RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 21/3057 uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 juni 2021 in de zaak tussen [verzoeker 1] en [verzoeker 2] , te [woonplaats] , verzoekers(gemachtigde: mr. K. Heede), en het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk, verweerder(gemachtigde: mr. C.H. Norde). Procesverloop In het besluit van 28 juli 2020 (primair besluit) heeft verweerder verzoekers gelast om binnen 3 maanden de toeristische verhuur van het pand [straat] [huisnummer] te [plaats] als zelfstandige vakantiewoning te beëindigen en beëindigd te houden. Verzoekers hebben tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. In het besluit van 28 september 2020 heeft verweerder de begunstigingstermijn verlengd tot zes weken na de beslissing op bezwaar. In het besluit van 16 maart 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het door verzoekers gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Verzoekers hebben tegen dit besluit beroep ingesteld (zaaknr. SGR 21/2992). Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 juni 2021. Verzoekers zijn verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.J. Pfeifer, kantoorgenoot van zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. 2.1 Verzoekers zijn eigenaren van het pand aan de [straat] [huisnummer] te Noordwijk. Het betreft een ruim 100 jaar oude bollenschuur die zij in 2000 hebben aangekocht. Het voorste gedeelte wordt gebruikt als zelfstandige woning die voor langere tijd is verhuurd en bewoond wordt door derden. Het achterste deel wordt sinds 2010 verhuurd aan toeristen, voor vakantieverhuur. Dit is op 5 oktober 2019 door een toezichthouder van de Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) tijdens een controle in die woning geconstateerd. 2.2 Op 30 januari 2020 heeft verweerder verzoekers het voornemen bekend gemaakt aan hen een last onder dwangsom op te leggen. Verzoeker Kuijlenberg heeft daar op 9 februari 2020 op gereageerd. 2.3 Op 12 juni 2020 heeft de toezichthouder van de ODWH een hercontrole uitgevoerd, waarbij opnieuw personen in de woning zijn aangetroffen, die verklaarden de woning als zelfstandige vakantiewoning te huren. 2.4 Uit de controles en de stellingen van eisers is gebleken dat het pand wordt verhuurd aan groepen tot maximaal 12 personen en dat in de regel tenminste een jaar van te voren wordt geboekt. Het pand is verhuurd tot 4 september 2021. 2.5 In het primaire besluit heeft verweerder verzoekers gelast om binnen 3 maanden de toeristische verhuur van het pand [straat] [huisnummer] te Noordwijk als zelfstandige vakantiewoning te beëindigen en beëindigd te houden. Indien verzoekers hieraan niet voldoen verbeuren zij een dwangsom van € 5.000,- per constatering met een maximum van € 20.000,-. 3.1 In het bestreden besluit heeft verweerder, gedeeltelijk in afwijking van het advies van de Regionale Adviescommissie Bezwaarschriften (de commissie) van 20 januari 2021, het primaire besluit gehandhaafd. Verweerder heeft hierin overwogen dat, anders dan de commissie, de enkele omstandigheid dat niet reeds in het bestreden besluit volledig en juist is uitgelegd hoe de handhaving tot stand is gekomen, niet kan leiden tot het oordeel dat de handhaving onrechtvaardig is. Verder is overwogen dat indien een overtreding wordt geconstateerd, het bestuursorgaan, volgens vaste rechtspraak, in beginsel gehouden is daartegen handhavend op te treden. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag daarvan worden afgezien. Deze beginselplicht tot handhaving geldt ongeacht de aanleiding van de constatering van de overtreding. Ook de omstandigheid dat de woning op 21 september 2021 (thans: 8 september 2021) wordt overgedragen aan een koper is geen reden om de begunstigingstermijn verder te verlengen tot die datum. Ten slotte heeft verweerder er op gewezen dat het geval van verzoekers niet het enige is waarbij wordt gehandhaafd vanwege het in strijd met het bestemmingsplan verhuren van een woning als zelfstandige vakantiewoning. Ook in andere gevallen die op de lijst van het pilotproject staan, en in situaties waarin bijvoorbeeld klachten en handhavingsverzoeken zijn ingediend, wordt handhavend opgetreden, aldus verweerder. 3.2 In het besluit van 29 april 2021 heeft verweerder de begunstigingstermijn verlengd tot de uitspraak van de voorzieningenrechter op dit verzoek. 4. Verzoekers voeren aan dat de last onder dwangsom moet worden vernietigd, omdat handhavend optreden in dit geval onevenredig is. Zij wijzen er in dit verband op dat de gemeente al 10 jaar van dit verhuur op de hoogte is en dat er geen klachten of handhavingsverzoeken zijn ingediend. Subsidiair vragen verzoekers, zo begrijpt de voorzieningenrechter, om verlenging van de begunstigingstermijn tot 4 september 2021, zoals de commissie ook had geadviseerd, omdat het pand tot die datum reeds is verhuurd aan toeristen. Na die datum zal immers geen toeristische verhuur meer plaatsvinden. Verder hebben verzoekers er op gewezen dat in de Douzastraat 42 te Noordwijk een vergelijkbare bollenschuur-woning staat, die eveneens voor toeristisch verhuur wordt gebruikt, en waartegen verweerder niet handhavend optreedt. 5. De voorzieningenrechter stelt voorop dat in een voorlopige voorzieningenprocedure slechts kan worden beoordeeld of er naar voorlopig oordeel aanleiding bestaat om het primaire en het bestreden besluit te schorsen. Eventuele vernietiging van de opgelegde last is voorbehouden aan de rechtbank in de bodemprocedure en is in een voorlopige voorzieningenprocedure niet mogelijk. 6.1 Ingevolge artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan. 6.2 De woning aan de [straat] [huisnummer] is gelegen in het bestemmingsplan “Noordwijk Binnen”. Het perceel heeft blijkens de bijbehorende verbeelding de enkelbestemming “Wonen”. Op grond van artikel 18.1 van de planregels zijn de voor “Wonen” aangewezen gronden onder andere bestemd voor (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.