Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige strafkamer Parketnummers : 09/748012-19 en 09/748012-19-P (ttz. gevoegd) Datum uitspraak : 29 juni 2021 Tegenspraak (Promisvonnis) De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [naam verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats]. Onderzoeksnaam: 26Humble INHOUD
(2018). In dat verband zijn de volgende gesprekken van belang: Op 16 augustus 2019 vond het volgende gesprek plaats (zakelijk weergegeven): De verdachte legt de kinderen uit dat ze later, als ze groot zijn, alleen maar hoeven te kijken en men al bang wordt. De verdachte zegt dat ‘ze bang zijn voor ons’. De verdachte zingt mee met de nasheed ‘Jundullah - Soldiers of Allah’. [dochter verdachte] vraagt of iedereen dan bang is, wat de verdachte bevestigt. De verdachte zegt: ‘Hij was een jundi (soldaat), net als baba, hij was een jundi. De papa van (…) was ook een jundi, die is ook dood gegaan. Wisten jullie dat of niet? De kinderen spreken vervolgens door elkaar. De verdachte zegt vervolgens meerdere keren: ‘kijk, kijk’. Op dat moment wordt er een audio(visuele) opname afgespeeld van zingende kinderen, nasheed. De ‘zingende’ kinderen schreeuwen vervolgens in koor onder andere ‘allahu akhbar’, waarna het geluid overloopt in een nasheed (gezongen door volwassen mannen). [dochter verdachte] vraagt hierna: ‘Wat is Dawlathu-al-islaam (rechtbank: Islamitische Staat)?’. De verdachte antwoordt: ‘Oh eehmmm Dawlahtu-al-islaam? Baaqiah! (tolk: deze kreet betekent ‘de Islamitische Staat is blijvend’). De verdachte zegt: ‘Check deze, deze moeten jullie gewoon zien’. De verdachte zegt: ‘(…) wacht maar we gaan jullie vermoorden’. [dochter verdachte] mist baba. De verdachte zegt: ‘laten we ons best doen baba te zien in djenna (tolk: het paradijs) en dat zo snel mogelijk doen. Kuffar zijn de ongelovigen en de moslims moeten de baas zijn. De vader van [dochter verdachte] was een mujahideen. Daar mag je trots op zijn.’. Op 20 augustus 2019 vond het volgende gesprek plaats (zakelijk weergegeven): De verdachte zegt dat ze iets moet uitleggen omdat [dochter verdachte] niet begrijpt wat er gezegd wordt. De verdachte geeft een korte vertaling van wat er net afgespeeld werd. Het gaat erover dat er tussen de moslims en de kuffar haat is, geen acceptatie totdat de kuffar in allah gaan geloven. Het filmpje gaat vervolgens weer verder. De verdachte zegt duidelijk dat ze wil dat de kinderen net als baba worden. [dochter verdachte] zegt dat ze al weet wat ze moet zeggen als ze wordt meegenomen. Het gesprek gaat over djenna (tolk: paradijs) en dat [dochter verdachte] niet verdrietig moet zijn. De verdachte legt uit dat ze baba weer zullen zien. Ze moeten vechten voor djenna en ervoor werken om daar te kunnen zijn. [dochter verdachte] begint te huilen en zegt: ‘ik wil baba’. De verdachte zegt dat ze keihard moeten werken voordat ze baba weer kunnen zien. [dochter verdachte] zegt dat ze heel snel naar djenna wil. De verdachte zegt dat [dochter verdachte] aan allah moet vragen om zo snel mogelijk naar djenna te kunnen gaan. De verdachte zegt dat [dochter verdachte] meer van allah moet houden dan van wie dan ook, zo deed baba dat ook. Op 1 september 2019 vond het volgende gesprek plaats (zakelijk weergegeven): De verdachte zegt: ‘(…) gezegd van dit is de vieze en ze gingen hem uitschelden. Ze schelden hem uit he? lk wil dat als jullie ooit iemand horen de profeet salla allahu allahi wa sallam (tolk: vrede/zegeningen zijn met hem) uitschelden, dan moet je hem gewoon doodmaken. Maakt niet uit wie hij is, als iemand zijn bek opentrekt over Mohammed allahu wa sallam of over Allah, mag je hem doodmaken en ga je naar djenna, dan hoef je niet eens meer te werken. Ja dan ga je (n.t.v.), maar dan ga je naar djenna gewoon. Dat is gewoon de belofte van Allah, die belooft je dat je naar djenna kan’. [dochter verdachte] zegt: Als je over moslims praat? Ook als je over moslims praat? De verdachte zegt: Ja vriendin, ja echt waar. De verdachte gaat verder met een uitleg over vergiffenis door allah. De verdachte zegt dat ze geen tv meer wil kijken met de kinderen. De verdachte zegt: ‘Kijk, hij wordt doodgeschoten, kijk hij is nu dood aan het gaan. Hij lacht omdat hij djenna ziet’. De verdachte zegt dat sommige mensen die echt goed zijn voor Allah, hem goed aanbidden, Allah hen al een plekje in djennah geeft voordat ze dood gaan. De verdachte vraagt of de kinderen dat al wisten, waarop [dochter verdachte] ‘Ja’ antwoordt. Op 14 september 2019 vond het volgende gesprek plaats (zakelijk weergegeven): [dochter verdachte] zegt: ‘Wij zijn moslims, boeven zijn kafr (tolk: ongelovigen)’. De verdachte zegt: ‘Heel goed’. [dochter verdachte] zegt: ‘Ja, mushrikeen (tolk: persoon die afgoderij pleegt)’. De verdachte zegt: ‘Heel goed’. [dochter verdachte] zegt: ‘De politie zijn ehmmmm’. De verdachte zegt: ‘Mushrikeen’. [dochter verdachte] zegt: ‘Ja, ook’. De verdachte zegt vervolgens tegen de kinderen dat ze echt nog moet uitleggen hoe het zit met de taghut (tolk: deze term wordt in het jihadi salafisme gebruikt om alles wat aanbeden wordt in plaats van god aan te duiden. In jihadi salafistische context wordt het vaak gebruikt ter aanduiding van islamitische regimes en monarchieën.) en wat allah daarover zegt. De verdachte legt kort uit wat de taghut inhoudt, bijvoorbeeld koningen, regeringen, president etc en zegt dat de kinderen die vooral niet moeten volgen. Op 23 september 2019 om 9:45 uur was het volgende te horen in de woning: De verdachte zingt mee met een jihadistische nasheed, die als volgt kan worden vertaald: “Kom op, vermoord me als martelaar en begraaf me alleen lk ben niet tevreden over dit zwerversleven tussen mensen Geef mij dus mijn wapen, mijn tuig en mijn uitrusting Laat me niet vernederd achter, want ik ben verzwaard door mijn wonden De glorie/overwinning is slechts een verzet en een sprong naar de dood Meedogenloosheid en gevecht wanneer de bataljons elkaar tegenkomen Onze takbeer (allahoe akbar roepen) in de duisternis laat de ongelovigen beven Dood worden ze ontwaakt door de woede van de gelovigen.” Op 23 september 2019 om 20:00 uur vond het volgende gesprek plaats (zakelijk weergegeven): De verdachte zegt: ‘Stouteriken die kinderen doodmaken gaan de hellevuur, ik heb jullie vorige keer laten zien, de kinderen die aan het huilen zijn, ze worden doodgemaakt, zo zielig! Ja die moeten naar het hellevuur die mensen’. [zoon 1 verdachte] zegt: ‘nee’. De verdachte zegt: ‘Wel, kijk maar, hier’. De verdachte zoekt vermoedelijk een video op, om het aan [zoon 1 verdachte] en [dochter verdachte] te laten zien. De verdachte zegt: ‘Dawlatu al Islam, zijn ze slecht?’