RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.3542 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S. Faddach). Procesverloop Bij besluit van 2 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Verweerder heeft op 3 maart 2022 de maatregel van bewaring opgeheven. De rechtbank heeft het beroep op 14 maart 2022 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser stelt van Gambiaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1992. 2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen. Overzicht van de procedure 3. Op 18 januari 2021 heeft eiser een asielaanvraag gedaan in Nederland. Op 10 februari 2021 is een claimakkoord tot stand gekomen met Duitsland. Vanaf dat moment is de overdrachtstermijn van zes maanden gaan lopen, zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening. De overdrachtstermijn zou dus verstrijken op 10 augustus 2021. Op 10 juni 2021 heeft eiser een reguliere verblijfsvergunning op grond van slachtofferschap van mensenhandel (B8-vergunning) aangevraagd. Deze aanvraag is op 15 juni 2021 afgewezen, waartegen eiser in bezwaar is gegaan. Op 6 september 2021 is dit bezwaar ongegrond verklaard. In geschil is of het bezwaar tegen de afwijzing van de B8-vergunning gevolgen heeft voor de uiterste overdrachtstermijn, in die zin dat die termijn daardoor is opgeschort/verlengd. 4. Eiser voert aan dat de uiterste overdrachtstermijn onder de Dublinverordening is verstreken op 10 augustus 2021. Het indienen van bezwaar tegen de afwijzing van de B8- vergunning heeft geen gevolgen voor de uiterste overdrachtstermijn. Eiser verwijst hierbij naar meerdere uitspraken.1 Omdat de overdrachtstermijn op 10 augustus 2021 al is verlopen, mocht eiser niet op de grondslag van artikel 59a, eerste lid, van de Vw in bewaring worden gesteld. 5. De rechtbank overweegt als volgt. Artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening houdt, voor zover hier van belang, in dat de vreemdeling wordt overgedragen van de verzoekende lidstaat aan de verantwoordelijke lidstaat zodra dat praktisch mogelijk is, en uiterlijk binnen een termijn van zes maanden vanaf de aanvaarding van het verzoek van een andere lidstaat om de betrokkene over of terug te nemen of vanaf de definitieve beslissing op het beroep of het bezwaar wanneer dit overeenkomstig artikel 27, derde lid, opschortende werking heeft. 6. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn standpunt dat het indienen van een bezwaarschrift tegen de afwijzing van een B8-vergunning de overdrachtstermijn opschort. Weliswaar heeft verweerder dat zo bepaald in zijn beleid zoals beschreven in paragraaf B1/7.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc), maar een bevoegdheidsgrondslag daarvoor kan niet worden gevonden in artikel 27, derde lid, van de Dublinverordening. Artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening – dat onder meer verwijst naar artikel 27, derde lid, aanhef en onder c, van de Dublinverordening – heeft betrekking op rechtsmiddelen die zijn aangewend tegen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.