Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Zaak- en rekestnummers: C/09/616120 (echtscheiding) en C/09/623360 (verdeling) FA RK 21-5248 (echtscheiding) en FA RK 21-9019 (verdeling) Datum beschikking: 12 juli 2022 Echtscheiding met nevenvoorzieningen Beschikking op het op 30 juli 2021 ingekomen verzoek van: [naam X] , de vrouw, wonende in [woonplaats] , gemeente [gemeente] , advocaat: mr. H.H.R. Bruggeman, gevestigd te Leiderdorp. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [naam Y] , de man, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. R.W. van den Hoek, gevestigd te Leiden. Procedure De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het F9-formulier van 7 september 2021 van de vrouw; het F9-formulier met bijlagen van 4 oktober 2021 van de vrouw; het verweerschrift, tevens zelfstandige verzoeken van de man, binnen gekomen op 7 oktober 2021; het verweerschrift op de zelfstandige verzoeken van de vrouw, binnen gekomen op 6 december 2021; het F9-formulier van 11 januari 2022 van de vrouw; het F9-formulier van 18 januari 2022 van de man; het verweerschrift op het aanvullende verzoek van de man, binnen gekomen op 1 maart 2022; het F9-formulier met bijlagen van 1 juni 2022 van de vrouw; het F9-formulier met bijlagen van 3 juni 2022 van de man. Feiten De man en de vrouw zijn op [datum huwelijk] 2020 te [plaats huwelijk] met elkaar gehuwd. Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen: - [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] ; - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] . De man heeft de kinderen erkend. De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit. Deze rechtbank heeft op 15 maart 2022 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover hier van belang inhoudende dat: [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] , en [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , voorlopig bij de man verblijven: om de week, van vrijdag uit school tot zondag 17:00 uur; iedere dinsdag uit school tot 19:00 uur, en zodra de man over een zelfstandige woonruimte beschikt tot woensdag naar school; alsmede de helft van de vakanties en feestdagen, in onderling overleg te bepalen; de man aan de vrouw, met ingang van 21 januari 2022, een voorlopige kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarigen] zal betalen van € 95,25 per kind per maand. Verzoek en verweer Het verzoek van de vrouw, zoals dat na wijziging luidt, strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot: bepaling dat het over te leggen ouderschapsplan aan de beschikking wordt gehecht; bepaling, bij gebreke aan een ouderschapsplan, dat het hoofdverblijf van Tessa en Casper bij de vrouw zal zijn; bepaling, bij gebreke aan een ouderschapsplan, dat de zorgregeling tussen de man en de kinderen wordt vastgesteld op: - één weekend per veertien dagen, van vrijdag 18:30 uur tot zondag 21:00 uur; - iedere dinsdag uit school tot woensdag naar school; - de helft van de vakantie- en feestdagen, in onderling overleg vast te stellen; bepaling, bij gebreke aan een ouderschapsplan, dat de man aan de vrouw maandelijks een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen van € 274,- per kind per maand zal voldoen, dan wel een bedrag door de rechtbank in goede justitie te bepalen; bepaling dat de man aan de vrouw, als bijdrage in haar levensonderhoud, € 1.306,- bruto per maand dient te voldoen, dan wel een bedrag door de rechtbank in goede justitie te bepalen; bepaling, bij gebreke aan een echtscheidingsconvenant, dat aan de man wordt toegedeeld: - de inboedelgoederen op de door de vrouw als productie 7 overgelegde lijst; - de bankrekening op naam van de man, [bankrekeningnummer] , onder de verplichting met de vrouw de helft van het saldo op de peildatum te verrekenen; - de teruggave van de Belastingdienst, onder de verplichting aan de vrouw de helft van het saldo van de teruggave te doen toekomen; - bepaling, bij gebreke aan een echtscheidingsconvenant, dat aan de vrouw wordt toegedeeld: - het huurrecht van de huurwoning aan de [adres] ( [postcode] ) te [woonplaats] ; - de inboedelgoederen, die niet voorkomen op de door de vrouw overgelegde lijst, in de echtelijke woning aan de [adres] ( [postcode] ) te [woonplaats] ; - de rekening op naam van de vrouw, [bankrekeningnummer] , onder de