. De verdachte doet mensen na die zeggen dat IS slecht is en zegt vervolgens: ‘Deze gaan allemaal naar het hellevuur, want hij liegt, mag niet liegen he! Hij maakt de mensen dood, hij maakt moslims dood met deze vliegtuigen en die bombarderen, kijk wat ze kapot maken, ze maken onze mensen kapot’. [zoon 1 verdachte] zegt: ‘Wij gaan doodmaken!’. De verdachte zegt: ‘Ze mogen naar de hellevuur zeg je dat tot nu toe, kijk even, kijk dat kindje kijk! Tfoe (tolk: spuug) op jou oh hond dat je bent! Kijk, kinderen zitten hier in man. Ga jij mij vertellen dat hun niet naar het hellevuur moeten gaan? Deze hond! Hij stuurt deze vliegtuigen om deze moslim kapot te maken, deze honden, deze allemaal gaan naar het hellevuur’. [zoon 1 verdachte] vraagt wat, maar dat is niet te verstaan. De verdachte zegt: ‘Ja, allemaal naar het hellevuur! Wat is dit voor vlag? Dat is geen islam-vlag. Hij maakt moslims kapot. Ze gaan met een kafir (tolk: ongelovige) dansen. Even serieus deze kafr heeft de moslims kapot gemaakt! Kijk wat ze doen tegen de moslims (tolk: geluiden van oorlog op de achtergrond). [zoon 1 verdachte], kijk wat ze doen.’ [zoon 1 verdachte] zegt: ‘Is hij ook moslim?’. De verdachte zegt: ‘Hij is geen echte moslim, hij liegt op camera, hij zegt ‘Dawlatoe al Islaam is stout, ze zijn slechte mensen’. Nee hoor, IS die helpen moslims, papa was van IS, hij hielp ook moslims, wat denk je nou? Papa is in djennah (tolk: paradijs), hun gaan lekker naar het hellevuur, ga jij mij vertellen dat ze niet naar djahannam (tolk: hellevuur) moeten?’ [zoon 1 verdachte] zegt: ‘Nee’. De verdachte zegt: ‘Waarom?’ [zoon 1 verdachte] zegt: ‘Hij moet naar naar de hellevuur dan gaat ie...’. De verdachte zegt: ‘Ja toch?’. [zoon 1 verdachte] zegt: ‘Gaat lekker dood!’. De verdachte zegt: ‘Dus je moet niet zeggen Allah is stout, dat klopt niet he? Allah is juist mercyful, Allah wil helemaal niet dat ze (IS) naar het hellevuur gaan. Allah zegt ook ‘ik zeg tegen jullie doe wat jullie moeten doen, zeg sorry ga geen gekke dingen doen’, jullie doen gekke dingen dan word je gestraft in de hellevuur. Dat is wat Allah zegt, dus je moet niet zeggen.’. [zoon 1 verdachte] zegt: ‘Sorry papa’. De verdachte zegt: ‘Je moet zeggen sorry Allah dat ik zei je bent stout’. [zoon 1 verdachte] zegt: ‘Sorry Allah dat ik …’. De verdachte zegt: ‘Ik zal het nooit meer zeggen’. [zoon 1 verdachte] zegt: ‘Ik zal het nooit meer zeggen’. De verdachte zegt: ‘Want ik zat een soera uit de koran voor je uit te leggen, willen jullie eten? Wat willen jullie eten?’. [zoon 1 verdachte] zegt: ‘Maar mama, wil je deze nog afmaken?’. De verdachte start de video verder op en zegt: ‘Bloed van moslims! Is zielig!’. [zoon 1 verdachte] zegt iets onverstaanbaars. De verdachte zegt: ‘Hij liegt! Kijk naar zijn gezicht. Dawlatoe al Islaam! Allahoe akbar (tolk: Allah is de grootste)’. (Tolk: Uit de video schreeuwt een man wat onverstaanbaars, het is een ophitsend betoog) [zoon 1 verdachte] vraagt iets wat niet te verstaan is. De verdachte zegt: ‘Nee, dat zijn onze broeders, wij houden van hen, ja’. [zoon 1 verdachte] zegt: ‘We hebben ook zo’n vlag’. De verdachte zegt: ‘Ja. Ze komen op voor moslims. De verdachte vertaalt wat er gezegd wordt in het Arabisch en zegt: ‘We zullen van hen (tolk: moslims die tegen IS zijn) houden ook haten ze ons’. Hierna wordt een nasheed uit de video gezongen. De verdachte zingt mee. De verdachte zegt: ‘Weet je dat sommige mensen zelfs hen (IS) haten, en wat zeggen ze (IS)? Maakt niet uit, wij komen jullie helpen, dit is wat Dawlatoe al Islaam is MERYAM, Dawlatoe al islaam baaqiah wa tatamaddad! (tolk: houdt stand en breidt zich uit: is een slogan van IS). Ze doen alles wat in de koran en de soenna is. Deze was vroeger goed maar nu is een kafer geworden!’. (tolk: Uit video is te horen dat het gaat over verketteren van moslims en regeren met wat Allah heeft neergezonden (sharia-wetten)). [zoon 1 verdachte] zegt: ‘Hij ziet er uit als moslim’. De verdachte zegt: ‘Hij ziet eruit maar hij gedraagt zich niet zo, hij vindt het ok dat die hond die net aan het praten was, dat ik tegen je zei hij is een kafer (tolk: ongelovige), hij vindt het normaal dat... hij zegt we moeten naar hem luisteren, maar die man stuurt vliegtuigen naar moslims, hoe kan naar hem luisteren? Hoe kan je luisteren naar een persoon die moslims doodmaakt? Hoe? Hoe kan ernaar luisteren? Kan toch niet’. [zoon 1 verdachte] zegt: ‘Hoef daar niet naartoe, de vliegtuigen doden mensen’. [zoon 1 verdachte] zegt: ‘Hond!’. De verdachte zegt: ‘Ze liegen over Dawlatoe al islaam’. (Tolk: Ze kijken de video verder. Ik hoor beschieten van joden uit Sinai-gebied) (…)Tussendoor wordt in de video een jihadistisch nasheed gezongen. Op 23 september 2019 om 20:15 uur vond het volgende gesprek plaats (zakelijk weergegeven): (tolk: er wordt naar een video gekeken met de kinderen). De spreker op de video prijst IS, waarna de verdachte roept: ‘Allahoe akbara!’ De spreker uit de video zegt dat de jihad voort zal bestaan. Hierna wordt een nasheed gezongen. De verdachte zingt mee. De nasheed gaat gepaard met geluiden van beschietingen. De verdachte zegt: ‘Ze vechten voor moslims deze mensen, het zijn onze broeders en zusters, we houden van ze. Ja, maak zijn moeder dood, lekker’. [dochter verdachte] zegt: ‘Is het een moeder?’. De verdachte zegt: ‘Nee, lekker voor die kafer (tolk: ongelovige). De verdachte zegt: ‘Dit zijn Afrikaanse broeders, allemaal doden! Dawlatoe al islaam (tolk: IS), Baaaqiah! (tolk: houdt stand!)’. Uit de video komen geluiden van artillerie en beschietingen. De verdachte zingt de nasheed mee “Onderweg naar de jihad van de gelovigen”. [dochter verdachte] zegt dat ze de video opnieuw wil kijken, waarop de verdachte lachend zegt dat ze ook het wil maar niet nu. De verdachte zingt een jihadistische nasheed mee. De verdachte zegt: ‘Wij als moslims hebben geen koning he, we hebben een prins, en weet je waar onze prins is? Dit is onze prins, Ameer al Moumimin! (tolk: de leider van de gelovigen), Abu Bakr al Baghdadi (tolk: leider IS). Ondertussen is een jihadistische nasheed te horen. [zoon 1 verdachte] vraagt iets onverstaanbaars. De verdachte zegt: ‘Nee, dat zijn onze broeders, I love that. Hier is onze leider van de gelovigen, Abu Bakr Al Baghdadi, dat is onze prins’. [dochter verdachte] zegt: ‘Waarom is hij geen koning?’ De verdachte zegt: ‘Omdat Allah de enige koning is, daarom zeggen wij niet dat we een koning hebben’. Op 8 oktober 2019 om 12:00 uur vond het volgende gesprek plaats (zakelijk weergegeven) tussen de verdachte en een NN-vrouw: De verdachte zegt dat [voornaam betrokkene 3] heel graag terug wil, te graag. De verdachte heeft haar dat afgeraden, ze is daar zelf ook mee de fout in gegaan. De verdachte dacht dat ze haar kinderen zou kunnen opvoeden als (fluistert) kalifaat, maar dat gaat niet. De verdachte zegt dat [dochter verdachte] alle ‘Prophet Stories’ bekijkt en ook volledig begrijpt. De verdachte zegt dat ze dat samen met [dochter verdachte] kijkt, dat ze ervan leert. [dochter verdachte] zou hebben gezegd: ‘Die kanker kuffar, ik ga ze doodmaken ik wil snel groot worden.’ De verdachte lacht en zegt dat [dochter verdachte] al weet wat de grenzen zijn. NN-vrouw zegt dat [dochter verdachte] hierdoor wel in de problemen kan komen op school met zulke uitspraken. De verdachte benadrukt dat ze weg wil van hier en noemt Turkije. De verdachte zegt dat ze een ‘signaal’ heeft, dus al zou ze naar Spanje gaan, dan komt er een attentie (rood scherm). NN-vrouw vraagt wat de verdachte ‘daar denkt te vinden’. De verdachte fluistert: ‘Mijn mensen, die zitten allemaal daar’. Uit de OVC-opnamen volgt voorts dat de verdachte op 5 september 2019 een gesprek heeft gehad met een onbekend gebleven persoon over het feit dat ze alleen wil trouwen met een mujahideen. Verder zei de verdachte in dit gesprek: ‘Dus enne ja... (ntv) daarzo je weet jezelf daar op vakantie (lacht) waren er alleen maar dit soort mensen. De eerste mensen die... ik ben één van de eerste mensen die daar allemaal waren wollahi (tolk: moge god het zegenen), er waren vrijwel weinig munafiqeen (tolk: huichelaars, zogenaamde gelovigen). Pas toen ik hier in Nederland was en ik ging kijken... je weet toch dan was het op facebook of op Telegram dan gingen ze mij bijvoorbeeld foto’s sturen, van zichzelf met een AK en ik dacht bij mezelf, wat is dit? Foto’s? Heb jij tijd voor foto’s? Waarom maakt die foto’s? Want dat in die tijd... in mijn tijd toen ze hadden geen tijd. Ze waren allemaal bezig, iedereen. Iedereen huilde zelfs omdat ze niet shuhadaa (tolk: martelaar, sneuvelen als jihadstrijder) zijn geworden wollah en daarna bleef alleen rotzooi over die alleen maar mooie auto’s ging kopen, alleen zij die durven trouwen, alleen maar zij die achter de wijven aan zaten... Ga rot op! Nee man, dat zijn geen mannen.’. Verder blijkt uit een opgenomen gesprek van 23 september 2019 nog dat de verdachte, als reactie op een audio-opname van een NN-vrouw, in een audio-opname het volgende heeft gezegd: ‘Het is toch raar zuster dat we daarvan schrikken, terwijl toen daar was helemaal niks aan de hand hamdoellah (tolk: godzijdank), en daarna schrik je van de kleinste dingen (…). En trouwens over het eten. Wat kan ik je zeggen… ik ehh at echt niks daarom was ik heel veel afgevallen toen ik zwanger was van de tweede, van mijn zoontje daar. En ja nou ja het eten daar … gatverdamme dat is Syrisch oh my god disgusting hoe leven zij?’. Telegramchat tussen het Telegramaccount GB en de politie Op 10 oktober 2019 vanaf 08:49 uur tot 09:18 uur vond een Telegram privé-chat plaats tussen GB (ID [user-ID 3]) en de politie (een medewerker van het team Werken Onder Dekmantel, hierna: WOD-er). Alle berichten die de WOD-er na 09:18 uur stuurde werden niet meer gezien door GB. De chat ging (zakelijk weergegeven) als volgt: WOD-er, 08:51 uur : ‘And is there greenb1rds on WhatsApp?’ GB, 09:08 uur : ‘Never ever join on whatsapp. We don’t have whatsapp. Is kuffar claiming those links.’ WOD-er, 09:09:00 uur : ‘So no greenb1rds there?’ GB, 09:09:17 uur : ‘No never on whatsapp because the is no privacy.’ GB, 09:10:55 uur : ‘I will send u our warning inshaa’Allah’. Op 10 oktober 2019 om 09:11 uur stuurde GB in de Telegramgroep ‘GB Admins’ (ID [ID ‘GB Admins’]): ‘Do we have whatsapp warning? Some keep asking about whether they should join whatsapp. Whether they should join us on whatsapp’. De verdachte is op 10 oktober 2019 om 09:19 uur aangehouden. Tijdens de aanhouding van de verdachte is een mobiele telefoon aangetroffen (One Plus 6), die bleek te zijn teruggezet naar de fabrieksinstellingen. Verklaring van de verdachte De verdachte heeft bij de politie verklaard dat zij sinds januari 2019 gebruikmaakte van Telegram. Ze heeft de accounts met de namen Nesmu Mutawahiddeen en GB aangemaakt en gebruikt. Aan het account Nesmu Mutawahiddeen had ze haar eigen telefoonnummer gekoppeld. Ze gebruikte haar eigen telefoonnummer omdat ze niks te verbergen had. Ze bezocht Greenbirds op Telegram en ze zocht naar video’s en nasheeds. Ze wilde ook video’s over de strijd kijken omdat ze die interessant vond. De verdachte heeft verder verklaard dat zij, kort voordat de politie haar woning binnenviel, haar telefoon heeft gereset. Voorts heeft de verdachte verklaard dat [betrokkene 2] voor een week naar haar toe zou komen en dat zij voor haar een ticket heeft geboekt om van Londen naar Amsterdam te vliegen met Easyjet. De verdachte heeft verklaard dat zij de op haar Huawei-tablet aangetroffen instructies voor het maken van de explosieve stoffen TATP en lood azide en voor het maken van een bomgordel heeft gedownload. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij het uitroepen van het kalifaat en de gebeurtenissen in Syrië, onder andere gebeurtenissen waar Assad een rol in speelde, heeft gevolgd. Verder heeft de verdachte verklaard dat zij ook het uit elkaar vallen van het kalifaat heeft meegekregen. Het klopt dat ze in juli 2019 in Marokko is geweest. 4.5 Tussenconclusies van de rechtbank Uit bovenstaande bewijsmiddelen blijkt dat in meerdere Telegramgroepen genaamd ‘Greenb1rds’ (uit onderzoek Humble) en in Telegram groeps-chats (uit onderzoek 26Cochran) (hierna gezamenlijk: de Telegramgroepen) berichten met een extremistisch jihadistische inhoud werden gedeeld. In die berichten werd IS verheerlijkt, werd IS-propaganda verspreid, werd (financiële) steun voor IS geworven en werd aangespoord tot het doden van de ‘ongelovigen’. Die Telegramgroepen hadden een ledenaantal variërend tussen de 6 en 190 personen. De Telegramaccounts NesmuMutawahiddeen (hierna: Nesmu) en GB hebben ook extremistisch jihadistisch materiaal gedeeld. De verdachte heeft erkend dat zij de Telegramaccounts Nesmu en GB heeft aangemaakt en dat zij daarmee aan Telegram heeft deelgenomen en met deze Telegramaccounts gesprekken heeft gevoerd. Zij heeft evenwel ontkend dat zij berichten met een extremistisch jihadistisch karakter heeft gedeeld in de Telegramgroepen. Volgens haar hebben ‘anderen’ gebruik gemaakt van haar Telegramaccounts en moeten deze personen deze berichten hebben gedeeld. De rechtbank gaat voorbij aan deze verklaring van de verdachte en overweegt daartoe als volgt. Telegramaccount Nesmu Voor de accountnaam Nesmu geldt dat dit Telegramaccount met ID-nummer eindigend op [user-ID 1] was gekoppeld aan het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 1]. De telefoon met dit nummer straalde in de periode van 17 maart 2019 tot en met 17 september 2019 aan bij een telefoonmast in de buurt van de woning van de verdachte in Uithoorn. De verdachte heeft verklaard dat zij voor het Telegram-account Nesmu haar eigen telefoonnummer heeft gebruikt. Hieruit leidt de rechtbank af dat zij daarmee het nummer eindigend op [telefoonnummer 1] bedoeld. Uit de inhoud van afgeluisterde telefoongesprekken tussen het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 2] en dat van [betrokkene 1] blijkt dat het ook daadwerkelijk de verdachte was die gebruikmaakte van dit telefoonnummer. Zo gaat het op 24 juni 2019 over haar zitting bij de rechtbank Rotterdam en hebben de verdachte en [betrokkene 1] ruzie over de telefoon. De telefoon met het nummer eindigend op [telefoonnummer 2] straalde tijdens deze gesprekken ook aan bij een telefoonmast in de buurt van de woning van de verdachte in Uithoorn. Beide telefoonnummers stonden ook in de telefoon van [betrokkene 1] onder de naam ‘[voornaam verdachte]’, de voornaam van de verdachte. Uit het onderzoek naar de telefoon van [betrokkene 1] volgt verder dat deze ‘[voornaam verdachte]’ een gesprek voerde met [betrokkene 1] in een Telegram privé-chat met een Telegramaccount eindigend op ID-nummer [user-ID 1] (Nesmu). De simkaart van dit telefoonnummer is tijdens de doorzoeking op 10 oktober 2019 in de woning van de verdachte aangetroffen. In de Telegram privé-chat tussen ‘[voornaam verdachte]’ en [betrokkene 1] werd op 24 juni 2019 door [betrokkene 1] vergiffenis gevraagd aan [voornaam verdachte] en vroeg [voornaam verdachte] vergiffenis aan Allah. Dit zou zeer wel kunnen slaan op de eerdergenoemde ruzie over de telefoon. Aan het einde van de privé-chat op 30 juni 2019 ging het over het feit dat ‘[voornaam verdachte]’ naar Marokko zou gaan. Uit het dossier blijkt dat de verdachte in die periode in Marokko is geweest, hetgeen zij ter terechtzitting ook heeft bevestigd. In dat gesprek zei [betrokkene 1] verder nog dat hij haar onder haar naam ([voornaam verdachte]) zag staan in de Telegramgroep eindigend op het ID-nummer [ID chat 10]. ‘[voornaam verdachte]’ zei dat dit kwam omdat hij haar onder die naam heeft opgeslagen, maar dat de anderen haar zien onder de naam NesmuMutawahiddeen. Dit betekent dus dat als in de telefoon van [betrokkene 1] ‘[voornaam verdachte]’ te zien is, deze berichten moeten zijn gedeeld door het account Nesmu. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het bovenstaande dat het daadwerkelijk de verdachte is geweest die heeft deelgenomen aan deze privé-chat. Tussen deze privé-chat en een aantal Telegramgroepen zijn vervolgens opvallende overeenkomsten te zien. Zo stuurde de verdachte op 25 juni 2019 in de privé-chat aan [betrokkene 1] een bericht met de titel ‘talk yourself into martyrdom operations’. Ditzelfde bericht werd de volgende dag door ‘[voornaam verdachte]’ gedeeld in Telegramgroep eindigend op ID-nummer [ID chat 10] (Chat 10). Op 25 juni 2019 vroeg [betrokkene 1] aan de verdachte om ‘GB-link’ waarmee vermoedelijk een link naar een Telegramgroep van Greenbirds wordt bedoeld. De verdachte stuurde later een link. Deze link is dan al in vier andere Telegramgroepen gedeeld door ‘[voornaam verdachte]’ (Chats 3, 4, 5 en 7). Op 26 juni 2019 stuurde de verdachte een bericht over het lid worden van een groep die de oorlog ‘of mind and souls’ leidt tegen de internationale coalitie in de privé-chat naar [betrokkene 1]. Ditzelfde bericht deelde ‘[voornaam verdachte]’ op dezelfde dag ook in de Telegramgroep eindigend op [ID chat 10] (Chat 10). Verbalisanten die de verdachte afluisterden via de OVC hoorden om 23:19 uur in de woning van de verdachte dat er een Arabische tekst werd afgespeeld. Eén van de verbalisanten herkende de tekst als onderdeel van een langere toespraak van Abu Muhammad al-Adnani, een in 2016 omgekomen woordvoerder van IS. Nesmu had, zo blijkt later, in de Telegramgroep Greenb1rds eindigend op ID-nummer [ID Telegramgroep 4] deze toespraak als audiobericht geplaatst om 23.04 uur. Telegramaccount GB Voor het Telegramaccount GB geldt dat in de telefoon van [betrokkene 2] een WhatsApp-gesprek is aangetroffen met het telefoonnummer van de verdachte ([telefoonnummer 2]) gevoerd op 17 augustus
- In dat gesprek werd gechat over het ophalen van [betrokkene 2] van het vliegveld door de gebruiker van het nummer. Op enig moment reageerde [betrokkene 2] niet meer. [betrokkene 2] is dan tegengehouden in Engeland en gearresteerd. De verdachte heeft zelf verklaard dat [betrokkene 2] naar haar zou toekomen, dat ze haar zou ophalen en dat zij voor haar een ticket had geboekt. Dat ticket op naam van [betrokkene 2] is ook aangetroffen op de Huawei-tablet van de verdachte. Uit de OVC-opnamen volgt dat zij op 18 augustus 2019 tegen haar dochter zei dat het zo jammer is dat [betrokkene 2] niet kon komen. De rechtbank stelt op basis hiervan vast dat dit gesprek daadwerkelijk tussen de verdachte en [betrokkene 2] is gevoerd. Op het toestel van [betrokkene 2] werd voorts een Telegram privé-chat aangetroffen tussen de accounts GB en Greenb1rds. Hierin werd op 21 september 2019 gechat over de gezondheid van de gebruiker GB en dat het zo jammer is dat de gebruiker van Greenb1rds niet kon komen en dat de kinderen van GB zich zo hadden verheugd hierop. Ook werd er die dag gesproken over dat GB naar een vogelplaats zou gaan. Uit de OVC volgt dat de verdachte met de kinderen naar Avifauna is geweest die dag. Hieruit leidt de rechtbank af dat de gebruiker van GB de verdachte is geweest en dat het account Greenb1rds bij [betrokkene 2] in gebruik was. Het gesprek dat volgde op 23, 24 en 25 september 2019 is een logisch opvolgend gesprek. De rechtbank stelt daarmee vast dat de verdachte ook aan die gesprekken onder de accountnaam GB heeft deelgenomen. In dit gesprek werd onder meer gesproken over Greenbirds, dat GB het logo van Greenbirds als profielfoto mag gebruiken en dat ‘we allemaal gb zijn’, waarbij de rechtbank ervan uitgaat dat met ‘gb’ Greenb1rds wordt bedoeld. Verder valt op dat GB op 25 september 2019 om 20:34 uur aan [betrokkene 2] vroeg: ‘why did [persoon 2] leave’. Vervolgens stuurde [betrokkene 2] een printscreen aan GB van de ‘GB (admins)’ Telegramgroep waarin GB een bericht stuurde: ‘may Allah cure him’. GB zei toen om 20:38 uur tegen [betrokkene 2] in de privéchat: ‘I did not curse him. I said may Allah curse him’. Hieruit leidt de rechtbank af dat de persoon achter GB in de groepschat ‘GB (admins)’ dezelfde persoon is als de persoon achter GB in het gesprek met [betrokkene 2], te weten de verdachte. Voorts is nog relevant dat de WOD-er op 10 oktober 2019 een privé-chat met GB is gestart. De chat startte om 8:49 uur in de ochtend en ging over de vraag of Greenbirds ook op WhatsApp zat. GB zei toen dat WhatsApp niet veilig is en geen privacy heeft en dat de kuffar de links daar claimen. Om 9:11 uur vroeg GB in de “GB admins” groep “Do we have Whatsapp-warning?” omdat sommige mensen bleven vragen of ‘they should join us on whatsapp’. Ook deze berichten vormen een logisch geheel en lijken van één en dezelfde persoon te komen. Het gesprek met de WOD-er duurde tot 9:18 uur waarna de berichten niet meer worden gelezen door GB. De verdachte is die dag om 9:19 uur aangehouden door de politie en de telefoon van de verdachte bleek te zijn teruggezet naar de fabrieksinstellingen. De verdachte heeft ook verklaard dat ze dat kort voor haar aanhouding heeft gedaan. Telegramaccounts Nesmu en GB samen Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat Nesmu en GB in de nacht van 25 op 26 september 2019 in een tijdsbestek van zo’n twee uur veelvuldig berichten hebben gestuurd, terwijl via de OVC te horen is dat de verdachte dan wakker is. De volgende dag wordt via diezelfde OVC gehoord dat zij tegen iemand zei dat ze ‘kapot veel op Telegram zat’. Voorts valt nog op dat GB in een privé-chat met [betrokkene 2] op 23 september 2019 om 15:40 uur aan [betrokkene 2] een Threema-verzoek zou sturen. Diezelfde dag wordt om 15:41 uur in een privé-chat tussen Nesmu en [betrokkene 2] een Threema-chat geopend. Conclusie rechtbank Dit alles leidt tot de conclusie dat het de verdachte is geweest die steeds als Nesmu en GB in de Telegramgroepen berichten heeft gedeeld, waaronder extremistisch jihadistisch materiaal. Dat ‘anderen’ haar accounts hebben gebruikt om het extremistisch jihadistisch materiaal te delen is gelet op het voorgaande volstrekt ongeloofwaardig. Daar komt nog bij dat dit door de verdachte geschetste alternatieve scenario ook volkomen onlogisch is. De ‘anderen’ hadden immers al zelf Telegramaccounts om berichten te delen. Waarom zouden ze daar haar Telegramaccounts voor moeten gebruiken? De verdachte zou van die ‘anderen’ geen berichten mogen plaatsten omdat ze een ‘zuster’ was en geen ‘broeder’, aldus de verdachte, maar die ‘anderen’ zouden haar wel beheerder hebben gemaakt. Een functie met meer rechten dan een ‘gewoon’ lid van de groep. Dat die ‘anderen’ haar beheerder hebben gemaakt zodat zij