Rechtbank den haag Wrakingskamer wrakingnummer 2021/30 zaak- /rekestnummer: C/09/611270 / KG RK 21-482 Beslissing van 14 juni 2021 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: verzoeker, advocaat mr. C.M.X.C.R. Janssen, te Rotterdam, strekkende tot de wraking van mr. M.L. Harmsen, rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter. Belanghebbende in deze procedure zijn: [belanghebbende] te [vestigingsplaats] , advocaat mr. F.J. Laagland te Eindhoven. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het schriftelijke wrakingsverzoek van 26 april 2021; - de schriftelijke reactie van de rechter van 25 mei 2021; - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 23 april 2021. 1.2. Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen: - verzoeker, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. Janssen, voornoemd; - mr. I.H.C. Jans, namens de belanghebbende, ter vervanging voor mr. Laagland. De rechter heeft laten weten niet te zullen verschijnen. 2Het wrakingsverzoek 2.1. Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer C/09/585220 / HA ZA 19/1280 tussen verzoeker en [belanghebbende] . 2.2. Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke verzoek, het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. Tijdens de mondelinge behandeling is onvoldoende ruimte geweest voor een open en onbevooroordeelde discussie. Ervaren werd dat verzoeker al bij voorbaat op achterstand stond en gevoeld werd dat de rechter op veel punten al een oordeel had gevormd. Er is de indruk ontstaan dat de rechter niet open stond voor hetgeen (namens) verzoeker naar voren is gebracht en nog zou worden gebracht. Door het zittingsverloop en uitspraken gedaan door de rechter is de schijn van partijdigheid gewekt en was sprake van vooringenomenheid van de rechter. Ter zitting heeft verzoeker de wrakingsgronden aangevuld, al dan niet een nieuw wrakingsverzoek gedaan, inhoudende dat in het proces-verbaal van de zitting van 23 april 2021 bij punt 39 een onjuiste weergave staat van hetgeen door de raadsvrouw ter zitting naar voren is gebracht, waardoor het lijkt alsof dit na indienen van het wrakingsverzoek is aangepast. 2.3. De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken. 3De beoordeling 3.1. Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem of haar bekend zijn geworden. 3.2. Allereerst dient de wrakingskamer te beoordelen of het wrakingsverzoek ontvankelijk is. Een wrakingsverzoek moet worden gedaan zodra de omstandigheden die daarvoor aanleiding hebben gegeven zich hebben voorgedaan. Na indiening van het verzoek wordt de procedure direct geschorst. Zo wordt voorkomen dat de rechter proceshandelingen verricht gedurende een periode waarvan later wordt vastgesteld dat hij toen niet over de vereiste onpartijdigheid beschikte. Ook is daarmee beoogd onnodige vertraging van de rechtspleging te voorkomen. De door verzoeker aangevoerde omstandigheden zijn aan hem bekend geworden op 23 april 2021, tijdens de zitting en het wrakingsverzoek is gedaan op 26 april 2021, te weten de eerste werkdag na de zitting. Voor dit tijdsverloop is door verzoeker een redelijke verklaring gegeven. Zo spreekt verzoeker Russisch, hetgeen overleg met zijn raadsvrouw bemoeilijkt en heeft de raadsvrouw aangegeven de gebeurtenissen op zitting te hebben willen laten bezinken. Om hiervoor het weekend de tijd te nemen en op de eerstvolgende werkdag het wrakingsverzoek in te dienen acht de wrakingskamer niet onredelijk en derhalve niet te laat. De wrakingskamer acht verzoeker dan ook ontvankelijk in het wrakingsverzoek. 3.3. De klacht van verzoeker (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.