← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:11098

vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team Insolventies rekestnummer: C/09/632794 / FT RK 22/521 uitspraakdatum: 21 oktober 2022 op het verzoek van [naam01] en [naam02] , beide wonende te [adres01] , [postcode01] [woonplaats01] . Waar deze zaak over gaat Meneer [naam01] en mevrouw [naam02] bevinden zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor de schulden te komen hebben zij een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank wijst deze verzoeken af legt hierna uit waarom zij zo beslist. 1 De procedure 1.

  1. Meneer [naam01] en mevrouw [naam02] hebben een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP. 1.
  2. Het verzoek is behandeld op de zitting van 20 oktober
  3. Op deze zitting is niemand verschenen, hoewel meneer [naam01] en mevrouw [naam02] daartoe wel behoorlijk zijn opgeroepen. 2 De beoordeling van het verzoek 2.
  4. Meneer [naam01] en mevrouw [naam02] kunnen alleen worden toegelaten tot de WSNP als zij voldoen aan de drie in de wet genoemde toelatingseisen. Ook mag er geen sprake zijn van één van de vier afwijzingsgronden. Meneer [naam01] en mevrouw [naam02] moeten aantonen dat zij voldoen aan de genoemde criteria om te worden toegelaten tot de WSNP. De rechtbank oordeelt dat meneer [naam01] en mevrouw [naam02] niet aannemelijk hebben kunnen maken dat zij voldoen aan de derde toelatingseis (artikel 288 lid 1 sub c Fw). De derde toelatingseis houdt in dat meneer [naam01] en mevrouw [naam02] voldoende aannemelijk moeten maken dat zij zich aan de verplichtingen van de WSNP zullen houden. Meneer [naam01] en mevrouw [naam02] worden daarom niet toegelaten tot de WSNP. De rechtbank zal deze beslissing als volgt motiveren. 2.
  5. De behandeling van het verzoek stond aanvankelijk gepland op 8 september
  6. Meneer [naam01] en mevrouw [naam02] hebben bij brief van 8 augustus 2022 de rechtbank verzocht de behandeling van het verzoek te verplaatsen, omdat zij van 28 augustus tot en met 30 september 2022 in het buitenland zouden zitten. De behandeling is daarop verplaatst naar de zitting van 20 oktober
  7. Op deze zitting is niemand verschenen. De rechtbank heeft na het aanhoudingsverzoek geen bericht meer van meneer [naam01] en mevrouw [naam02] ontvangen. 2.
  8. De schuldhulpverlener heeft sinds september 2022 niets meer van meneer [naam01] en mevrouw [naam02] vernomen. Hij heeft meermaals zowel per mail als per telefoon geprobeerd in contact met hen te komen, maar zij blijven onbereikbaar. Meneer [naam01] en mevrouw [naam02] zijn dus onbereikbaar voor de schuldhulpverlener en de rechtbank. De rechtbank verwacht niet dat een bewindvoerder wel in contact met hen zou kunnen treden. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het niet aannemelijk dat meneer [naam01] en mevrouw [naam02] de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zullen nakomen. Bij gebrek aan nadere toelichting vanuit meneer [naam01] en mevrouw [naam02] zal de rechtbank het verzoek afwijzen. 3 De beslissing De rechtbank: - wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af. Dit is de beslissing van mr. A.C.M. Höppener, rechter, in samenwerking met mr. M.J.P. Vink, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 oktober
  9. De verzoeker heeft gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak het recht van hoger beroep. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof te Den Haag dat van deze zaak kennis moet nemen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.