Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummers: SGR 20/4811, SGR 20/4812, SGR 20/4813 en SGR 20/4814 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 augustus 2021 in de zaak tussen [eiseres] , wonende te Rijswijk, eiseres, en de heffingsambtenaar van de gemeente Rijswijk, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft aan eiseres vier naheffingsaanslagen parkeerbelasting (de naheffingsaanslagen) opgelegd. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 9 juli 2020 de naheffingsaanslagen gehandhaafd. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 juli 2021. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [A] . Eiseres is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 5 juni 2021 aan [eiseres] op het adres [adres] [huisnummer] te [plaats] , onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Eiseres is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. Nu genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen en uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 10 juni 2021 is afgehaald bij een PostNL-punt, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden. Overwegingen Feiten 1. Op 6 januari 2020 om 21.14 uur, op 10 januari 2020 om 19.23 uur, op 20 januari 2020 om 21.30 uur en op 21 januari 2020 om 22.49 uur stond de auto van eiseres met kenteken [kenteken] (de auto) geparkeerd aan de [weg] te [plaats] . Deze locatie is door burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk aangewezen als plaats waar mag worden geparkeerd met een parkeervergunning of tegen betaling van parkeerbelasting. 2. Tijdens controles op voormelde tijdstippen is geconstateerd dat voor de auto geen parkeerbelasting was voldaan en dat geen sprake was van parkeren met een geldige vergunning. Naar aanleiding hiervan zijn de naheffingsaanslagen opgelegd elk ten bedrage van € 62,50, bestaande uit € 1,50 aan belasting en € 61 aan kosten van de naheffing. Geschil 3. In geschil is of de naheffingsaanslagen terecht aan eiseres zijn opgelegd wegens het parkeren van de auto op de onder 1 vermelde tijdstippen en locatie zonder dat de daarvoor verschuldigde parkeerbelasting was voldaan (zonder geldige vergunning of geldig parkeerkaartje). 4. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de naheffingsaanslagen ten onrechte aan haar zijn opgelegd. Eiseres heeft haar parkeervergunning op 2 januari 2020 proberen te verlengen en verkeerde in de veronderstelling dat dit toen was gelukt. Na oplegging van de naheffingsaanslagen heeft eiseres tot haar verbazing geconstateerd dat de verlenging van haar parkeervergunning nog in behandeling was. Ze heeft de verlenging op 30 januari 2020 voltooid. In de e-mail waarin deze verlenging door de gemeente wordt bevestigd, staat dat de vergunning geldig is van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020. Eiseres maakt hieruit op dat de parkeervergunning haar met terugwerkende kracht per 1 januari 2020 is verleend en de naheffingsaanslagen daarom ten onrechte zijn opgelegd. 5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de verleende vergunning geen terugwerkende kracht heeft en de naheffingsaanslagen dan ook terecht zijn opgelegd. Beoordeling van het geschil 6. Ingevolge artikel 3 van de Verordening Parkeerregulering en Parkeerbelasting van de gemeente Rijswijk (de verordening) kan het college van Burgemeester en Wethouders (het college) op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen. In de verordening is verder, voor zover hier van belang, het volgende bepaald: “Artikel 5. Voorwaarden aan de vergunning 1. Een vergunning wordt voor ten hoogste een jaar verleend, met stilzwijgende verlenging van telkens één jaar. 2. De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.