← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:10059

Rechtbank DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaakgegevens: I. C/09/632040 / JE RK 22-1407 III. & IV. C/09/632832 / JE RK 22-1552 Datum beschikking: 12 augustus 2022 Datum verbetering: 25 augustus 2022 Verbetering van een beschikking Bijlage bij de beschikking van 12 augustus 2022 , gegeven op 25 augustus 2022 in de zaak waarin op 12 augustus 2022 een beschikking is gegeven en uitgesproken, naar aanleiding van het op 11 juli 2022 ingekomen verzoekschrift (I) van: Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling, en de op 25 juli 2022 ingekomen zelfstandige verzoeken (III en IV) van: [pleegvader] hierna te noemen: de pleegvader, en [pleegmoeder] hierna te noemen: de pleegmoeder, hierna gezamenlijk te noemen: de pleegouders, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat mr. G.R. Dorhout-Tielken, gevestigd te Soest, betreffende de minderjarigen: - [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2018 te [geboorteplaats 1] hierna te noemen: [minderjarige 1] ; - [minderjarige 2] geboren op [geboortedag 2] 2020 te [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [minderjarige 2] ; - [minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 3] 2021 te [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [minderjarige 3] ; gezamenlijk ook te noemen: de kinderen. De rechtbank merkt als belanghebbende ten aanzien van alle verzoeken aan: [de vrouw] hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. A.L. Witteveen, gevestigd te Rotterdam. De rechtbank merkt als belanghebbenden ten aanzien van verzoek I en II verder aan: de pleegouders. De rechtbank merkt als belanghebbende ten aanzien van verzoek III en IV verder aan: de gecertificeerde instelling. Het procesverloop De rechtbank heeft kennisgenomen van het bericht van de gecertificeerde instelling van 18 augustus

  1. Verzoek In voornoemd bericht wordt verzocht de beschikking van 12 augustus 2022 te herstellen, omdat de begindatum van de bij die beschikking verleende machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onjuist is vermeld in het dictum. Beoordeling Bij beschikking van 12 augustus 2022 is de uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] per abuis verlengd van 22 augustus 2022 tot 22 november
  2. Dit is onjuist, aangezien de ten tijde van de zitting lopende machtiging tot uithuisplaatsing is verlopen op 20 augustus
  3. De rechtbank stelt vast dat de genoemde verlengingsdatum in het dictum niet aansluit op die machtiging tot uithuisplaatsing en om die reden onjuist is. Aangezien de rechtbank heeft overwogen dat het verzoek tot verlenging van de uithuisplaatsing met drie maanden zal worden toegewezen, is ook de einddatum per abuis onjuist opgenomen in het dictum. Nu gebleken is dat de beschikking van 12 augustus 2022 een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare schrijffout bevat, dient die beschikking op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te worden verbeterd zoals hierna weergegeven. Beslissing De rechtbank: verbetert voormelde beschikking van 12 augustus 2022 in die zin dat het dictum komt te luiden: “De rechtbank: houdt de beslissing op het verzoek tot toestemming wijziging verblijf aan tot de zitting van de meervoudige kamer van 3 november 2022; verzoekt de Raad en de gecertificeerde instelling uiterlijk één week voor voormelde zitting te rapporteren conform in het lichaam van deze beschikking overwogen; gelast de griffier tegen deze zitting op te roepen: de Raad voor de Kinderbescherming; Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden; de moeder en haar advocaat mr. A.L. Witteveen; de pleegouders en hun advocaat mr. G.R. Dorhout-Tielken; mevrouw [x] of betrokken collega van VUHP; verlengt de aan Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden verleende machtiging om [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg van 20 augustus 2022 tot 20 november 2022; verklaart de pleegouders niet-ontvankelijk in hun verzoek ex artikel 1:262b BW; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het overige verzochte.” handhaaft de beschikking 12 augustus 2022 voor het overige. De beschikking van 12 augustus 2022 is hersteld door mr. M.P. Meeuwisse, mr. J.C. van den Dries en mr. C.M. Koole, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. K.M.M. Bertrand, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.