gebruik kon maken van de ‘library’ is volstrekt niet onderbouwd. Daarnaast hadden die ‘anderen’ dan ook kunnen meekijken in de privé-chats van de verdachte waaronder die met [betrokkene 1], waarin hun liefdesrelatie naar voren komt, als ook de chats met [betrokkene 2], waarin niet alleen zeer persoonlijke gesprekken werden gevoerd, maar ook gesprekken die vermoedelijk gingen over de door [betrokkene 2] beraamde aanslag op St. Paul’s Cathedral. Wie die ‘anderen’ overigens ook concreet zouden moeten zijn, heeft de verdachte bovendien niet kunnen vertellen. De door de raadsman gegeven voorbeelden waarin het onlogisch lijkt dat Nesmu en GB door dezelfde persoon werden gebruikt, maken het voorgaande niet anders. De link die Nesmu in een groeps-chat naar Threema deelt en het bericht van GB in diezelfde groep dat deze onder de indruk is van Threema kunnen immers zeer wel beide door de verdachte zijn geplaatst. In een groeps-chat kan de verdachte immers onder verschillende gebruikersnamen berichten plaatsen en kan zij ook op een bericht van zichzelf reageren. Dat Nesmu een paar uur later in een privé-chat tegen [betrokkene 2] zegt dat ze Threema niet goed vindt, Telegram beter vindt, maar Threema wel voor privé super vindt, maakt ook niet dat dan dus Nesmu en GB door twee verschillende personen worden gebruikt. De verdachte kan immers onder de indruk zijn van Threema, dat voor privé super vinden, maar Telegram toch beter vinden. Ook het gegeven dat Nesmu op enig moment in een groepschat aangeeft dat ze twee uur weg is, maar er dan na elf minuten toch nog een bericht door GB wordt geplaatst maakt, mede in het licht van al het hierboven genoemde bewijs, niet dat deze accounts door verschillende personen moeten zijn gebruikt. Het is overigens ook goed voorstelbaar dat de verdachte toch nog wilde reageren op het bericht over een ‘sister’ met rare vragen. De rechtbank stelt gelet op het bovenstaande vast dat het steeds de verdachte is geweest die als Nesmu en GB heeft deelgenomen aan de Telegramgroepen. Uit de bevindingen uit de OVC-gesprekken, zoals genoemd in paragraaf 4.4.2, leidt de rechtbank voorts af, dat de verdachte vanaf de late avond van 25 september 2019 tot en met (in ieder geval) 26 september 2019 om 15:50 uur in haar woning in Uithoorn was. Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, stelt de rechtbank vast dat de verdachte de berichten die zij op 25 en 26 september 2019 vanuit haar woning in Uithoorn heeft gedeeld en de overige berichten die op een andere datum zijn gedeeld in ieder geval, nu nergens blijkt van het tegendeel, vanuit Nederland heeft gedeeld. De hierboven beschreven berichten zijn in ieder geval niet gedeeld in de periode dat de verdachte in Marokko verbleef, te weten van 2 juli tot en met 17 juli
- Dagvaarding I: deelname aan een terroristische organisatie en aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van oorlogsmisdrijven (feit 1) 5.1 Inleiding Deelneming aan een (terroristische) criminele organisatie is strafbaar gesteld in de artikelen 140 en 140a van het WvSr. Aan deze strafbaarstelling ligt de gedachte ten grondslag dat de openbare orde beschermd dient te worden tegen organisaties die beogen misdrijven te plegen. Het gaat hier om een zelfstandig strafbaar feit. Het doet er niet toe of de misdrijven waarop de organisatie het oog heeft zijn gepleegd dan wel pogingen daartoe zijn ondernomen of zelfs maar strafbare voorbereidingen daartoe zijn getroffen. Evenmin is van belang of een deelnemer aan de organisatie heeft meegedaan aan misdrijven welke door andere deelnemers daaraan zijn gepleegd (of zijn gepoogd te plegen of voorbereid). Een persoon is strafbaar vanwege alleen maar zijn deelneming aan een misdadige organisatie. 5.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan IS, een organisatie die volgens het Openbaar Ministerie ook in de ten laste gelegde periode nog bestond en als organisatie actief was. De verdachte heeft zich geafficheerd als aanhanger van een radicaal islamitische ideologie. Zij heeft met [betrokkene 2] en [betrokkene 1] deelgenomen aan de Telegramgroepen/kanalen Greenb1rds en deze beheerd, welke groepen volgens het Openbaar Ministerie behoorden tot de mediastrategie van IS. In de groepen/kanalen Greenb1rds werd IS verheerlijkt en werd opgeroepen om de strijd van IS voort te zetten. De verdachte heeft zelf pro-IS materiaal gedeeld of anderen daartoe een platform gegeven. Zij heeft een belangrijke rol gespeeld in het opzetten en laten functioneren van het social media platform Greenb1rds. De verdachte was lid/beheerder van Telegramgroepen waarin alleen IS-materiaal was te vinden. Zij heeft zelf de eed van trouw aan IS verspreid op Telegram. Door het verspreiden van de verschillende in de tenlastelegging genoemde berichten/video’s heeft de verdachte bijgedragen aan het verspreiden van kennis en inlichtingen ten behoeve van en het oproepen tot het plegen van een aanslag met terroristisch oogmerk. Het is bekend dat IS een organisatie is dat het oogmerk heeft op het plegen van terroristische misdrijven. Het Openbaar Ministerie heeft zich verder op het standpunt gesteld dat er sprake is van een niet-internationaal gewapend conflict vanaf 1 januari 2012 in Syrië en Irak. IS had volgens het Openbaar Ministerie voorts als doel het plegen van oorlogsmisdrijven, zoals blijkt uit de stelselmatigheid van deze gepleegde oorlogsmisdrijven en het publieke karakter ervan. Het kan niet anders dan dat de verdachte hiervan heeft geweten. Met het online verspreiden van video’s, afbeeldingen en teksten heeft de verdachte bijgedragen aan het doel van IS, te weten het vernederen, afstraffen en tentoonstellen van gevangengenomen strijders en andersdenkenden die niet (of niet langer) aan de vijandelijkheden deelnamen, intimideren van de vijanden van IS, onderwerpen van de bevolking, aantonen van de superioriteit van IS en anderen mentaal rijp maken om deel te nemen aan de strijd van IS. 5.3 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte heeft deelgenomen aan IS. