RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 20/6671 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 augustus 2021 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser en Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V., verweerder (gemachtigde: mr. D. Uwamahoro). Procesverloop In een brief van 19 mei 2020 heeft verweerder eiser bericht dat hem een persoonsgebonden budget (pgb) is toegekend op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) voor 39 uur persoonlijke verzorging per week. In een brief van 15 juni 2020 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen de omvang van de toekenning. In een brief van 16 oktober 2020 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig besluiten op zijn bezwaar. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Omdat geen van de partijen, nadat zij zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord, heeft verklaard dat zij gebruik wil maken van dit recht, heeft de rechtbank bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1.1 Op grond van artikel 8.1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Uit artikel 1:3, eerste lid, van de Awb volgt dat onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. 1.2 In artikel 114 van de Zvw is bepaald dat de zorgverzekeraar ervoor zorgt dat zijn verzekeringnemers en verzekerden geschillen over de uitvoering van de zorgverzekering kunnen voorleggen aan een onafhankelijke instantie.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.