← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:11188

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.16208 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiseres V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. S.R. Kwee), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. W. Epema). Procesverloop Bij besluit van 18 augustus 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres om niet in behandeling genomen op de grond dat Italië daarvoor verantwoordelijk is. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft het beroep op 20 oktober 2022 op een zitting behandeld in Breda. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen S.B. Aniania. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen

  1. Allereerst moet worden beoordeeld of Italië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiseres. Namens eiseres is benadrukt dat zij nooit in Italië asiel heeft willen aanvragen omdat zij bij haar zus in Nederland wil verblijven. Ook is benadrukt dat zij in Italië is gedwongen om haar vingerafdrukken af te staan.
  2. Dat eiseres de bedoeling had om in Nederland asiel aan te vragen, heeft voor de toepassing van de Dublinverordening geen betekenis. Daarnaast is het afstaan van vingerafdrukken verplicht op grond van de Eurodacverordening. Vast staat dat eiseres illegaal Italië is binnengekomen. Dat heeft volgens de Dublinverordening tot gevolg dat Italië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. Italië is weliswaar niet expliciet akkoord gegaan met het overnameverzoek, maar het niet tijdig reageren heeft wel tot gevolg dat Italië verantwoordelijk is geworden. Italië heeft daartegen ook geen bezwaar gemaakt. Verweerder is dus terecht uitgegaan van de verantwoordelijkheid van Italië.
  3. Vervolgens is de vraag aan de orde of Nederland de asielaanvraag van eiseres aan zich had moeten trekken. Lidstaten van de Europese Unie mogen er over en weer op vertrouwen dat de mensenrechten worden nageleefd. Een vreemdeling kan echter met behulp van zijn advocaat betogen dat daarvan in zijn geval niet kan worden uitgegaan. In dit geval is dat ook betoogd, waarbij is gewezen op een recent rapport van AIDA. Daaruit blijkt onder andere dat Dublin-terugkeerders enige tijd moeten wachten voordat zij formeel hun asielaanvraag kunnen indienen. Maar uit dat rapport blijkt ook dat er in de tussentijd wel recht is op noodhulp, medisch noodzakelijke behandeling en preventieve zorg. De situatie in Italië is dan ook niet zodanig dat niet kan worden vastgehouden aan het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dat volgt ook uit recente uitspraken van de hoogste Nederlandse bestuursrechter. Nederland hoefde de asielaanvraag van eiseres daarom niet aan zich te trekken. Verder is aangevoerd dat de leeftijdsregistratie in Italië niet in orde is. Dat kan zo zijn, maar dat raakt eiseres niet. Zij heeft namelijk niet gesteld dat zij minderjarig is.
  4. Verder heeft eiseres een beroep gedaan op de afhankelijkheid van haar in Nederland verblijvende zus. Zij heeft naar voren gebracht dat zij een sterke band heeft met haar zus. Maar een sterke band is niet hetzelfde als afhankelijkheid. Verweerder heeft terecht overwogen dat de zus van eiseres al sinds 2018 in Nederland verblijft. Eiseres is pas in december 2021 naar Nederland gekomen. Er zijn ook geen medische of psychische stukken overgelegd over de gestelde afhankelijkheid. De beroepsgronden die daarop zien, treffen geen doel.
  5. Tot slot is een beroep gedaan op bijzondere individuele omstandigheden die leiden tot kennelijke hardheid bij overdracht. Daarbij is gewezen op de ervaringen van eiseres in Eritrea, de zware reis naar Europa en de omstandigheid dat haar zus als een moeder voor haar is. Het gaat hier om een discretionaire bevoegdheid van verweerder. Deze omstandigheden heeft verweerder niet zodanig bijzonder hoeven achten dat hij de asielaanvraag van eiseres aan zich had moeten trekken.
  6. Het beroep is ongegrond.
  7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2022 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier. Dit proces-verbaal is verzonden op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Verordening (EU) Nr. 604/
  8. Verordening (EU) Nr. 603/
  9. Asylum Information Database (AIDA), ‘Country Report: Italy. 2021 Update’, mei
  10. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 26 augustus 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:2497).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.