RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.15229 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. H. Palanciyan), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: T. Telpstra). Procesverloop In het besluit van 21 oktober 2020 (primaire besluit) heeft verweerder het verblijfsrecht van eiser op grond van het Unierecht beëindigd en hem ongewenst verklaard. In het besluit van 27 augustus 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 20 januari 2022 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Overwegingen Inleiding Eiser is geboren op [1982] en heeft de Roemeense nationaliteit. Eiser verblijft sinds 26 maart 2014 in Nederland. Op 18 februari 2016 is eiser naar Roemenië uitgezet. Eiser heeft in de periode van 7 juli 2014 tot 16 juli 2020 in Nederland meerdere strafbare feiten begaan. Dit heeft erin geresulteerd dat bij besluit van 21 oktober 2020 het verblijfsrecht van eiser is beëindigd en dat hij ongewenst is verklaard. Het bestreden besluit Verweerder heeft aan het primaire besluit ten grondslag gelegd dat eiser in totaal in de periode van 7 juli 2014 tot 16 juli 2020, 24 keer onherroepelijk is veroordeeld wegens het plegen van strafbare feiten. Volgens verweerder vormt het persoonlijke gedrag van eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving op grond waarvan verweerder het verblijf kan beëindigen. Er is volgens verweerder geen sprake van een periode van ononderbroken verblijf van vijf jaar. Verder heeft verweerder de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in het nadeel van eiser laten uitvallen. Ook heeft verweerder eiser ongewenst verklaard omdat er sprake is van een of meer veroordelingen voor feiten met een strafbedreiging van meer dan drie jaar. Verder heeft verweerder in het bestreden besluit het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen bezwaargronden naar voren heeft gebracht. Gronden beroep Eiser voert aan dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. Eiser stelt dat hij per brief van 16 december 2020 aan verweerder heeft medegedeeld dat hij op verschillende locaties zijn straffen heeft uitgezeten en daardoor niet altijd bereikbaar was en in staat was om de gevraagde informatie aan te leveren. Hij is vervolgens na zijn vrijlating uit eigen beweging vertrokken. Als verweerder eiser had uitgezet, dan zou het vertrek van eiser zijn geregistreerd. Verweerder kan eiser dan ook niet verantwoordelijk stellen voor zijn onbereikbaarheid. Verder meent eiser dat er ten onrechte pas na zeven maanden een besluit is genomen. Als verweerder eerder een besluit had genomen was eiser niet vertrokken. Voorts heeft verweerder ten onrechte de voorfase van tafel geschoven. Heeft eiser procesbelang? De rechtbank dient allereerst ambtshalve te beoordelen of eiser procesbelang heeft bij de beoordeling van dit beroep. De rechtbank komt tot de conclusie dat dit niet het geval is. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot deze conclusie is gekomen. De rechtbank overweegt dat uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), bijvoorbeeld de uitspraak van 22 februari 2019 volgt dat, indien een vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder de staatssecretaris te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit dient te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.