verplichting met de man de helft van het saldo op de peildatum te verrekenen; - de vier genoemde schulden bij de Belastingdienst, onder de verplichting voor de man om aan de vrouw de helft van het saldo van deze schulden te voldoen; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens. De man voert – onder referte ten aanzien van de echtscheiding, de hoofdverblijfplaats van de kinderen en het huurrecht van de voormalige echtelijke woning – nog verweer tegen de overige verzoeken van de vrouw, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Verder verzoekt de man zelfstandig: - te bepalen dat aan de vrouw de auto wordt toebedeeld, onder de verplichting dat de vrouw aan de man een bedrag van € 500,- wegens overbedeling voldoet; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vrouw voert verweer tegen het zelfstandige verzoek van de man, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Echtscheiding Ontvankelijkheid Door partijen is geen door beide partijen ondertekend ouderschapsplan overgelegd overeenkomstig artikel 815, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Nu het ouderschapsplan in de wet geformuleerd is als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken, heeft de rechtbank de bevoegdheid het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815, zesde lid, Rv). Naar het oordeel van de rechtbank is uit de overgelegde stukken en het verhandelde op de zitting voldoende gebleken dat partijen niet in staat waren om tot een gezamenlijk opgesteld en ondertekend ouderschapsplan te komen. Omdat de rechtbank in het hiernavolgende een beslissing zal nemen op de nog voorliggende geschilpunten omtrent de kinderen, zal zij voorbijgaan aan het vereiste van artikel 815, tweede lid, Rv en de vrouw ontvangen in haar verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen. Verzoek ten aanzien van de aanhechting van het ouderschapsplan Omdat partijen geen gezamenlijk ondertekend ouderschapsplan hebben overgelegd, zal de rechtbank het verzoek van de vrouw om het nog over te leggen ouderschapsplan aan de beschikking te hechten afwijzen. Inhoudelijke beoordeling De vrouw stelt dat het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht. De man heeft de rechtbank verzocht het verzoek van de vrouw toe te wijzen. Het verzoek tot echtscheiding zal daarom, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden toegewezen. Hoofdverblijfplaats van de kinderen De vrouw verzoekt de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar te bepalen. De man heeft hier geen verweer tegen gevoerd. De rechtbank zal dit verzoek, als niet weersproken en op de wet gegrond, toewijzen. Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken De rechtbank ziet aanleiding de door de man op de zitting voorgestelde zorgregeling, die in de basis in lijn is met de in de voorlopige voorzieningen vastgestelde zorgregeling, vast te stellen. De rechtbank acht deze zorgregeling in het belang van de kinderen, omdat deze regeling momenteel feitelijk ook wordt uitgevoerd en beide partijen op de zitting hebben aangegeven dat deze zorgregeling goed verloopt. Partijen hebben verder aangegeven dat zij in onderling overleg ook nu al de regeling met enige regelmaat uitbreiden maar dat zij het van belang achten dat er een basiszorgregeling is waar beide partijen op kunnen terugvallen. Verder overweegt de rechtbank dat de man nog geen zelfstandige woonruimte heeft en momenteel bij zijn broer woont. De contactmomenten tussen hem en de kinderen vinden thans in beginsel in de woning van de moeder van de man (de grootmoeder van de kinderen) plaats (of in de woning van zijn broer). Dit maakt dat de rechtbank – anders dan de vrouw wenst – op dit moment nog niet het wekelijkse doordeweekse contactmoment tot de woensdag naar school zal laten doorlopen. Zodra de man een zelfstandige woonruimte heeft zal de regeling op de dinsdag worden uitgebreid en zullen de kinderen van dinsdag na school tot woensdag naar school bij de man verblijven. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank na te melden zorgregeling vaststellen. Kinderalimentatie Behoefte Partijen hebben op de zitting overeenstemming bereikt over de behoefte van de kinderen, zijnde € 720,- per maand (dus € 360,- per kind per maand) in
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.