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat er in de ten laste gelegde periode geen sprake meer was van de terroristische organisatie IS. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat IS geen organisatie is met oogmerk tot het plegen van oorlogsmisdrijven, dat de Greenb1rds Telegramgroepen niet binnen de mediastrategie van IS vallen, dat de handelingen van de verdachte bovendien niet als deelnemingshandelingen kunnen worden gekwalificeerd en dat het benodigde opzet op deelname ontbreekt. Evenmin is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de beheerders, zodat het medeplegen niet kan worden bewezen. De verdediging heeft tot slot gewezen op het feit dat in de jurisprudentie wordt aangenomen dat het enkele in bezit hebben en verspreiden van propagandamateriaal onvoldoende is voor deelname aan een terroristische organisatie. Hij heeft daarbij met name gewezen op het vonnis in de zaak [betrokkene 1], die is vrijgesproken van deelname aan een terroristische organisatie, terwijl hij een grotere bijdrage aan de groep Greenb1rds heeft geleverd dan de verdachte. Alleen al daarom zou de verdachte moeten worden vrijgesproken, aldus de raadsman. 5.4 De beoordeling van de tenlastelegging 5.4.1 Organisatie Juridisch kader Met een organisatie in de zin van de artikelen 140 en 140a van het WvSr wordt bedoeld een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat men moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met, alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is. Aanwijzingen voor het bestaan van een dergelijk samenwerkingsverband kunnen bijvoorbeeld zijn: gemeenschappelijke regels, het voeren van overleg, gezamenlijke besluitvorming, een taakverdeling, een bepaalde hiërarchie en/of geledingen. Naarmate samenwerking inniger en duurzamer is, zal eerder aan het vereiste van een samenwerkingsverband met een zekere structuur zijn voldaan. Een dergelijk samenwerkingsverband kan toevallig en in de loop der tijd ontstaan omdat men ‘werkendeweg’ ontdekt dat men een gezamenlijk doel heeft waarvan de realisering met duurzame samenwerking gediend is. Zo'n samenwerkingsverband is niet afhankelijk van regels, uitdrukkelijke afspraken of hiërarchische verhoudingen, maar kan wel degelijk duurzaam zijn en aan het werken aan een gemeenschappelijk doel een bepaalde structuur ontlenen. Is (nog) sprake van een organisatie? De verdachte wordt verweten dat zij vanuit Nederland deel heeft genomen aan de (terroristische) criminele organisatie IS (of ISIS of ISIL). De eerste vraag die in dit kader dan ook voorligt, is of IS een organisatie is in de zin van 140 en 140a van het WvSr en of dat ook nog zo was in de ten laste gelegde periode (januari-oktober 2019). De rechtbank stelt voorop dat IS (ISIS/ISIL) sinds 30 mei 2013 respectievelijk 1 juli 2013 tot op de dag van vandaag op de VN en EU-sanctielijsten van terroristische organisaties staat. Uit de feiten en omstandigheden zoals hiervoor genoemd onder paragraaf 4.4.1 leidt de rechtbank voorts het volgende af. In juni 2014 werd het kalifaat van IS uitgroepen. Het grondgebied van IS bevond zich in 2014 en in 2015 in Syrië en Irak. Sinds 2014 was het leiderschap onderverdeeld in verschillende raden, waaronder een raad voor de media en een sharia-raad. Er bestaat geen twijfel over dat op dat moment sprake was van een organisatie in de zin van 140 en 140a van het WvSr. Na de val van het kalifaat van IS in maart 2019 is de gewapende strijd die IS voerde, evenwel niet gestopt. In de periode van juli tot september 2019 was sprake van een versnelde opbouw van IS in de vorm van een ondergronds netwerk. IS bestaat thans uit zogenoemde ondergrondse cellen. Er is voorts nog steeds sprake van een hiërarchische structuur. Eind 2019 is Amir Muhammad Sa’id Abdal-Rahman al-Mawla de nieuwe leider van IS en de strategie van IS is niet veranderd. Nog immer is er sprake van (digitale) propaganda en worden in naam van IS aanslagen gepleegd. Er zijn nog zo’n 10.000 strijders, waarvan 3000 buitenlandse strijders en IS heeft nog altijd veel faciliteiten en middelen waaronder wapens. Tussenconclusie duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat IS ook in de ten laste gelegde periode nog steeds een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband betrof zoals bedoeld in artikel 140 en 140a van het WvSr. 5.4.2 Oogmerk plegen van terroristische misdrijven Juridisch kader Voor een bewezenverklaring van artikel 140 van het WvSr is voorts vereist dat de organisatie het oogmerk moet hebben om misdrijven te plegen. Met het oogmerk wordt primair gedoeld op het naaste doel: datgene dat men zich als direct gewild voorstelt. De criminele organisatie behoeft niet een louter misdadige hoofddoelstelling te hebben, zij kan ook – mede – een legaal doel hebben. De organisatie kan ook het oogmerk hebben om misdrijven te plegen indien deze misdrijven worden gepleegd ter verwezenlijking van een oorbaar of in de voorstelling van de organisatie edel einddoel. Het bijzondere aan artikel 140a Sr, het artikel over de criminele terroristische organisatie, is dat er een dubbel oogmerk is vereist: er moet een oogmerk zijn tot het plegen van misdrijven met een terroristisch oogmerk. Voor een bewezenverklaring van het bestaan van een criminele terroristische organisatie moet het naaste doel dus zijn gelegen in het plegen van terroristische misdrijven. Voor het bewijs van het oogmerk zal onder meer betekenis kunnen toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, zoals daarvan kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie, en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. Toetsingskader terroristische misdrijven De wetgever heeft in artikel 83 van het WvSr bepaald welke misdrijven als terroristische misdrijven hebben te gelden. Gemeenschappelijk daaraan is dat zij moeten zijn begaan met een terroristisch oogmerk. In artikel 83a van het WvSr is dit omschreven als “het oogmerk om de bevolking of een deel van de bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen, dan wel een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen”. Had IS het oogmerk om terroristische misdrijven te plegen? Zoals hierboven reeds is overwogen staat IS sinds 30 mei respectievelijk 1 juli 2013 tot op de dag van vandaag op de VN en EU-sanctielijsten van terroristische organisaties. IS is in bestendige rechtspraak voorts ook als terroristische organisatie aangemerkt in de periode 2014-
