← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2021:9968

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: AWB 21/3692 V uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 augustus 2021 op het verzet van [opposant] c.s, opposant V-nummer: [#] (gemachtigde: mr. J. van Bennekom). Procesverloop Opposant heeft tegen de beslissing op bezwaar van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (hierna: de staatssecretaris) van 17 juni 2021 beroep ingesteld. Bij uitspraak van 3 augustus 2021 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Opposant heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. Overwegingen

  1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposant niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn de gronden van het beroep en een afschrift van het bestreden besluit heeft ingediend.
  2. In deze verzetzaak beoordeelt de verzetrechter uitsluitend of zij in de buiten-zittinguitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is.
  3. Opposant voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat de gronden van het beroep en een afschrift van het bestreden besluit binnen de gestelde termijn zijn ingediend, namelijk per e-mail (ZIVVER) van 4 juli
  4. Ter ondersteuning van het gestelde heeft opposant een screenshot van ZIVVER overgelegd.
  5. Uit wat opposant heeft aangevoerd, volgt dat de rechtbank in de buiten-zittinguitspraak ten onrechte heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, niet-ontvankelijk was en de zaak ten onrechte zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die buiten-zittinguitspraak werd gedaan. De zaak wordt hierna alsnog op een zitting behandeld. Ter voorlichting merkt de verzetrechter op dat ook na het onderzoek ter zitting het eindoordeel kan zijn dat het beroep niet-ontvankelijk is.
  6. De verzetrechter veroordeelt de staatssecretaris in de door opposant gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de verzetrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 374,- (0,5 punt voor het indienen van het verzetschrift, met een waarde per punt van € 748,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De verzetrechter: verklaart het verzet gegrond; veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van opposant tot een bedrag van € 374,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, verzetrechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 augustus
  7. griffier verzetrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.