Rechtbank DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaaksgegevens: C/09/612312 / JE RK 21-1219 (I) en C/09/612590 / JE RK 21-1270 (II) Datum uitspraak: 14 juni 2021 Beschikking van de kinderrechter Bekrachtiging schriftelijke aanwijzing en oplegging dwangsom Afwijzing verzoek tot vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing Afwijzing verzoek tot vervanging van de gecertificeerde instelling in de zaak naar aanleiding van het op 20 mei 2021 ingekomen verzoekschrift (I) van: Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling, en in de zaak naar aanleiding van het op 27 mei 2021 ingekomen verzoekschrift (II) van: [de vrouw] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats 1] advocaat: mr. M.T. Wernsen, gevestigd te ’s-Gravenhage, betreffende de minderjarigen: - [minderjarige 1] geboren op [geboortedag 1] 2014 te [geboorteplaats 1] hierna te noemen: [minderjarige 1] , - [minderjarige 2] geboren op [geboortedag 2] 2016 te [geboorteplaats 2] Verenigde Staten van Amerika, hierna te noemen: [minderjarige 2] , - [minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 3] 2018 te [geboorteplaats 1] hierna te noemen: [minderjarige 3] , hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen. De kinderrechter merkt als belanghebbenden ten aanzien van verzoek I en verzoek II aan: de gecertificeerde instelling voornoemd, de moeder voornoemd, [de man] , hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats 2] advocaat: mr. V.A.D. Enters, gevestigd te ’s-Gravenhage, Het procesverloop De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift met bijlagen d.d. 20 mei 2021 van de gecertificeerde instelling; het verzoekschrift met bijlage d.d. 26 mei 2021 van de advocaat van de moeder; de producties d.d. 3 juni 2021 van de advocaat van de vader; het verweerschrift met producties d.d. 7 juni 2021 van de advocaat van de vader; de aanvullende producties d.d. 8 juni 2021 van de advocaat van de moeder; de brief d.d. 10 juni 2021 van de gecertificeerde instelling; de ter zitting voorgedragen en overgelegde pleitnota van de advocaat van de moeder. Op 14 juni 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat; de moeder, bijgestaan door haar advocaat; [vertegenwoordigers van de GI] namens de gecertificeerde instelling; Op verzoek van de moeder is ter zitting tevens verschenen [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Feiten De vader en de moeder zijn op 15 september 2014 met elkaar gehuwd. Er is een verzoek tot echtscheiding aanhangig. De vader heeft [minderjarige 1] erkend. De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. De kinderen verblijven feitelijk bij de moeder. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 15 januari 2021 [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld van 15 januari 2021 tot 8 december 2021. De gecertificeerde instelling heeft op 12 mei 2021 de moeder een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van de kinderen. In deze schriftelijke aanwijzing is het volgende opgenomen: “U houdt zich aan de bezoekregeling zoals opgesteld is door jeugdbescherming West. U houdt zich aan de veiligheidsafspraken die zijn opgesteld. Bodemeisen en veiligheidsafspraken: [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] worden niet belast met negativiteit over de andere ouder Moeder blijft benoemen dat hun papa, hun papa blijft. Als de kinderen negatief praten over de andere ouder, geven ouders wel erkenning voor het gevoel, maar gaan hier geen diepere vragen over stellen. Vader en moeder zeggen niet tegen de kinderen wat ze niet goed vinden aan de andere ouder. De kinderen worden niet gemotiveerd om uitspraken te doen naar nadere volwassenen over vader of over moeder. De kinderen mogen hun gevoel uiten, ook als dit positief is over de andere ouder. Dit wordt gerespecteerd. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] worden niet belast met volwassenenproblematiek (zoals rechtszaken, omgangsregeling, financiën). Vader en moeder praten niet waar de kinderen bij zijn over deze onderwerpen. Er is contact tussen vader en de kinderen. De bezoeken met vader zullen begeleid worden door het Wilmahuis. Insteek is starten met eens in de week om dit geleidelijk verder uit te bouwen. Dinsdag en donderdag is er via video bellen contact tussen vader en de kinderen om 17:15. Dit duurt zolang als de kinderen dat zelf willen. Ouders werken mee met het opbouwschema dat jeugdbescherming in samenspraak met het Wilmahuis op stelt.” Verzoeken en verweren De gecertificeerde instelling heeft bekrachtiging van voornoemde schriftelijke aanwijzing verzocht. Tevens wordt verzocht de moeder te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 500,- voor elke keer dat niet aan de schriftelijke aanwijzing wordt voldaan. Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting legt de gecertificeerde instelling het volgende - samengevat en zakelijk weergegeven - aan het verzoek ten grondslag. De afgelopen maanden is duidelijk geworden dat de moeder, ondanks uitspraken van de rechter, besloten heeft om niet mee te werken aan onbegeleid contact tussen de vader en de kinderen. De jeugdbeschermer heeft in de afgelopen maanden meerdere gesprekken gevoerd met de moeder. Het Wilmahuis is betrokken bij de omgang en het inzetten van hulpverlening. Ondanks deze stappen werkt de moeder niet mee aan de vervolgstap om het onbegeleid contact tussen de vader en de kinderen vorm te geven. Door oplegging van een dwangsom hoopt de gecertificeerde instelling dat dit de moeder duidelijk maakt dat haar medewerking aan het opbouwschema naar onbegeleid contact wordt verwacht. De afgelopen weken hebben de bezoeken tussen de vader en de kinderen alleen volledig begeleid plaatsgevonden, omdat er anders geen bezoeken met de vader zouden zijn. Ten aanzien van het verzoek tot vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing tevens houdende verzoek wijziging van de gecertificeerde instelling van de moeder heeft de gecertificeerde instelling geconcludeerd tot afwijzing. Een vervanging van de gecertificeerde instelling is niet wenselijk, daar enorm veel informatie verloren zal gaan het proces slechts zal worden vertraagd. Er is onderzoek gedaan naar het verloop van de ondertoezichtstelling en geconcludeerd kan worden dat de jeugdbeschermer goed heeft gehandeld. Verder heeft de gecertificeerde instelling verzocht de overgelegde geluidsopname van het gesprek tussen de moeder en de betrokken jeugdbeschermer niet toe te laten in de procedure. De geluidsopname is gemaakt zonder dat de jeugdbeschermer daarvan op de hoogte was en zonder dat daarvoor goedkeuring is verleend. Door en namens de vader is ingestemd met het verzoek van de gecertificeerde instelling en verweer gevoerd tegen de verzoeken van de moeder. Daartoe is - samengevat en zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd. De moeder heeft al heel veel aangiftes en meldingen bij de politie gedaan tegen de vader, die zonder uitzondering allemaal zijn geseponeerd. De moeder belemmert voortdurend en met steeds wisselende redenen de uitbreiding naar onbegeleide omgang, terwijl al diverse rechters hebben besloten dat er zo snel mogelijk terug moet worden gewerkt naar de omgangsregeling zoals bij beschikking van 23 juni 2020 vastgelegd. Alle seinen staan op groen ten aanzien van de uitbreiding van de omgang. De moeder is de enige die van mening is dat de omgang niet uitgebreid zou moeten worden. De ouders moeten zich houden aan wat de rechter heeft beslist en dienen de aanwijzingen van de hulpverlening op te volgen. De vader wacht al een half jaar om de kinderen op een normale manier te zien. De advocaat van de moeder heeft het verzoek tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing pas ingediend nadat de politie de zaak rondom de verdenking van mishandeling van de vader geseponeerd had. Dit argument van de moeder gaat dus niet op. Omdat de moeder weigert zich te richten naar wat volgens de hulpverlening passend en geboden is, feitelijk de opbouw van het contact tegenhoudt, niet voldoende het contact stimuleert en bovendien de kinderen herhaaldelijk negatief belast, bedreigt dat de ontwikkeling van de kinderen. De bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing met oplegging van een dwangsom kan bijdragen aan het wegnemen van die bedreiging. De schriftelijke aanwijzing is terecht in het belang van de kinderen gegeven. Een dergelijk verzoek toetst de rechter – conform vaste jurisprudentie – slechts marginaal op vormvereisten. Inhoudelijk heeft de gecertificeerde instelling mitsdien een ruime handelingsvrijheid. Schending van vormvereisten heeft de moeder gesteld noch aannemelijk gemaakt. Daarmee ontbreekt een (deugdelijke) grondslag voor het verzoek. Ook is niet gesteld of gebleken dat de gecertificeerde instelling met het geven van de schriftelijke aanwijzing bijvoorbeeld volledig voorbij is gegaan aan haar opdracht. Er is geen enkele (rechtsgeldige) reden om het verzoek tot vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing toe te wijzen. Verder verzoekt de vader de kinderrechter om een ambtshalve (volledige) proceskostenveroordeling. De moeder heeft de afgelopen periode vele procedures gevoerd waarvan zij op voorhand kon begrijpen dat zij in het ongelijk zou worden gesteld, en heeft ook de vader genoodzaakt tot het voeren van procedures omdat zij diverse gerechtelijke uitspraken niet na kwam. Hiermee heeft de moeder – los van de tijd en energie die dit de vader heeft gekost – de vader in toenemende mate nodeloos op hoge kosten gejaagd. De vader heeft hierop aangevuld dat duidelijkheid is gecreëerd na het politieverhoor en onderzoek, waardoor de beschuldigingen van de moeder niet op z’n plaats zijn. De jeugdbeschermer dient de mogelijkheid te krijgen om haar werk te doen en de opdracht van de rechtbank uit te voeren. De vader wil zijn rol in het leven van de kinderen weer invullen. Hij mist de kinderen. Er dient stabiliteit in de omgang met de vader te komen. Het Wilmahuis heeft aangegeven dat zij in het handelen van de vader en bij de vader thuis geen enkel signaal van onveiligheid zien. Door en namens de moeder is verweer gevoerd tegen het verzoek van de gecertificeerde instelling, daartoe is - samengevat en zakelijk weergegeven - het volgende aangedragen. Er ligt geen duidelijk bezoekschema dat zich voor bekrachtiging leent. In geval van bekrachtiging zal tevens de woensdag bekrachtigd worden en dit willen beide partijen niet. De moeder heeft niet de financiële middelen om een dwangsom te voldoen. De verzoeken van de gecertificeerde instelling dienen daarom te worden afgewezen. De geluidsopnames dienen te worden toegelaten in de procedure, daar de moeder op onacceptabele wijze onder druk wordt gezet door de gecertificeerde instelling. De opname van het gesprek met de jeugdbeschermer was noodzakelijk zodat de moeder zich kon verweren. De gecertificeerde instelling wil voorkomen dat de moeder voor zichzelf opkomt. Het verzoek van de vader tot proceskostenveroordeling dient te worden afgewezen, daar het eerste verzoek tot bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing is ingediend door de gecertificeerde instelling en de moeder het recht heeft zich hiertegen te verweren. Het verzoek van de moeder strekt tot vervallenverklaring van het schriftelijke aanwijzing. Hetgeen zij als verweer tegen het verzoek van de gecertificeerde instelling heeft aangedragen dient mede ter onderbouwing van dit verzoek. Daarnaast heeft de moeder -samengevat en zakelijk weergegeven - aangedragen dat zij vervallenverklaring vraagt zodat er rust komt en zij met hulpverlenende instanties (Impegno, Coach25) kan bespreken wat een goede opbouw zou zijn. De huidige werkwijze van de jeugdbeschermer is niet in het belang van de kinderen. Er wordt ten onrechte de indruk gewekt dat de moeder de kinderen beïnvloedt en hen uitspraken ontlokt. Het risico bestaat dat de moeder de spanning die zij ondervindt niet volhoudt. Het verzoek van de moeder strekt tevens tot vervanging van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden die als gecertificeerde instelling is belast met de ondertoezichtstelling. De moeder heeft moeite met de samenwerking met de huidige jeugdbeschermer. De situatie is inmiddels onhoudbaar en voor de voortgang van het traject rond de kinderen is het nodig dat er een nieuwe gecertificeerde instelling wordt benoemd. De verzoeken van de moeder dienen te worden toegewezen om tot een werkbare situatie te komen. De moeder wil het contact tussen de vader en de kinderen niet dwarsbomen. Zij heeft vaak aangegeven dat zij het goed vindt als er meer uren omgang met de vader zijn. Daarnaast heeft de moeder aangegeven dat zij graag wil dat de uitbreiding naar onbegeleide omgang plaatsvindt op een moment dat zij er op kan vertrouwen dat de kinderen iemand hebben bij wie zij aan kunnen geven wat zij wel en niet prettig vinden en of zij zich veilig voelen, en dat de moeder er op kan vertrouwen dat de uitspraken en andere signalen van de kinderen serieus worden genomen. Dit zal eerst gewaarborgd moeten zijn, in plaats van de huidige situatie waarin uitspraken en signalen enkel worden toegeschreven aan de ongegronde beschuldiging van beïnvloeding door de moeder. De moeder heeft hierop ter zitting nog aangevuld dat zij de schriftelijke aanwijzing ontving op het moment dat de vader verdachte was van mishandeling. De moeder is van mening dat hierdoor voorzichtig moest worden omgegaan met het vormgeven van de onbegeleide omgang tussen de vader