RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.8135 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 maart 2022 in de zaak tussen [eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. P.E.J.M. Bartels), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.M.E. Disselkamp). Procesverloop Bij besluit van 15 juni 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van referent van 12 mei 2016 voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel “nareis” voor eiseres afgewezen. Bij besluit van 13 april 2018 (het bestreden besluit I) heeft verweerder het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 7 november 2018 (AWB 18/3225) heeft de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, het daartegen door eiseres ingestelde beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit I vernietigd en bepaald dat verweerder een nieuw besluit op het bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Bij uitspraak van 16 april 2019 (201809452/1/V1) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) het daartegen door verweerder ingestelde hoger beroep kennelijk ongegrond verklaard onder verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank. Bij besluit van 22 januari 2020 (het bestreden besluit II) heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 18 september 2020 (AWB 20/1238) heeft de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, het daartegen door referent ingestelde beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit II vernietigd en bepaald dat verweerder een nieuw besluit op het bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Bij besluit van 29 april 2021 (het bestreden besluit III) heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit III beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 september 2021. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door referent en haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiseres heeft de Syrische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 2000. Sinds 2015 is eiseres woonachtig in Turkije. Eiseres beoogt verblijf in Nederland bij referent, haar vader. Hij is sinds 2016 in het bezit van een verblijfsvergunning asiel. Referent heeft ten behoeve van eiseres de onderhavige aanvraag ingediend. Het bestreden besluit 2. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen. Verweerder acht de identiteit van eiseres aannemelijk en de familierechtelijke relatie tussen eiseres en referent is aangetoond. Verweerder is echter van mening dat het jongvolwassenenbeleid niet op eiseres van toepassing is, omdat zich na het bereiken van de meerderjarige leeftijd feiten hebben voorgedaan waaruit blijkt dat de feitelijke gezinsband tussen eiseres en referent is verbroken. Eiseres is namelijk zelfstandig en vrijwillig een relatie aangegaan met [A] en heeft met hem een kind gekregen. Hoewel eiseres deze relatie als minderjarige is aangegaan, heeft zij deze relatie in haar meerderjarigheid voortgezet. Het feit dat deze relatie is verbroken, neemt niet weg dat eiseres een zelfstandig gezin heeft gevormd of heeft willen vormen. Verweerder heeft daarbij ook rekening gehouden met de duur van de procedure en dat sinds de aanvraag inmiddels vijf jaren zijn verstreken. Maar ook indien de procedure van kortere duur zou zijn geweest, kan niet worden uitgesloten dat eiseres geen relatie zou hebben gehad of geen kind zou hebben gekregen. Daarnaast komen de verklaringen van eiseres en referent niet overeen over de gestelde samenwoning en noodzakelijke verzorging van eiseres (en haar kind) door haar oma. Verder vormt volgens verweerder het feit dat eiseres geen eigen inkomen verwerft maar referent haar geld opstuurt, geen reden om de gezinsband niet verbroken te achten. Gelet op het voorgaande ziet verweerder geen aanknopingspunten dat eiseres zich niet moeiteloos en zelfstandig heeft kunnen handhaven. Ter zitting heeft verweerder laten weten dat het kind van eiseres, [A] , ook wordt meegenomen in deze procedure, aangezien daarvoor geen aparte aanvraag is ingediend. Het jongvolwassenenbeleid 3. Eiseres voert aan dat verweerder geen rekening heeft gehouden met de lange duur van de procedure en dat zij door het tijdsverloop noodgedwongen in deze situatie is terechtgekomen. De stelling dat niet kan worden uitgesloten dat eiseres geen relatie of geen kind zou hebben gehad indien de procedure minder lang zou hebben geduurd, is feitelijk onjuist. Eiseres zou dan namelijk op 17-jarige leeftijd Nederland zijn ingereisd om herenigd te zijn met haar familie. Daarnaast is verweerder ten onrechte tot de conclusie gekomen dat eiseres de relatie vrijwillig is aangegaan en een kind heeft gekregen. Eiseres heeft verklaard dat dit als gevolg van de onwetendheid van het jong zijn is gebeurd en zij zich niet vrijwillig in deze penibele situatie heeft willen brengen. Hieruit volgt niet dat eiseres zich moeiteloos en zelfstandig heeft kunnen handhaven. 4. Het beleid ten aanzien van jongvolwassenen is neergelegd in paragraaf B7/3.8.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). Hieruit volgt dat verweerder familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM tussen ouders en hun meerderjarige kind aanneemt zonder dat sprake moet zijn van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, uitsluitend als het meerderjarige kind jongvolwassen is, met de ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.