← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:5924

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.4020 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser v-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. R.W.J.L. Loonen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: R.A.P.M. van der Zanden ). Procesverloop Bij besluit van 16 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 mei

  1. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen K.C. Okori. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
  2. Niet in geschil is dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek van eiser om internationale bescherming. Met het fictieve claimakkoord wordt aangenomen dat Italië het asielverzoek zal behandelen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen en zijn internationale verplichtingen. Daarbij geldt het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
  3. De door eiser ingeroepen rapporten van SFH van 21 januari 2020 en AIDA van 27 mei 2020 geven geen aanleiding hiervan af te wijken. De rechtbank verwijst hiervoor naar uitspraken van diverse zittingsplaatsen.
  4. Op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag ervan worden uitgegaan dat eiser in Italië op toereikende wijze wordt opgevangen. Eiser heeft zijn stelling dat dit vanwege de uitbraak van Covid-19 moet worden betwijfeld niet onderbouwd.
  5. Evenzeer mag er van uit worden gegaan dat Italië zich zal houden aan het verbod van refoulement. Indien eiser meent dat hij ten onrechte wordt uitgezet door Italië, dient hij daarover te klagen bij de Italiaanse autoriteiten. Ook voor zover eiser meent dat zijn strafproces in Italië niet eerlijk verloopt, kan hij daarover eerst in Italië en zo nodig daarna bij het EHRM klagen.
  6. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat de Covid-19 pandemie niet afdoet aan de juistheid van het overdrachtsbesluit. Indien vanwege Covid-19 niet kan worden overgedragen aan Italië is dat een tijdelijke feitelijke belemmering. Eerst na het verstrijken van de overdrachtstermijn heeft dit ook juridische gevolgen. De omstandigheid dat eiser geen zekerheid heeft over zijn asielverzoek, zolang hij niet is overgedragen is inherent aan de uitvoering van de Dublinverordening.
  7. Er is geen aanleiding voor de conclusie dat het bestreden besluit moet worden vernietigd vanwege onvoldoende zorgvuldige voorbereiding of motivering of vanwege het evenredigheidsbeginsel.
  8. Het beroep is ongegrond.
  9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2021 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Paulus, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Zie bijvoorbeeld de uitspraken van zittingsplaatsen Middelburg van 28 juli 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:7667 en van Haarlem van 9 oktober 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:7877.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.