← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:7397

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/6181 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 juni 2021 in de zaak tussen [eiser] , eiser, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde: mr. A.G. Kleijweg), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. K. van Iwaarden). Procesverloop In het besluit van 20 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft per Skypeverbinding plaatsgevonden op 1 juni

  1. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen Waar gaat deze zaak over?
  2. Eiser is geboren op [geboortedag] 1986 en heeft de Guineese nationaliteit.
  3. Omdat gebleken is dat eiser onrechtmatig in Nederland verblijft heeft verweerder een terugkeerbesluit genomen waaruit volgt dat eiser Nederland binnen 28 dagen dient te verlaten. Wat vinden eiser en verweerder in beroep?
  4. Eiser voert aan dat verweerder van het opleggen van het terugkeerbesluit had moeten afzien. Vanwege de maatregelen rondom het coronavirus kon eiser niet aan zijn vertrektermijn voldoen. Verweerder had gebruik moeten maken van de bevoegdheid in de Terugkeerrichtlijn om wegens humanitaire redenen het terugkeerbesluit niet op te leggen. Eiser heeft daarnaast een vriendin en twee kinderen met een verblijfsstatus in Nederland. Het besluit is daarom ook in strijd met artikel 8 van het Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
  5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het terugkeerbesluit terecht is opgelegd. Eiser had geen rechtmatig verblijf ten tijde van het bestreden besluit. Bij een terugkeerbesluit is geen ruimte om aan artikel 8 van het EVRM te toetsen. Wat zijn de regels?
  6. Artikel 61, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) bepaalt dat de vreemdeling die niet langer rechtmatig verblijf heeft, Nederland uit eigen beweging dient te verlaten binnen de in artikel 62 bepaalde termijn. 5.
  7. Artikel 62, eerste lid, Vw 2000 bepaalt dat, nadat tegen de vreemdeling een terugkeerbesluit is uitgevaardigd dan wel, indien het een gemeenschapsonderdaan betreft, nadat het rechtmatig verblijf van de vreemdeling is geëindigd, hij Nederland uit eigen beweging binnen vier weken dient te verlaten. Wat is het oordeel van de rechtbank?
  8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder op goede gronden het terugkeerbesluit opgelegd. Niet in geschil is dat eiser ten tijde van het bestreden besluit geen rechtmatig verblijf in Nederland had. Dit betekent dat op hem in beginsel de verplichting rust Nederland te verlaten. De enkele stelling dat vanwege de maatregelen rondom het coronavirus eiser niet aan zijn vertrektermijn kon voldoen, leidt niet tot een ander oordeel nu dit slechts een tijdelijke belemmering is. Het doet daarom niet af aan eisers vertrekplicht. 6.
  9. Voor zover eiser betoogt dat verweerder van het opleggen van het terugkeerbesluit had moeten afzien op grond van artikel 8 van het EVRM, overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hoeft verweerder bij het uitvaardigen van een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 28 dagen niet te toetsen of de terugkeer in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Eiser heeft een aanvraag voor verblijf bij zijn twee kinderen ingediend. De toetsing aan artikel 8 van het EVRM zal dan ook in die procedure plaatsvinden, maar hoort niet thuis in deze procedure. Conclusie
  10. Het beroep is ongegrond.
  11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E.J. Valk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 juni
  12. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven. Bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 21 augustus 2014, ECLI:NL:RVS: 2014:3210.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.