens de desbetreffende wetgeving inzake nationale wettelijke metrologische controle is toegestaan voor de bedoelde handelstransacties, worden gebruikt als onzekerheid, zonder dat aanvullende bewijzen nodig zijn. Als de toepasselijke eisen krachtens de nationale wettelijke metrologische controle minder streng zijn dan het in artikel 26 bepaalde toepasselijke niveau, vraagt de exploitant bewijzen voor de van toepassing zijnde onzekerheid aan de handelspartner die voor het meetsysteem verantwoordelijk is. Artikel 30 (Bepaling van berekeningsfactoren) [..] 2. De exploitant bepaalt en rapporteert berekeningsfactoren in overeenstemming met de toestand waarop de activiteitsgegevens betrekking hebben, namelijk de toestand van de brandstof of het materiaal waarin de brandstof of het materiaal is gekocht of gebruikt in het proces dat emissies veroorzaakt, voordat het is gedroogd of op een andere manier is bewerkt voor laboratoriumanalyse. Als een dergelijke methode tot onredelijke kosten leidt of als een grotere nauwkeurigheid kan worden bereikt, mag de exploitant voor de rapportage van activiteitsgegevens en berekeningsfactoren verwijzen naar de toestand waarin de laboratoriumanalyses zijn uitgevoerd. [..] Wet milieubeheer [..] Artikel 18.5 1. Het is verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel: artikel 4 in verbinding met de artikelen 5 tot en met 9, en de artikelen 11, 12, 50, 51, 52, 57 en 68. 2. Het is voorts verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel: de artikelen 14, 15, 16, 19 tot en met 50, 53, 54, 55, 58 tot en met 67, 69, 72 en 73. [..] Artikel 18.16a In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens [..] artikel 18.5 kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen. [..] Algemene wet bestuursrecht [..] Artikel 5:1 1. In deze wet wordt verstaan onder overtreding: een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. 2. Onder overtreder wordt verstaan degene die de overtreding pleegt of medepleegt. [..] Artikel 5:40 1. Onder bestuurlijke boete wordt verstaan: de bestraffende sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom. [..] Artikel 5:41 Het bestuursorgaan legt geen bestuurlijke boete op voor zover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten. [..] Artikel 5:45 1. Indien artikel 5:53 van toepassing is, vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vijf jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden. [..] Artikel 5:46 1. De wet bepaalt de bestuurlijke boete die wegens een bepaalde overtreding ten hoogste kan worden opgelegd. 2. Tenzij de hoogte van de bestuurlijke boete bij wettelijk voorschrift is vastgesteld, stemt het bestuursorgaan de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Het bestuursorgaan houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. [..] 4. Artikel 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing. Artikel 5:51 1. Indien van de overtreding een rapport is opgemaakt, beslist het bestuursorgaan omtrent het opleggen van de bestuurlijke boete binnen dertien weken na de dagtekening van het rapport. [..] Artikel 7:1a 1. In het bezwaarschrift kan de indiener het bestuursorgaan verzoeken in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter, zulks in afwijking van artikel 7:1. [..] 3. Het bestuursorgaan kan instemmen met het verzoek indien de zaak daarvoor geschikt is. [..] Beleidsregels Nederlandse emissieautoriteit handhaving handel in emissierechten 2016 [..] Artikel 2 1. Het bestuur van de Nederlandse emissieautoriteit bepaalt de hoogte van een bestuurlijke boete voor overtredingen als bedoeld in artikel 18.16a, eerste lid, van de Wet milieubeheer, voor zover het een overtreding betreft bedoeld in Bijlage I, in overeenstemming met de formule, bedoeld in Bijlage III. [..] Bijlage I. Categorisering overtredingen In onderstaande tabellen I en II is voor de meest waarschijnlijke overtredingen per overtreding de ernstfactor van de overtreding aangegeven. De ernstfactor bepaalt de indicatieve hoogte van de dwangsombedragen bedoeld in bijlage II en maakt onderdeel uit van de berekening van de boetebedragen bedoeld in bijlage III. Tabel I vermeldt overtredingen met een kwantificeerbaar effect. Tabel II vermeldt overtredingen zonder kwantificeerbaar effect. De kwantificeerbaarheid van het effect maakt onderdeel uit van de berekening van de boetebedragen bedoeld in Bijlage III. [..] Tabel I. Overtredingen met kwantificeerbaar effect [..] Tabel II. Overtredingen zonder kwantificeerbaar effect [..] Bijlage III. Hoogte boetebedragen 1. Formule boetebedrag De hoogte van de bestuurlijke boete wordt bepaald op basis van de volgende formule: Boete = Vast bedrag + Variabel bedrag x Correctiefactor + Economisch voordeel 2. Vast bedrag Als onderdeel van de boete is een vast bedrag vastgesteld van € 5.000,–. 