← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:10934

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.17786 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser v-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. S. Zwiers), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. N. Hamzaoui). Procesverloop Bij besluit van 7 september 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL22.17787 (voorlopige voorziening), op 13 oktober 2022 op zitting behandeld, te Breda. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen

  1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
  2. Niet in geschil is dat Duitsland in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, omdat eiser eerder in Duitsland een asielaanvraag heeft ingediend. Nederland heeft bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan (‘Dublin-claim’). Duitsland heeft dit verzoek op 5 mei 2022 aanvaard (‘claimakkoord’).
  3. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in redelijkheid geen gebruik hoeven maken van zijn discretionaire bevoegdheid om eisers asielaanvraag op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening1 inhoudelijk te behandelen. Niet aannemelijk is dat eiser na een overdracht aan Duitsland het risico loopt om te worden blootgesteld aan indirect refoulement, omdat hij – zoals hij stelt – geen asiel zou krijgen in Duitsland. Eiser heeft dit standpunt niet onderbouwd. Bovendien heeft Duitsland door middel van het claimakkoord gegarandeerd het asielverzoek van eiser (inhoudelijk) in behandeling te nemen en dat zijn situatie zal worden beoordeeld in lijn met de verschillende Europese richtlijnen. Tot slot is niet gebleken van humanitaire aspecten of bijzondere omstandigheden die maken dat verweerder de asielaanvraag inhoudelijk zou moeten behandelen. Verweerder mag dan ook uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
  4. Het beroep is ongegrond.
  5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2022 door mr. R.A. Karsten- Badal, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. 1 Verordening (EU) nr. 604/
  6. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Documentcode: DSR22792527 Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.