Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

ECLI:NL:RBDHA:2021:6513

vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/611066 / HA ZA 21-404 Vonnis in incident van 16 juni 2021 in de zaak van RAYMAN B.V., te Roelofarendsveen, eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat mr. P.P. Bergers te Barendrecht, tegen NATIONALE NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V., te Den Haag, gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat mr. T. Riyazi te Den Haag.

Partijen zullen hierna Rayman en NN genoemd worden.

1De procedure 1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van19 april 2021, met producties; de conclusie van antwoord in het incident.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald in het incident.

2De beoordeling in het incident 2.1.

Rayman vordert in het incident dat de hoofdzaak – die inhoudelijk een vrijwaringszaak betreft – wordt verwezen naar de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, en wordt gevoegd met de bij die rechtbank aanhangig te maken hoofdzaak tussen Stichting De Opbouw als eiseres en Rayman als gedaagde.

2.2.

NN kan instemmen met de incidentele vordering.

2.3.

De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu uit artikel 216 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering volgt dat de rechter die de hoofdzaak behandelt exclusief relatief bevoegd is tot kennisneming van de vordering tot vrijwaring. De rechtbank is ambtshalve ermee bekend dat de door Rayman bedoelde hoofdzaak op 12 mei 2021 is aangebracht en als zaaknummer / rolnummer heeft C/16/521169 / HA ZA 21-316.

2.4.

Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3De beslissing De rechtbank in het incident 3.1. wijst de vordering toe, 3.2. compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, in de hoofdzaak 3.3. verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt, naar de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, Team civiel recht, waar de zaak met het zaaknummer / rolnummer C/16/521169 / HA ZA 21-316 aanhangig is.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Voorwinden en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2021. type: 1554 coll:

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.