3. Variabel bedrag Voor het variabele bedrag in de boete wordt onderscheid gemaakt tussen overtredingen met een kwantificeerbaar en een niet-kwantificeerbaar effect. 3.1. Variabel bedrag voor kwantificeerbaar effect In bijlage I, tabel I van de Beleidsregels Nederlandse emissieautoriteit handhaving handel in emissierechten 2016 zijn overtredingen gecategoriseerd waarvan het effect als kwantificeerbaar is aangemerkt. In die gevallen wordt de ernst van de overtreding bepaald door de omvang van het (potentiële) effect. Het variabele bedrag van de boete voor kwantificeerbare overtredingen wordt dan hierdoor bepaald, en door een marktgerelateerde boetewaarde en een inrichtingsfactor. Formule variabel bedrag bij kwantificeerbaar effect: Variabel bedrag = Effect van de overtreding x Marktgerelateerde boetewaarde x Inrichtingsfactor Effect van de overtreding Bij overtredingen met betrekking tot monitoring en rapportage van de CO2-emissies wordt het (potentiële) effect, mits dat kwantificeerbaar is, uitgedrukt in ton CO2. Een afwijking is een overtreding ongeacht of de afwijking positief of negatief is. Bij overtredingen met betrekking tot de toewijzing van emissierechten wordt het effect bepaald door de hoeveelheid emissierechten die als gevolg van de overtreding achteraf gezien teveel zijn toegewezen of verleend. Marktgerelateerde boetewaarde Het variabele bedrag wordt onder andere bepaald door een marktgerelateerde boetewaarde. De emissieautoriteit stelt jaarlijks op uiterlijk 31 december de gemiddelde veilingprijs van een emissierecht vast, die in dat jaar gerealiseerd is. De emissieautoriteit publiceert deze veilingprijs op haar website (www.emissieautoriteit.nl). De boetewaarde wordt bepaald door deze veilingprijs met een door de emissieautoriteit te bepalen generieke factor te vermenigvuldigen en vervolgens af te ronden in hele euro’s. De vaste generieke vermenigvuldigingsfactor is tenminste 1 en ten hoogste 4. De boetewaarde wordt toegepast op alle kwantificeerbare overtredingen begaan in het jaar waarvoor de boetewaarde is vastgesteld. Wanneer voor enig jaar nog geen boetewaarde is vastgesteld wordt de laatst vastgestelde boetewaarde toegepast. Als de duur van de overtreding meerdere kalenderjaren bestrijkt, wordt de hoogste boetewaarde van die kalenderjaren toegepast. Inrichtingsfactor De emissieautoriteit kan bij het bepalen van het variabele bedrag eventueel nog differentiëren naar gelang van de omvang van de emissies van de inrichting (bij luchtvaartexploitanten: omvang van de emissies van de vloot van de exploitant), in verband met de grotere of kleinere plaats die de inrichting (c.q. vloot) inneemt in het systeem van handel in emissierechten. Daarmee kan de emissieautoriteit ook uitdrukking geven aan een grotere verantwoordelijkheid en grotere zorg die van een grotere emittent mag worden verwacht. Dat gebeurt dan met een “inrichtingsfactor” die kan verschillen al naar gelang de emissies van de betrokken inrichting c.q. vloot. Daarbij kan bijvoorbeeld voor wat betreft inrichtingen aansluiting worden gezocht bij de categorieën A, B en C als bedoeld in artikel 19 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel. 3.2 Variabel bedrag voor niet-kwantificeerbaar effect In bijlage I, tabel II van de Beleidsregels Nederlandse emissieautoriteit handhaving handel in emissierechten 2016 zijn overtredingen gecategoriseerd waarvan het effect als niet-kwantificeerbaar is aangemerkt. In die gevallen wordt de omvang van de emissie gezien als belangrijke indicator voor de ernst van de overtreding en de (potentiële) gevolgen voor het systeem van de handel in emissierechten. Het variabele bedrag van de boete voor niet-kwantificeerbare overtredingen wordt dan met name hierdoor bepaald. Daarnaast wordt de ernst van de overtreding bepaald door de aard van de overtreding en de tijdsduur van de overtreding. Formule variabel bedrag bij niet-kwantificeerbaar effect: Variabel bedrag = Emissiegerelateerd bedrag x Ernstfactor aard x Ernstfactor tijdsduur Emissiegerelateerd bedrag Het variabele bedrag wordt gerelateerd aan de omvang van de gerapporteerde emissies in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de overtreding heeft plaatsgevonden en wordt berekend aan de hand van de totale emissie van de inrichting en een schijvensysteem volgens onderstaande tabel I. Wanneer er geen emissiegegevens over het voorgaande jaar bekend zijn, of de emissies ten tijde van de overtreding sterk afwijken van de emissies in het voorgaande jaar, maakt de emissieautoriteit voor het berekenen van het variabele bedrag gebruik van een schatting op basis van de meest actuele emissiegegevens. Ernstfactor aard In bijlage I van de Beleidsregels Nederlandse emissieautoriteit handhaving handel in emissierechten is aan meest waarschijnlijke overtredingen een ernstfactor toegekend. In onderstaande tabel II is per ernstfactor de wegingsfactor aangegeven die daarvoor wordt toegepast bij het bepalen van het variabele bedrag. Ernstfactor tijdsduur a.