- Uit de in paragraaf 4.4.1 opgenomen bewijsmiddelen leidt de rechtbank voorts nog het volgende af. IS wilde een zuiver islamitische samenleving en/of staat gebaseerd op de sharia - dit alles zoals door hen gepercipieerd – op gewelddadige wijze opleggen aan de burgerbevolking. Hiermee beoogden zij de fundamentele politieke structuur van Syrië te vernietigen zoals bedoeld in artikel 83a van het WvSr. Daartoe pleegde IS jarenlang misdaden op grote schaal. Na de val van Baghouz in maart 2019 bleef de gewapende strijd voortduren. Zoals hierboven reeds is overwogen opereert IS sindsdien in ondergrondse cellen. Er wordt gerapporteerd dat IS in 2019 nog steeds een significante dreiging vormt in de regio. In januari, maart en april 2019 werden door IS meerdere aanslagen opgeëist in de regio. Dit om de situatie te destabiliseren. IS heeft bovendien in die periode via officiële publicaties die online op grote schaal zijn gedeeld opgeroepen tot het doden van ongelovigen en het plegen van (zelfmoord)aanslagen wereldwijd. Tussenconclusie De rechtbank stelt op grond van bovenstaande vast dat de misdrijven die IS pleegt zoals moord, doodslag, brandstichting en het teweegbrengen van ontploffingen en dergelijke en het bezit van wapens, ook in de ten laste gelegde periode, zijn begaan met een terroristisch oogmerk en daarmee terroristische misdrijven zijn. Gelet op de stelselmatigheid van het plegen daarvan had IS ook het oogmerk op het plegen van die terroristische misdrijven. 5.4.3 Oorlogsmisdrijven: overwegingen omtrent de toepasselijkheid van het internationaal humanitair recht Toetsingskader oorlogsmisdrijven Oorlogsmisdrijven zijn schendingen van het internationaal humanitair recht. Het internationaal humanitair recht is alleen van toepassing wanneer sprake is van een gewapend conflict op het grondgebied van een van de verdragsluitende partijen. Voordat de vraag kan worden beantwoord of IS ook het oogmerk had op het plegen van oorlogsmisdrijven moet dus eerst de vraag worden gesteld of het internationaal humanitair recht van toepassing is in deze zaak. Bij de vraag of sprake is van een gewapend internationaal conflict kan een onderscheid worden gemaakt tussen internationaal gewapende conflicten en niet-internationaal gewapende conflicten. Gelet op het feit dat de tenlastelegging is toegespitst op oorlogsmisdrijven gedurende een niet-internationaal gewapend conflict, zal de rechtbank zich bij het toetsingskader voor de vaststelling van het type gewapend conflict en beoordeling daarvan beperken tot het niet-internationaal gewapend conflict. Het Joegoslavië Tribunaal (hierna: ICTY) heeft het begrip niet-internationaal gewapend conflict nader uitgewerkt en criteria geformuleerd voor de beoordeling van de vraag of hier sprake van is. Volgens inmiddels vaste jurisprudentie is sprake van een niet-internationaal gewapend conflict indien er sprake is van aanhoudend gewapend geweld (protracted armed violence) en de betrokken gewapende groepering(en) voldoende georganiseerd zijn. Factoren die van belang kunnen zijn voor de vaststelling van de intensiteit van het geweld zijn het aantal, de duur en intensiteit van de confrontaties, de hoeveelheid en het type afgevuurde munitie, het type wapen en overig militair materieel dat wordt ingezet, het aantal slachtoffers, de omvang van de materiele schade en het aantal intern ontheemden. Ook kan betrokkenheid van de VN Veiligheidsraad een indicatie van de intensiteit van het conflict zijn. Voor de vaststelling van de organisatiegraad van de gewapende groeperingen in dit kader zijn de volgende factoren van belang: het bestaan van een commando structuur en disciplinaire regels en mechanismen binnen de groep; het bestaan van een hoofdkwartier; de omstandigheid dat de groep een bepaald territoir controleert; de mogelijkheid om de groep toegang tot wapens te geven en ander militair materiaal, rekrutering en militaire training; de mogelijkheid om militaire operaties te plannen, coördineren en uitvoeren, inclusief troepenbeweging en daarmee samenhangende logistiek; de mogelijkheid een uniforme militaire strategie te bepalen en het gebruik van militaire tactieken; en de mogelijkheid om met een stem te spreken en te onderhandelen en overeenkomsten af te sluiten zoals een staakt het vuren of een vredespact. Als er is vastgesteld dat sprake is van een niet-internationaal gewapend conflict, is zoals gezegd het internationaal humanitair recht van toepassing tot het moment dat er een vredesakkoord is gesloten of als de algehele militaire operaties geëindigd zijn. Een afname van geweld of verminderde mate van organisatie binnen een gewapende groepering is blijkens de jurisprudentie van het ICTY geen indicatie dat geen sprake meer is van een niet-internationaal gewapend conflict. Is sprake van een niet-internationaal gewapend conflict? Eerder is door deze rechtbank in de zaak Nashville vastgesteld dat in Syrië in de periode van 1 januari 2012 tot en met in elk geval begin 2019 sprake was van een niet-i