RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL20.16927 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiseres V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. A.E.M. de Vries), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. T. Kleve). Procesverloop Op 14 september 2020 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag van 18 januari
- Verweerder heeft op 6 oktober 2020 schriftelijk gereageerd op het beroep. Op 8 december 2020 heeft verweerder een afwijzend besluit genomen op de aanvraag van eiseres. Hiertegen heeft eiseres op 4 januari 2021 afzonderlijk beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder nummer NL21.
- De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen
- Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit van rechtswege mede betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit besluit geheel aan het beroep tegemoet komt. De behandeling van het beroep geregistreerd onder zaaknummer NL21.53 zal plaatsvinden op 9 september
- De rechtbank zal dus afzonderlijk beslissen op het beroep tegen het alsnog genomen besluit. Het onderhavige beroep ziet daarom uitsluitend op het niet tijdig nemen van een besluit. Nu alsnog is beslist op de aanvraag, is het belang van eiser bij het onderhavige beroep komen te vervallen. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
- Uit het besluit van 8 december 2020 volgt dat verweerder niet tijdig op het beroep heeft beslist. Omdat eiseres het beroep tegen het niet tijdig beslissen terecht heeft ingesteld, is er aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met het beroep. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 267,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 534 en een wegingsfactor van 0,5). Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 267,-. (tweehonderdzevenenzestig euro) aan proceskosten aan eiseres. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.