en de kinderen. De belangen van de kinderen staan centraal en er dient naar de signalen van de kinderen te worden geluisterd. Beoordeling Geluidsopnamen De kinderrechter heeft ter zitting beslist op het bezwaar van de gecertificeerde instelling om de geluidsopname van het gesprek tussen jeugdbeschermer [vertegenwoordiger van de GI] en de moeder tot de procedure c.q. het dossier toe te laten, omdat deze opname is gemaakt zonder dat de jeugdbeschermer daarvan op de hoogte was en zonder dat daarvoor van tevoren toestemming of goedkeuring was verleend. De gecertificeerde instelling heeft daarbij, op goede grond, verwezen naar een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 april 2021 (ECLI:NL:GHARL:2021:3453). Een in het geheim gemaakte geluidsopname is in beginsel onrechtmatig verkregen. Degene die een geluidsopname wil maken van een gesprek dient hiervoor vooraf en aan alle gesprekspartners goedkeuring te vragen. Gecertificeerde instellingen hebben hier veelal richtlijnen voor. Hoewel openbaarmaking van een heimelijk gemaakte geluidsopname aan de civiele rechter niet per definitie onrechtmatig is, dient - zoals ook in de aangehaalde uitspraak overwogen - in zaken waarbij jeugdzorginstanties zijn betrokken terughoudend te worden omgegaan met het toestaan van het overleggen van dergelijke heimelijk gemaakte geluidsopnames. Dergelijke opnames stroken niet met belangrijke waarden als transparantie en vertrouwen, die van belang zijn om tot een goede samenwerking te komen en om hulp te kunnen verlenen in het belang van de kinderen. De moeder had voorafgaand aan het gesprek aan de jeugdbeschermer toestemming voor de geluidsopname moeten vragen. Dat is niet gebeurd, en dat is ook niet achteraf te herstellen. Niet is gebleken dat de gecertificeerde instelling eerst van de opname kennis heeft kunnen nemen en de gelegenheid heeft gekregen zich daarover uit te laten; uit de stukken valt niet anders af te leiden dan dat de opname voor het eerst aan de gecertificeerde instelling is toegezonden ter onderbouwing van de door de moeder gestelde vertrouwensbreuk en het gelijktijdig verzoek aan de gecertificeerde instelling om de (persoon van) de jeugdbeschermer te vervangen. Dat staat haaks op het vertrouwen dat de basis behoort te zijn voor de samenwerkingsrelatie tussen een ouder en de jeugdbeschermer. Ten overvloede wordt overwogen dat de gevolgen die de moeder hieraan wil verbinden mede gestoeld zijn op een gesprek tussen een derde (de jurist van de gecertificeerde instelling) met de jeugdbeschermer, waarbij de inhoud van dat achterliggend gesprek en de wijze waarop het door de jurist naar de advocaat verwoorde standpunt tot stand is gekomen, niet inzichtelijk is en ook daarom niet kan worden getoetst. Dit alles leidt tot het oordeel dat de geluidsopname van het gesprek tussen de jeugdbeschermer en de moeder niet aan het procesdossier zal worden toegevoegd. De geluidsopnamen die de moeder van de kinderen heeft gemaakt zullen evenmin bij de beoordeling worden betrokken. De kinderrechter heeft ter zitting meegedeeld dat zij deze opnamen niet heeft beluisterd omdat, los van de omstandigheid dat alleen de gesprekspartner zich bewust is geweest van de opname, voor de duiding van opgenomen gesprekken met kinderen zowel wezenlijke elementen (waaronder mimiek, lichaamstaal, context, voorafgaande gesprekken) als de vereiste deskundigheid ontbreekt. De schriftelijke aanwijzing (I, II) Vanwege de onderlinge samenhang zal de kinderrechter het verzoek tot vervallenverklaring en het verzoek tot bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing gezamenlijk behandelen. Ambtshalve toetsing van de ontvankelijkheid van het verzoek tot vervallenverklaring leidt tot de conclusie dat aan alle ontvankelijkheidsvereisten is voldaan. Vervolgens wordt toegekomen aan de inhoudelijke toetsing van het besluit, waarbij de eerste vraag is of de gecertificeerde instelling, gelet op het bepaalde in artikel 1:263 lid 1 BW, de bevoegdheid toekwam de schriftelijke aanwijzing te geven. Ten aanzien van deze bevoegdheid zijn in het verzoek van de moeder geen bezwaren aangedragen. Deze toets dient echter ook los daarvan, dus ambtshalve, te worden uitgevoerd. Een gecertificeerde instelling is bevoegd een schriftelijke aanwijzing als bedoeld in artikel 1:263 BW te geven als het gaat om de uitvoering van de taak van de gecertificeerde instelling, de aanwijzing de verzorging en opvoeding van de minderjarige(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.