RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.3247 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. T.M. van der Wal), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: T. Kleve). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft op 4 mei 2021 laten weten dat hij niet bereid is de proceskosten van verzoeker te vergoeden. Overwegingen
- De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
- De rechtbank kan beslissen dat een van de partijen de proceskosten van de andere partij moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
- Verzoeker is op 4 maart 2021 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag. Op 18 maart 2021 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op zijn aanvraag. Verzoeker heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
- Verweerder is niet bereid de proceskosten van verzoeker te vergoeden. In zijn brief van 4 mei 2021 stelt verweerder dat er geen geldige ingebrekestelling is ingediend. Hierdoor moest het beroep niet-ontvankelijk verklaard worden.
- De rechtbank is het eens met verweerder. Op 31 maart 2021 en op 15 april 2021 is aan verzoeker gevraagd om een geldige ingebrekestelling aan de rechtbank te versturen. Verzoeker heeft dit niet gedaan, maar heeft tussentijds wel het beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling. Dit betekent dat het beroep niet zou voldoen aan de eisen van artikel 6:12 van de Awb en dat het beroep niet-ontvankelijk verklaard moest worden.
- Het beroep is nooit ontvankelijk geweest. Daarom wijst de rechtbank het verzoek af. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op [datum.uitspraak] en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. 10 juni 2021 Documentcode: [Documentcode] Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.