RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummers: NL20.14354 en NL20.14356 v-nummers: [Nummer 1] en [Nummer 2] uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen [Naam 1], verzoeker, en [Naam 2] , verzoekster, gezamenlijk te noemen: verzoekers (gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.J.F.M. van Raak). Procesverloop Bij twee afzonderlijke besluiten van 17 juli 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de opvolgende asielaanvragen van verzoekers afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de behandeling van zaken NL20.14353 en NL20.14355, op 21 augustus 2020 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen D. Madjlessi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. In de tussenuitspraak van 7 oktober 2020 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na plaatsing van de tussenuitspraak in het digitale dossier, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Verweerder heeft bij brief van 17 november 2020 aan de rechtbank een aanvullende motivering van het bestreden besluit kenbaar gemaakt. Van verzoekers is hierop op 30 december 2020 een schriftelijke zienswijze met bijlagen ontvangen. Op zijn beurt heeft verweerder hierop gereageerd bij brief van 15 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.