- a)Algemeen In onderstaande tabel III is per tijdsduur de wegingsfactor aangegeven die daarvoor toegepast wordt bij het bepalen van het variabele bedrag. [..] 4. Correctiefactor Naast de ernst van de overtreding en de (potentiële) gevolgen voor de handel in emissierechten wordt het boetebedrag ook bepaald door de overige omstandigheden van het geval. Daartoe wordt door een totale correctiefactor in ieder geval rekening gehouden met de omstandigheden vermeld in tabel V op de daarin vermelde wijze. Formule correctiefactor: Totale correctiefactor = C1 x C2 x C3 In onderstaande tabel V zijn de omstandigheden en daarvoor geldende correctiefactoren aangegeven waarmee in ieder geval rekening gehouden wordt bij het bepalen van de totale correctiefactor voor het totale boetebedrag. 5. Economisch voordeel Als er sprake is van economisch voordeel dat niet gecorrigeerd kan worden door ambtshalve vaststelling van het emissiecijfer, door aanpassing van de toewijzing van emissierechten of door terugvordering van teveel verleende emissierechten, wordt de boete, onder aftrek van een eventueel nadeel dat rechtstreeks verband houdt met de overtreding, verhoogd met het saldo van het resterende voordeel. Wanneer er geen sprake is van een voordelig saldo is er geen sprake van economisch voordeel. Indicatieve aard beleidsregel en belangenafweging Deze beleidsregel is indicatief ten aanzien van de hoogte van dwangsom- en boetebedragen. Op grond van de Awb dient een bestuursorgaan bij het nemen van een handhavingsbesluit rekening te houden met de feitelijke omstandigheden, de betrokken belangen af te wegen en daarbij evenredigheid te betrachten. Mede daartoe bevat de beleidsregel ten aanzien van de hoogte van de dwangsombedragen een marge voor de NEa, bevat de formule voor de hoogte van het boetebedrag onder meer een correctiefactor en enkele andere nader in te vullen factoren. Het is aan de NEa om deze factoren op onderdelen nader in te vullen en zo nodig aan te passen. Zo wordt voorkomen dat de beleidsregel zelf naar aanleiding van de eerste ervaringen daarmee eventueel al op korte termijn moet worden aangepast. Daar waar in de beleidsregel de NEa ruimte tot nadere invulling is gelaten, wordt de NEa wel geacht deze invulling op consistente wijze te verrichten en niet op ad hoc-basis. Dat geldt bijvoorbeeld voor de vermenigvuldigingsfactor in de marktgerelateerde boetewaarde, de inrichtingsfactor en de recidivefactor. Anderzijds is de verwijtbaarheidsfactor naar zijn aard geheel afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Dat geldt ook voor de mogelijkheid aanvullende correcties uit te voeren, met behoud van een afschrikwekkende werking. Op grond van de Awb handelt het bestuursorgaan overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn. Voorts geldt uiteraard dat, wanneer toepassing van de beleidsregel zou leiden tot een hoger boetebedrag dan het in artikel 18.16e van de Wm bedoelde maximum, het wettelijk maximum prevaleert. Overtredingen met een al dan niet kwantificeerbaar effect Deze beleidsregel introduceert met name een nieuwe systematiek voor de bestuurlijke boete bij overtredingen waarvan de omvang van het effect van de overtreding kwantificeerbaar is. Deze overtredingen zijn vermeld in tabel I van bijlage I. Wanneer de omvang van het effect van een overtreding kwantificeerbaar is, wordt deze omvang gezien als belangrijkste indicator voor de ernst van de overtreding. Bij kwantificeerbare effecten van overtredingen komt de omvang van de potentiële schade voor het emissiehandelssysteem immers zeer duidelijk tot uitdrukking. Daarom vormt dit de kern van het variabele bedrag van de boete. Bij overtredingen met betrekking tot monitoring en rapportage van de CO2-emissies betreft dit de omvang in tonnen CO2. Bij overtredingen met betrekking tot de toewijzing van emissierechten betreft dit de omvang in aantallen emissierechten die als gevolg van de overtreding achteraf gezien teveel zijn gestort (verleend), of waarin dit het effect had kunnen zijn (bijvoorbeeld bij het niet of niet tijdig melden van een gedeeltelijke beëindiging als bedoeld in artikel 45 van de Regeling handel in emissierechten). De totale omvang van de emissies van de betrokken inrichting is hier niet het vertrekpunt maar kan meewegen om, in oplopende mate, gewicht toe te kennen aan de grotere verantwoordelijkheid van grotere emittenten voor de goede werking van het systeem van emissiehandel en aan de grotere expertise en zorgvuldigheid die daarom van hen mag worden verwacht. Voor deze functie is het voldoende om voor de omvang van de emissies bij de inrichtingsfactor bijvoorbeeld aan te sluiten bij de categorie-indeling gebaseerd op artikel 19 van de MRV. Bij niet-kwantificeerbare overtredingen (vermeld in tabel II van bijlage I) is het niet mogelijk de boeteomvang te bepalen aan de hand van de omvang van het effect van de overtreding. In deze gevallen wordt het variabele bedrag van de boete op een andere manier berekend. De ernst van de overtreding wordt hierbij bepaald op basis van de aard (welke norm is overtreden) en tijdsduur (hoe lang is de norm overtreden). Daarnaast komt in het variabele bedrag met name ook het potentiële gevolg van de overtreding tot uitdrukking. De omvang van de jaarlijkse hoeveelheid emissie wordt bij deze overtredingen gezien als belangrijkste indicator hoe groot de potentiële schade voor het emissiehandelssysteem is. Het potentiële gevolg wordt uitgedrukt als functie van de geverifieerde en gerapporteerde emissie (jaarvracht) van de inrichting in het jaar voorafgaand aan de overtreding. Vanwege de belangrijke rol van de emissieomvang in deze gevallen wordt hier voor de berekening van het variabel bedrag aangesloten bij de meest actuele totale emissiegegevens. Daarbij wordt een schijvensysteem gehanteerd vergelijkbaar met de methodiek van het belastingstelsel, maar met een daarvan verschillende uitwerking. Over de eerste schijf wordt een hoger bedrag per kiloton CO2 berekend dan over de tweede en de derde schijf. Dat het bedrag per kiloton CO2 door dit schijvensysteem afvlakt is ingegeven door de noodzaak te voorkomen dat aan grote emittenten onaanvaardbaar hoge bedragen worden opgelegd. Anderzijds zou een lager uniform bedrag per kiloton over de hele linie teveel afbreuk doen aan de afschrikkende werking van de sanctie. Beleidsregels voor het bestuur van de Nederlandse emissieautoriteit inzake het bepalen van de hoogte van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete bij de handhaving van de regels voor de handel in emissierechten [..] Artikel 3 1. Bij het bepalen van de hoogte van de bestuurlijke boete houdt het bestuur van de emissieautoriteit in ieder geval rekening met: a. de indicatie van de hoogte van de bestuurlijke boete per soort overtreding in de bij deze beleidsregels behorende bijlage II; b. de omstandigheid dat de onderneming de overtreding uit eigen beweging heeft beëindigd; c. de omstandigheid dat de emissieautoriteit reeds eerder onherroepelijk een vergelijkbare overtreding door de onderneming heeft vastgesteld; d. de omvang van de schade voor het systeem van handel in broeikasgasemissie-rechten, of het systeem van handel in NOx-emissierechten, en e. het eigen voordeel voor de onderneming bij de overtreding. [..] Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap. Verordening nr. 601/2012 van de Europese Commissie van 21 juni 2012 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG. Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 5 juli 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1818) en uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 24 november 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:881). Zie paragraaf D, onder 7(a), van het monitoringsplan. Artikel 24, eerste lid, van de MRV. Zie artikel 3, punt 16, van de MRV. Vgl. de uitspraak van de Afdeling van 17 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1235. Zie punt 1 van de considerans van de MRV. ECLI:NL:RVS:2016:226. Vgl. punt 5 van de considerans van de MRV. ECLI:NL:RVS:2018:2627. Verslag van het verhoor van 30 augustus 2018, p. 4. Zie bijv. punt 5 van de considerans van de MRV. Zie artikel 29, tweede lid, van de MRV. Hof van Justitie van de Europese Unie, arrest van 29 april 2015, ECLI:EU:C:2015:287. Zie punt 1 van de considerans van de MRV. ECLI:NL:CRVB:2020:2871. ECLI:NL:HR:2020:973. ECLI:NL:CRVB:2018:370. Artikel 5:51, eerste lid, van de Awb. Zie bijv. de uitspraak van de Afdeling van 27 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4261. ECLI:NL:RVS:2010:BN2591.